Miljoenen textielarbeiders op straat. Naaiateliers zwaar geraakt vanwege corona. Merken laten kledingarbeiders in de steek. Kledingstukken liggen stof te vergaren doordat merken hun bestellingen in volle coronacrisis annuleren. De koppen van de afgelopen maanden tonen een somber beeld van de textielindustrie. Uit cijfers van Fashion Checker, een platform dat de Schone Kleren Campagne eind vorige maand lanceerde, blijkt bovendien dat 93 procent van de bedrijven zijn werknemers ook buiten deze crisis niet voldoende betaalt. Zo zitten arbeiders niet enkel zonder inkomsten, maar ook zonder spaargeld. Met alle gevolgen van dien.

Zodra de technologieën verder ontwikkeld zijn, kunnen we kleding dragen uit 100 procent gerecycled materiaal

“De coronacrisis laat heel duidelijk zien hoe kapot dit systeem is”, zegt Christie Miedema, campagnecoördinator van de Schone Kleren Campagne. “Nu is het moment om echte verandering af te dwingen.” Maar hoe verander je een sector die druipt van de misstanden? Vier hoopvolle ideeën van experts op een rij.

1) Een wereld zonder nieuwe kleren

Misschien wel het meest baanbrekende toekomstbeeld komt van onder anderen Monica Titton, socioloog en modetheoreticus aan de Universiteit voor Toegepaste Kunsten in Wenen. In haar utopische wereldbeeld kan de mode-industrie ophouden met produceren en verkopen. “Deze wereld heeft al genoeg kleren.” Design blijft voor Titton wel belangrijk. “Maar het is dan aan de ontwerpers om strategieën te bedenken om iets nieuws te maken uit wat we al hebben. Zo behoudt mode zijn sociale functie, zonder deze planeet – en kledingarbeiders – kwaad te doen.”

Studies van adviesbureau McKinsey tonen aan dat we meer dan de helft van de geproduceerde goedkope kledingstukken binnen een jaar afdanken; laaggeprijsde kledingstukken dragen we amper zeven à acht keer. Dat dit de wereld schaadt, is bekend.

Technologieën waarmee we kleren hoogwaardig kunnen recyclen zijn al in ontwikkeling. Zo wordt er hard gewerkt aan methoden om stoffen chemisch te recycleren. Daar zit veel potentieel in, want momenteel wordt “minder dan 1 procent van alle kleding in de wereld omgezet in nieuwe kleding”, volgens Hilde van Duijn, projectmanager bij Circle Economy. Dat ligt niet enkel aan de beschikbare technologie, maar ook aan de zogeheten recyclegraad. Jaarlijks wordt in Nederland 75 miljoen kilo textiel ingezameld. Ongeveer 135 miljoen kilo verdwijnt bij het restafval.

Het is volgens Van Duijn te vroeg om te dromen van een wereld zonder nieuw textiel. “Daarvoor zijn we te afhankelijk van mechanische recycling, waarbij minstens 70 procent nieuwe vezels wordt toegevoegd om tot een stof te komen die niet al na één wasbeurt uit elkaar valt.” Voorlopig nog toekomstmuziek, dus. “Zodra de technologieën verder ontwikkeld zijn, kunnen we kleding dragen uit 100 procent gerecycled materiaal”, zegt innovatieanalist Rosanne van Miltenburg van het duurzame mode-platform Fashion For Good. “Of we kiezen voor vezels uit natuurlijke grondstoffen die uiteindelijk weer in de natuur afbreekbaar zijn. Ook op die manier zal er in de toekomst geen echt afval meer bestaan.”

2) Een kledingabonnement op maat voor de consument

Een kledingabonnement kan helpen om overstock, oftewel voorraadoverschotten tegen te gaan, denkt Niki De Schryver, oprichter van COSH, een platform dat duurzame retailers in West-Europa verzamelt. “Nu moeten designers en modebedrijven gokken – op basis van algoritmes, maar toch – hoeveel consumenten gaan kopen en wanneer ze dat gaan kopen.” Dat kan anders. “Als elke consument drie favoriete ontwerpers of merken zou hebben en op voorhand zou aangeven welke soort kleding ze willen, dan wordt zo’n bestelling vooraf bevestigd en in het juiste seizoen aangeleverd.”

Dat zou betekenen dat modebedrijven mínder gaan produceren, omdat er meer bestellingen op maat zijn. Dat businessmodel staat haaks op het concept achter fast fashion, waarbij in enorme volumes (en in razend tempo) geproduceerd wordt om de kosten te drukken.

In de toekomst hebben we nog slechts één kledingstuk nodig dat kan veranderen van vorm en kleur en nooit vuil wordt

Het idee van kledingabonnementen is niet nieuw. Er bestaan al verschillende abonnementen om kleding te huren. “In Amsterdam kun je terecht bij kledingbibliotheek Lena, in Arnhem bij Outfit Library LESS en in Den Haag bij Bij Priester”, vertelt Van Miltenburg. Haar organisatie bracht vorig jaar een rapport uit over verhuurmodellen. Voor kinderkleding bestaat Hullaloop, Bieby en Circos. Ook voor speciale gelegenheden kun je kleding huren: Spinning Closet voor designerkleding en Gibbon, dat zich richt op toeristen die voor hun reis een andere garderobe zoeken. Naast huren voor korte periodes, kun je kleding ook leasen, zoals de spijkerbroeken van Mud Jeans.

Het verschil met het idee van De Schryver: zij pleit voor een systeem waarbij ook de klassieke verkoop aan de hand van abonnementen werkt, om zo de afvalberg van nieuwe kleding te verkleinen. Op grotere schaal spelen persoonlijke stylingservices zoals het Amerikaanse Stitch Fix en Trunk Club daar al op in: zij sturen klanten kleding in hun stijl, zodat die niet meer zelf hoeven te zoeken en de bedrijven – mits ze de stijl van hun klanten juist inschatten – minder overstock hebben. Zelfs Amazon zet tegenwoordig in op een persoonlijke kledingkast aan huis. De Amerikaanse journalist Dana Thomas bespreekt deze Prime Wardrobe in haar boek Fashionopolis. ‘Zij sturen klanten een doos vol kleren, schoenen en accessoires en wat je niet wilt, stuur je gewoon terug.’ Het nadeel daarvan is dat de afvalberg er niet door zal verkleinen.

Kleding op maat zal gewoner worden, zo is de verwachting. De Nederlandse ontwerpster Iris van Herpen, die Thomas interviewde voor Fashionopolis, richt zich op het 3D-printen van kleding, en ook de Belgische Jasna Rokegem houdt zich bezig met innovatie en fashion tech. Zij hoopt dat we in de toekomst nog slechts één kledingstuk nodig hebben: een stuk dat kan veranderen van vorm en kleur en nooit vuil wordt.

3) Een fonds voor sociale zekerheid

Merken zouden een afdwingbaar akkoord kunnen ondertekenen om een fonds voor sociale zekerheid op te zetten voor arbeiders. Daarop hoopt Marlese von Broembsen, directeur van het juridisch programma van WIEGO, een ngo die opkomt voor thuisarbeiders in de textielindustrie. “Elk merk dat afneemt van leveranciers in landen waar geen sociaal vangnet is, zou moeten bijdragen aan zo’n fonds.”

Von Broembsen deed voor dit idee inspiratie op in India, waar een soortgelijk fonds al bestaat in de bouwsector. Alle bouwbedrijven betalen mee aan dat fonds zodat elke arbeider, of die nu voor bedrijf X of Y werkt, recht heeft op sociale zekerheid, bijvoorbeeld bij ziekte. In de textielsector bestaat zo’n fonds nog niet. Wel bestaan privéfondsen, zoals het Good Fashion Fund, dat is opgericht door Fashion For Good en fabrieken van leningen voorziet. “Leningen voor producenten kunnen aan een aantal sociale vereisten vasthangen, maar het fonds zelf richt zich niet op sociale zekerheid”, zegt Rogier van Mazijn, investeringsmanager bij Fashion For Good. De Schone Kleren Campagne, die ook pleit voor betere sociale zekerheid, is geen voorstander van private fondsen, omdat daardoor te weinig wordt ingezet op publieke sociale voorzieningen.

Eigenaars heropenen fabrieken onder een andere naam, waardoor de lokale vakbonden niet mogen terugkeren

Von Broembsen benadrukt dat zo’n fondsenakkoord bindend en afdwingbaar moet zijn, in plaats van dat merken vrijwillig een bijdrage kunnen leveren. Ze vergelijkt het met het Bangladesh Akkoord voor Brand- en Gebouwveiligheid. Dat werd opgezet in de nasleep van de instorting van fabriekscomplex Rana Plaza in 2013, waarbij ruim 1100 arbeiders om het leven kwamen. Het Akkoord liep begin juni af, na een transitieperiode waarbij de overheid de taken van de inspecteurs van het Akkoord overnam.

Voor veel experts blijft dit een teken dat merken, vakbonden en ngo’s wel degelijk kunnen samenwerken en dat merken, ondanks hun onderlinge concurrentie, afspraken kunnen maken op sectorniveau. Een fonds als sociaal vangnet in de textielindustrie is volgens Von Broembsen nu meer dan ooit aan de orde. Ze heeft het idee alvast geopperd tijdens een VN-conferentie in Genève en binnenkort stelt ze het formeel voor aan de partnerorganisaties van WIEGO.

4) Vakbonden over landsgrenzen heen

In de coronacrisis hebben vakbonden het zwaar: eigenaars heropenen fabrieken onder een andere naam, waardoor de lokale vakbonden – die vaak zijn opgericht bij het personeel van één specifieke fabriek – niet mogen terugkeren, constateert de Schone Kleren Campagne. Ook worden vakbondsleden ontslagen uit fabrieken. “Al blijft het moeilijk aantoonbaar of iemand ontslagen wordt omdat die actief is in een vakbond of niet”, zegt Ruben Korevaar, beleidsmedewerker bij FNV Mondiaal, daarover.

Toch zijn experts het erover eens dat deze crisis vakbonden ook kansen biedt. Zo ook Asad Rehman, directeur van War On Want, een Britse organisatie die armoede bestrijdt. “Als we solidariteit tussen arbeiders kunnen aanwakkeren, door de hele keten en over landsgrenzen heen, dan kunnen vakbonden deze crisis ombuigen. Dan zitten arbeiders niet meer aan de verliezende, maar aan de winnende kant.”

Als arbeiders over landsgrenzen heen solidair zijn met elkaar, dan kunnen vakbonden deze crisis ombuigen

Volgens vakbond CNV Internationaal kan het beide kanten opgaan. “Dissidenten zoals vakbondsactivisten worden nu onder druk gezet of uitgeschakeld”, zegt Hanneke Smits, regiocoördinator Azië van CNV Internationaal. Zo is de Cambodjaanse vakbondsleidster Soy Sros zelfs gevangengenomen omdat ze zich op sociale media uitsprak over de wanpraktijken in haar fabriek van Superl Holdings. “Maar we zien ook nieuwe samenwerkingen ontstaan tussen vakbonden onderling of tussen vakbonden en werkgeversorganisaties, zoals in Vietnam, waar die partijen voor het eerst in de geschiedenis zich gezamenlijk uitspraken tegenover merken. Tot slot zien we ook internationale samenwerkingen, bijvoorbeeld tussen werkgeversorganisaties van verschillende landen.”

Ook Ayesha Barenblat, oprichter van Amerikaanse anti-fastfashionorganisatie Remake, vindt deze crisis cruciaal om vakbonden te versterken. “Nu zitten ze in zwaar weer, maar na elke recessie zijn die groepen er sterker uitgekomen. Ik ben ervan overtuigd dat dat nu niet anders zal zijn. Ik zie steeds jongere vakbonden, met steeds meer vrouwen aan het roer. Dat geeft me hoop. Deze reset is niet te stoppen.”

Journalist Sarah Vandoorne brengt deze week ‘Shopdown’ uit, een e-book over de impact van Covid-19 op de textielindustrie. In haar vooronderzoek vroeg ze 35 experts (o.a. juristen, ondernemers, wetenschappers), onder wie de vier denkers die in dit stuk aan bod komen (Monica Titton, Marlese von Broembsen, Niki De Schryver en Asad Rehman), naar hun best case-scenario na corona.

NTUF_2

Primark en C&A zetten kledingarbeiders op straat

Kledingmerken annuleren bestellingen, arbeidsters verliezen hun inkomsten.

Ontwerp-zonder-titel-19

‘Zwarte levens tellen niet in de mode’ (en dat is altijd zo geweest)

Kolonialisme en slavernij vormen de basis van de mode-industrie.

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
mg_7012

Over de auteur

Freelance journalist met focus op eerlijke mode

Sarah Vandoorne is een Belgische freelance journalist. Ze schrijft onder meer voor MO* Magazine, Eos Wetenschap, Charlie Magazine en One …
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief