De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) heeft de Vegetarische Slager opdracht gegeven de naam van hun producten aan te passen. De namen ‘visvrije tonyn’, ‘kipstuckjes’ en ‘gerookte speckjes’ zouden misleidend zijn voor de consument.

Op Twitter reageren mensen verontwaardigd. Welke consument denkt nu echte tonijn te hebben gekocht als-ie ‘visvrije tonyn’ aanschaft? “Pak die vleestomaten bij de groenteboer dan ook eens aan”, grapt een twitteraar, en “Hoe zit het met gestampte muisjes?”. De vraag waarom vleesvervangers op vlees moeten lijken, wordt echter niet gesteld. Waarom heten kipstukjes niet gewoon sojastukjes? OneWorld sprak met consumentensocioloog Hans Dagevos van Wageningen University.

De Vegetarische Slager probeert met haar producten zoveel mogelijk op het vlees te lijken. Voor oprichter Jaap Korteweg was zijn gemis van de smaak van vlees een reden om het bedrijf op te richten. “Onze producten zijn voor vele groepen geschikt, maar we richten ons inderdaad vooral op vleesliefhebbers,” legt de Vegetarische Slager zelf uit, “We willen hen graag laten beleven dat ze helemaal niets hoeven te missen als ze het vlees één of meer dagen achterwege laten”. De markt van vleesvervangers kijkt van oudsher intensief naar de vleesmarkt: “Ze kijken welk vleesproduct goed loopt en wat ze zelf adequaat na kunnen maken.” De vleesmarkt is een veel grotere markt dan die van de plantaardige vleesvervangers. Dagevos: “Daarom is de vleesmarkt het referentiepunt.”

Twee groepen

Volgens Dagevos zijn er twee typen consumenten in het geding. Een deel behoort tot de vleesminderaars. Dagevos: “Deze groep wil een laagdrempelige vleesvervanger ter afwisseling. Je neemt aardappelpuree, groente en een vleesvervanger die op een worstje lijkt.” Die consument hoeft op deze manier niet lang na te denken hoe dat vegetarische gerecht moet worden bereid. Maar er zijn ook consumenten die over de hele linie anders willen eten: de vegetariërs en veganisten. Zij vinden vleesvervangers eigenlijk een beetje raar. Dagevos: “Als je nooit vlees eet, voelt het vreemd om een plantaardig worstje te eten.”

Vegaflappen

De groep die vleesvervangers eet, is nog steeds niet groot. Dagevos: “We zijn gewend om veel vlees te eten, vlees staat bijna altijd op het menu.” Dat verandert maar heel langzaam, hoewel er tegenwoordig meer vleesvervangers worden gegeten dan vroeger. Dagevos: “De vleesvervangerindustrie kampt met een imagoprobleem. Mensen denken dat vleesvervangers nog dezelfde ouderwetse vegaflappen zijn als vijftien jaar geleden, maar de innovatie is hard gegaan, al wordt die nog niet door iedereen herkend.”

bewlg3-0519

Over de auteur

Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief