Hoe komt het toch dat voedsel uit de buurt vaak in geen velden of wegen te bekennen – of herkennen – is in de supermarkt? En dat ’s zomers sinaasappels uit Zuid-Amerika goedkoper zijn dan bramen uit Nederland? De mensen van actieplatform FoodGuerrilla zochten uit hoe we lokaler kunnen eten. En waarom zouden we eigenlijk?

Bij het opzetten van GEEF Café, een restaurant zonder prijzen waar bezoekers betalen naar draagkracht, zijn Judith Manshanden (34) en Laura Schön (32) voor een raadsel komen te staan. De beide FoodGuerrilla’s willen graag voedsel van lokale producenten op het menu zetten, maar weten niet goed hoe ze daaraan komen en hoe ze het rendabel maken. Als horecaondernemers komen ze al snel uit bij groothandels met plastic verpakte hammen en tien kiloverpakkingen champignons. Hetzelfde probleem had Willem Treep een aantal jaar geleden tijdens het boodschappen doen. Waarom was het zo moeilijk om Nederlandse appels in de supermarkt te vinden tussen de schappen met buitenlands groente en fruit? Samen met Drees Peter van den Bosch richtte hij Willem & Drees op, een tussenhandelaar die telers rechtstreeks verbindt met supermarkten in de buurt. ‘Lokaal eten brengt de menselijke verhoudingen terug’, vertelt Willem. ‘Als voedsel globaliseert, komt het steeds verder af te staan van mensen: je weet niet wat de kwaliteit en de groeiomstandigheden van groenten en zaden zijn.’ In plaats van ‘lokaal’ spreekt Willem liever
over ‘logisch’. Hij hecht meer waarde aan de manier waarop telers werken en de seizoenen waarin een product groeit, dan aan de afstand die het binnen ons land aflegt. ‘Lokaal volgt automatisch de seizoenen. Als we alleen maar zouden eten wat er in het seizoen te krijgen is, eten we bijna altijd lokaal.’ De ‘kleine groothandelaar’ levert inmiddels producten van 150 telers aan 1200 winkels. De logistiek blijft een heikel punt. Willem: ‘De vervoerskosten zijn relatief hoog bij lokaal eten. De grote transportstromen zijn zo efficiënt dat je daar bijna niet tegenop kunt.’

Elektrische Vrachtwagens
Die grote transportstromen zorgen er dus voor dat broccoli uit Spanje soms efficiënter en goedkoper op ons bord terechtkomt dan boontjes van een teler uit de Betuwe. Zonder een tussenpersoon vindt een lokale teler met kleine volumes niet eens aansluiting bij de goed geoliede logistieke stroom naar grote supermarkten. En stel dat een kleine producent kleine hoeveelheden telkens zelf zou brengen, dan veroorzaken deze kleine ritjes relatief meer CO2-uitstoot.

Hoe regionale netwerken van producenten zich beter kunnen organiseren, wordt onderzocht in het project Voedsellogica, een initiatief van urban research platform Cities. ‘Zelfs als voedsel om de hoek wordt geproduceerd, moet het nog de stad in worden gebracht,’ vertelt projectmanager Anke de Vrieze. ‘Het is belangrijk om lokale, korte ketens te creëren. Om lokale producenten te kunnen opnemen in een logistiek systeem zijn meer bundeling en andere vervoersmiddelen nodig.’ In Amsterdam maken een paar winkels nu gebruik van elektrische vrachtwagens en er vaart een elektrische boot die als vrachtschip dient en horeca-afval naar een bioraffinaderij brengt waar dit wordt omgezet in energie. ‘Dat soort alternatieven moet je veel meer in de spotlights zetten, zodat mensen zien dat het ook anders kan.’

Ontmoet je Boer
Bewustwording kan er uiteindelijk toe leiden dat consumenten van een producent gaan eisen dat hun eten op een duurzame manier wordt vervoerd. En dat is een belangrijke pre: lokaal voedsel is persoonlijk. Wanneer je de boer kent, kun je hem wijzen op zijn verantwoordelijkheid. Willem Treep: ‘Direct samenwerken met boeren betekent dat de boeren uit de anonimiteit stappen. Mensen gaan vragen stellen, dat moet je als boer wel willenDat veel boeren maar al te graag uit die anonimiteit stappen, weet FoodGuerrilla Arthur Nijhuis (29) van Rechtstreex. Met buurtbewoners van verschillende wijken in Rotterdam en sinds kort in Utrecht, koopt hij rechtstreeks in bij boeren in de buurt. Arthur ploos de keten van boer tot consument uit op zoek naar plekken waar de meeste winst wordt behaald. Hij haalde deze schakels, zoals de groothandel en het distributiecentrum, ertussenuit. ‘Ik ben gaan kijken wat er in de buurt gemaakt wordt. Hoe krijgen we de appels van boer Smorenburg uit Woerden bij de mensen thuis?’

Elke groep vormt een eigen collectief met een coördinator die de wekelijkse bestelling van groente, fruit en zuivel doet. De buurtbewoners die bij deze ‘buurtburgemeester’ zijn aangesloten, halen hun pakketje daarna op in de wijk. Het initiatief is nog in de proeffase maar de verschillende groepen in de verschillende wijken groeien snel. Arthur: ‘Door het directe contact met de boeren kunnen mensen vragen stellen over hun eten. Dat heeft iets magisch.’

Samen Verantwoordelijk
Leuk bijeffect van Rechtstreex is dat het de cohesie in de wijk vergroot. Buurtbewoners ontmoeten elkaar bij het ophalen en hebben een gespreksonderwerp. En niet alleen de kwaliteitsbewuste yup heeft toegang tot lokaal geproduceerd voedsel, alle lagen uit de samenleving doen mee. ‘Door het weglaten van schakels probeer ik de producten goedkoop, onder de supermarktprijs, aan te bieden,’ vertelt Arthur. ‘Dat lukt niet altijd, maar ik beschouw het als een continue uitdaging.’

De boer krijgt altijd minimaal 50 procent van de prijs. En wat als maar één iemand een stukje kaas bestelt? ‘Ik garandeer niks. Het moet wel zinvol zijn om ergens voor te gaan rijden. Iedereen moet begrijpen dat we met elkaar verantwoordelijk zijn voor de producten.’

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
670

Over de auteur

Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief