Agriterra en Mali: mogelijkheden en maren

10-02-2004
Door: Agriterra
Bron: Agriterra

Mali is een van de armste landen ter wereld. Het West-Afrikaanse land behoort tot de zogenaamde MOL’s, oftewel de minst ontwikkelde landen. Nederland is op het terrein van ontwikkelingssamenwerking actief in de West-Afrikaanse republiek sinds de periode van de grote droogte in het gebied, begin jaren zeventig. Mali is een partnerland van Nederland en er wordt samengewerkt op o.a. het gebied van plattelandsontwikkeling. Bijzondere Nederlandse aandachtspunten zijn hierbij decentralisatie, milieu en gender (gelijke kansen en eerlijke man-vrouw relaties). Dit sluit aan bij het Malinese milieubeleidsplan, waarbij het kernwoord decentralisatie is. De (lokale) bevolking moet meer te zeggen krijgen over het gebruik van natuurlijke hulpbronnen. Om via het lopende Wereld Bank project, waarvan $ 9 miljoen bestemd is voor boerenorganisaties, geld los te krijgen is echter gecompliceerd. Reden voor de Nederlandse ambassade een pilot-project te beginnen met als speerpunt het opzetten van boerenorganisaties in de regio Koulikoro. Iets voor Agriterra? In principe wel, volgens Frank van Dorsten, mede gezien het Convenant dat er bestaat tussen Agriterra en het Ministerie van Ontwikkelingssamenwerking. “De ontwikkelingssamenwerking van Agriterra vindt niet plaats via overheden of tussenpersonen, maar rechtstreeks van boer tot boer”. Bij het project in Mali moeten de afspraken van het convenant in de praktijk vertaald worden.

Daarbij kan er sprake zijn van een spanningsveld. Ambassades werken in eerste instantie samen met overheden, en het is de vraag hoe dit zich verhoudt met de Agriterra-methode. De centrale vraag is en blijft: “hoe garandeer je dat de boeren controle over hun eigen initiatieven blijven houden”? Positief in Mali is dat men kan voortbouwen op de ervaringen die diverse organisaties al hebben in Mali met de begeleiding en ondersteuning van boerenorganisaties van onderaf. Zo is de Franse agri-agency (het verzamelwoord voor organisaties zoals Agriterra) AFDI nauw betrokken geweest bij de opbouw van de Association des Organisations Professionnelles Paysannes (AOPP), de nationale koepel van boerenorganisaties.
In de productieve rijst- en katoengebieden bestaan er actieve boerenbonden die onderhandelen met de regering. En in de regio Koulikoro is SNV, met financiering van de Nederlandse Ambassade, actief met de opzet van coöperaties van graanboeren en boerinnen en de technische en organisatorische ondersteuning van plattelandsvrouwen die karitéboter produceren.
Frank van Dorsten: “Tot nu toe werkt Agriterra direct met en via boerorganisaties. Om nu in te breken in het Wereldbank project zou Agriterra zich aan moeten passen aan de procedures van de Wereldbank. Dat betekent ‘tenderen’, dus inschrijven en meedingen naar opdrachten die vaak naar NGO’s of adviesbureaus gaan. Agriterra wil zich best schikken als de boerenorganisaties het uiteindelijk wel voor het vertellen krijgen in het project”.
En terwijl in Arnhem de mogelijkheden worden afgewogen, bewerken de Malinezen hun akkers. Maïs, rijst, gierst en sorghum voor eigen consumptie en katoen, suikerriet en pinda’s voor de export. Zo hopen de meeste Malinezen ooit eens meer dan een dollar per dag te gaan verdienen.

Jan Willem Welink
Vrijwilliger Agriterra

Reacties