Boerennetwerk in Rwanda

03-11-2004
Door: Agriterra
Bron: Agriterra

De twee standsorganisaties, die van Hoof adviseerde, Imbaraga en Ingabo werden geconfronteerd met extreme droogte van begin mei tot eind september. De opbrengst per hectare was mede daardoor achteruit gehold. Na intensieve brainstorming kwam men tot de conclusie dat een verzekering tegen calamiteiten (zoals we die in Nederland al kennen) ook voor de Rwandese boeren een goed idee is. Tegen een klein bedrag als inleg zou men zich ook kunnen verzekeren tegen veeziektes en dergelijke. Van Hoof, die zelf in het verleden in Rwanda heeft gewoond, constateerde dat het een land van extremen is geworden. De hoofdstad Kigali is hard bezig is met de wederopbouw; er worden nieuwe huizen gebouwd en bedrijven opgestart, mede door de buitenlandse hulp. Aan de andere kant verpaupert het platteland. Imbaraga doet haar best om de landbouwbelangen op nationaal niveau aan te kaarten. Men streeft bijvoorbeeld naar zowel een gegarandeerde bodemprijs als een hogere opbrengst van de aardappel per hectare. Daarmee creëer je zowel een product met een economische waarde als voedselzekerheid.

Een ander probleem, waar Van Hoof tijdens zijn missie op stuitte, was de versnippering van de landbouwgrond. Tot nu toe was het de gewoonte om iedere zoon uit een boerengezin een klein lapje grond van vaak niet meer dan een halve hectare toe te bedelen. Met zo weinig land kun je geen behoorlijk bestaan opbouwen. Het voornemen is nu dat één zoon al het land krijgt en de grond daarmee ondeelbaar wordt. Een positieve ontwikkeling is de enorme behoefte aan opleiding en scholing van de Rwandezen. In bijna alle provincies is een universiteit, waar tot in de avonduren ijverig gestudeerd wordt. Verder stijgt de organisatiegraad onder de boeren. Terwijl Nederlandse boerenorganisaties dagelijks geconfronteerd worden met een afnemend ledental, voelen de Rwandezen de noodzaak om de handen ineen te slaan. Gerard Wieffer is trainer en conflictbemiddelaar (mediator) van de WLTO en in die hoedanigheid ging hij voor Agriterra zowel in februari als september naar Rwanda om de boerenorganisaties terzijde te staan bij het opzetten van een netwerk. Zijn taak was om vier verschillende organisaties te overtuigen van de noodzaak van samenwerking .Het netwerk zou moeten leiden tot een betere verwerking van landbouwproducten en het creëren van een exportmarkt. Ook lobby moet een taak van dit netwerk worden en de boeren een sterkere positie tegenover de overheid geven. Het initiatief wordt financieel mogelijk gemaakt door de Nederlandse ambassade in Kigali.
Wieffer merkte, toen hij in september de betrokken organisaties weer opzocht, dat zijn advieswerk vruchten heeft afgeworpen. Het onderlinge wantrouwen tussen de betrokken organisaties was verminderd en de concrete werkzaamheden kregen een duidelijker invulling. Het groepsgevoel en de verbroedering blijken aanzienlijk versterkt, mede door een gezamenlijk ondernomen studiereis naar Senegal en Mali. Het netwerk wordt waarschijnlijk al begin december daadwerkelijk opgericht.

Nico Hammelburg
Nieuwsgroep Agriterra

Reacties