Het begon zo’n drie jaar geleden. Met veel kabaal gooide ik alle dierlijke producten in mijn koelkast in de prullenbak. Mijn vriend stond erbij en keek ernaar. Hij mocht natuurlijk zelf weten wat hij deed, maar ik wist het zeker: ik ging cold turkey en zou alleen nog maar plantaardig eten. De eerste twee jaar ging er een wereld voor me open: ik genoot van de nieuwe smaken, voelde me euforisch als wereldverbeteraar en probeerde andere mensen te motiveren om ook vegan te gaan eten. Ik leerde over cashewnoten als basis voor ‘kaas’-saus en Alpro werd mijn favoriete merk. Ik wist het zeker: dit was het helemaal voor mij. Dat mijn gevoel 180 graden zou omslaan, had ik nooit verwacht.

Ik raakte steeds meer overtuigd van de idealen achter het veganisme. Ik ging langs een meet and greet met Kip Andersen, regisseur van de documentaires Cowspiracy en What the Health. Ook op andere gebieden probeerde ik zoveel mogelijk veganistische producten te kopen. Eerlijk gezegd snapte ik niet waarom er nog mensen waren die deze stap níet wilden zetten. Mijn nieuwe levensstijl voelde helemaal niet als een opoffering. Sterker nog, ik zat superlekker in mijn vel. Ik voelde me letterlijk en figuurlijk ontlast en zag alleen maar voordelen. Ik hielp het milieu en droeg niet meer bij aan dierenleed. Van binnen voelde ik me schoner en gezonder.

De omslag

Fastforward naar vandaag. In het laatste jaar is mijn mooie veganistische droom langzaam veranderd in een donkere wolk die constant boven mijn hoofd zweefde. De druk om het perfect te doen maakte me gestrest en ongelukkig. Nadat ik voornamelijk vegan ging eten, begon ik me steeds meer te verdiepen in de andere aspecten van duurzaamheid.

Diep van binnen vond ik het vervelend dat ik veel dingen niet meer kon doen zonder me schuldig te voelen

Het rijtje met dingen die ik als aspirerend wereldverbeteraar beter niet meer kon doen, werd zo steeds langer: niet meer vliegen, geen nieuwe kleren meer kopen, plastic verpakkingen vermijden, sowieso geen nieuwe spullen meer aanschaffen en nooit meer een koffie-to-go kopen zonder mijn eigen beker. Steeds meer producten en activiteiten kregen een dikke vette ‘nee mag niet’-stempel. Dus toen ik tóch toegaf aan de verleiding om naar Napels en Barcelona te vliegen, voelde het alsof ik had gefaald, en ik niet alleen mezelf teleurstelde, maar ook gelijk de hele planeet.

Ik kreeg last van de prestatiedruk om groen te doen en ik voelde me allesbehalve vrij. Ik was zo druk bezig met het veranderen van de wereld, dat ik vergat om stil te staan bij de veranderingen in mijzelf. Ik wilde graag perfect zijn, voor de wereld, haar mensen en haar dieren. Wetenschappelijke en academische informatie motiveerden me om mijn gedrag aan te passen, maar diep van binnen vond ik het eigenlijk best vervelend dat ik zoveel dingen niet meer kon doen zonder me schuldig en egoïstisch te voelen.

En omdat cold turkey toch iets moeilijker bleek dan gedacht, maakte ik hier en daar nog een vegetarische uitzondering. Maar het liefst wilde ik ook deze ‘slechte’ momenten zo snel mogelijk uit mijn leven verbannen. Hoewel ik besloten had dat alle niet-veganistische producten slecht waren, lukte het me niet om 100 procent veganistisch te eten. Hierdoor voelde ik me zo moedeloos dat ik juist minder mijn best ging doen. Ik at meer kaas en kocht opeens weer eiersalade voor op mijn brood. Waar ik al die tijd mijn koffie met soja- of cashewmelk had gedronken, nam ik nu weer de gewone. En ik voelde me enorm schuldig door al deze uitzonderingen.

Uiteindelijk werd ik niet gelukkig van een streng vegan dieet. Ik begon mijn keuzes te zien als goed of fout, en het ontlaste gevoel dat ik in het begin had, maakte plaats voor onrust. Er moest daarom iets gebeuren. Ik moest op zoek naar een manier om vrede te krijgen met mijn eigen ‘soms wel soms niet’-eetpatroon. Door veel na te denken, te praten en te lezen lukt het me nu beter om te genieten van de dingen die ik eet. Hierdoor heb ik ook een aantal inzichten opgedaan.

Inzicht 1: De verschillende vormen van voedselproblematiek lopen enorm door elkaar
Tijdens mijn opleiding International Development Studies leerde ik dat de wereld- en voedselproblematiek allesbehalve simpel is. Een strikt vegan dieet dat alle producten op basis van hun dierlijke afkomst beoordeelt, leidt tot een lage tolerantie voor de complexiteit van de voedselproblematiek. Kortom, vegan eten is niet altijd de enige of de beste oplossing.

Neem voedselverspilling: nog zo’n megaprobleem binnen de voedselindustrie. In 2016 ging ik werken bij ‘anti-verspillingsrestaurant’ Instock. Hier kwam ik voor een nieuw dilemma te staan: wat deed ik, als vegan eter, met een dessert vol geredde zuivel? En later: red ik dat pak yoghurt met een 35 procent-kortingsticker wél of niet van de afvalhoop? Ik wilde een goed initiatief als Instock graag steunen en besloot om in plaats van veganistisch vegetarisch te gaan eten waar het ging om voedselverspilling. Inmiddels koop ik hier en daar non-vegan producten van duurzame initiatieven die op een andere manier hun steentje bijdragen aan een mooiere wereld.

Inzicht 2: De bio-industrie is verschrikkelijk, maar dierlijke middelen gebruiken niet per se
Qua dierenwelzijn zijn de huidige toestanden in de bio-industrie natuurlijk diep triest. In eerste instantie was dit ook een van de redenen waarom ik vegan wilde worden. Maar is een wereld waarin we niets van dieren gebruiken daarom per se de mooiste wereld? Het allerbeste alternatief? Een aflevering van Floortje Dessing in Mongolië was voor mij een eyeopener. Floortje was een paar dagen op bezoek bij een meisje uit een nomadenstam. Dit meisje trok dag in dag uit geduldig door de bossen met de rendieren van haar groep. Urenlang. Ze hield van deze beesten maar maakte toch dankbaar gebruik van hun hun vacht, poep (als brandstof) en melk.

Ik zag deze manier van samenleven tussen mens en dier en vond het vooral heel erg mooi. Ik kon niet anders dan respect hebben voor de manier waarop zij leven. Dit is natuurlijk een uiterst persoonlijk standpunt, maar ik merk dat ik vooral de manier waaróp dieren in de bio-industrie behandeld worden wil veranderen. Wat mij betreft houdt dat in dat we veel veel minder dierlijke producten eten, maar niet dat we nooit meer dierlijke producten eten. Je kunt kaas ook kopen van een lokale biodynamische boer.

Je best doen is goed genoeg?

Ik heb besloten dat ik het woord falen niet meer gebruik. En dat ‘goed’ en ‘fout’ subjectieve oordelen zijn die we zelf vellen over onze eigen beslissingen. Streven naar perfectie kent veel nadelen, zelfs als het voortkomt uit compassie en naastenliefde. Ik heb de teugels bewust laten vieren. Tegenwoordig probeer ik me weer wat meer vast te houden aan principes zoals ‘alle kleine beetjes helpen’ en ‘je best doen is goed genoeg’. Maar dat mijn veganisme-avontuur uitmondde in een levenswijze die bijna altijd rekening houdt met onze planeet en met die dieren en mensen die haar bewonen, is nog steeds een feit waar ik trots op mag zijn.

Dit artikel verscheen oorspronkelijk in november 2018 op OneWorld. 

beef-beef-chuck-beef-steak-1539684

Dit is hoe supermarkten ons in de steak laten

Ondanks interesse in vega worden we richting vlees geduwd.

foto: annemieke van der togt

‘Vegan zijn is soms een struggle’

In de 3DOC 'Boter, kaas, noch eieren' zie je de twijfels van vegan Milouska Meulens.

jessamine-slingerland

Over de auteur

Jessamine Slingerland behaalde haar bachelor International Studies en haar master International Development Studies.
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief