Verder lezen?

Rechtvaardige journalistiek verdient een rechtvaardige prijs.
Maak jij OneWorld mogelijk?

ja, ik word nu lid vanaf 6,- per maand

Beeld je in: je reist met het openbaar vervoer. Het is 35 graden. Je stapt de overvolle bus in, waar je hutjemutje op elkaar staat. Alsof dat nog niet benauwd genoeg is, heeft de airconditioning het begeven. Zwetend sta je in de bus te wachten tot je op je bestemming bent. Zelfs een ritje van 15 minuten lijkt een eeuwigheid te duren. Je wordt al licht gestrest bij het idee dat je je straks door de menigte moet wurmen om naar buiten te komen.

Voor jou duurt deze busrit misschien vijftien minuten, voor veel dieren in de vee-industrie kan zo’n reis wel acht uur duren. En waar wij op tropische dagen nog kunnen besluiten de bus te vermijden, is het voor de varkens, koeien en kippen onmogelijk om aan bloedhete transportwagens te ontsnappen.

Hittestress

Door de opwarming van de aarde worden de zomers in Nederland warmer, en stijgt de temperatuur steeds vaker tot boven de 30 graden. In de zomer van 2019 kwam de temperatuur in Nederland voor het eerst boven de 40°C. In dat jaar maar liefst elf tropische dagen gemeten in De Bilt. Het Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut (KNMI) verwacht dat deze temperaturen rond het jaar 2050 met 1 tot 2,3 graden zullen zijn gestegen. Over de gevolgen die dit voor de mens heeft, lezen we geregeld, maar wat deze temperatuurstijging voor dieren betekent is veel minder bekend.

Het gaat daarbij niet alleen om transport. Anne Hilhorst, vicevoorzitter bestuur en manager campagneteam van Stichting Wakker Dier, vertelt dat het ook in de stallen snel heet wordt; gemiddeld zo’n 3 graden warmer dan buiten. Zulke temperaturen worden jaarlijks veel dieren fataal.

Afgelopen zomer kampten 146 miljoen dieren met (extreme) hittestress

Stijgende temperaturen veroorzaken ‘hittestress’ bij dieren, die toeneemt als transportwagens en stallen gebrekkig geventileerd worden, en als weilanden niet over schaduwplekken beschikken. Hoogproductieve dieren, zoals plofkippen en koeien die een grote hoeveelheid melk geven, krijgen het beduidend sneller warm dan andere dieren. Dit komt doordat ze meer voer gebruiken en dus meer warmte produceren. Bij een koe kan er al vanaf 20 graden hittestress optreden. Het dier zal dan gaan zweten, hijgen en langer stil blijven staan om op die manier zo veel mogelijk verkoeling te krijgen. Kippen, die geen zweetklieren hebben, koelen af door te hijgen of hun vleugels te spreiden, maar voor dat laatste is in de overvolle stallen nauwelijks ruimte.

In de zomer van 2020 registreerde stichting Wakker Dier 41 ‘hittestressdagen’. 146 miljoen dieren kregen met (ernstige) hittestress te maken. Een zomer eerder stierven meer dan 163.000 dieren door extreme hitte, veelal (150.000) jonge kuikens in een vleeskuikenbedrijf waar de ventilatie het begaf.

Schapen ondervinden hittestress als de temperatuur boven de 23 graden komt en schaduw ontbreekt. Ze gaan sneller ademen en hun eetlust neemt af. Varkens kunnen al vanaf 20 graden last krijgen van de warmte. Om verkoeling te zoeken, gaan ze liggen zodat het contact van hun lichaam met de vloer wordt vergroot. Maar in de stal of transportwagen is het vanwege de grote hoeveelheid dieren vrijwel onmogelijk om te gaan liggen. Met een andere manier waarop varkens verkoeling zoeken, door de modder rollen, wordt in moderne veehouderijen zelden rekening gehouden. Bij gebrek aan modderbaden rollen sommige varkens om af te koelen in hun eigen uitwerpselen.

Hittestress is niet alleen op het moment zelf schadelijk voor het dier, maar kan ook gevolgen hebben op de lange termijn. Zo krijgen melkkoeien een lagere melkproductie en ondervinden ze problemen bij het drachtig worden. Ook schapen produceren soms minder melk. Doordat varkens minder bewegen om zo min mogelijk warmte te produceren, zullen ze het vaker nalaten op te staan om te plassen, waardoor urineweginfecties kunnen ontstaan die weer kunnen leiden tot vruchtbaarheidsproblemen bij zeugen.

‘Meer bewustwording en kennis’

Na de zomer van 2015 werd door de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) een Nationaal Plan voor veetransport bij extreme temperaturen opgesteld. In dit plan ligt vast dat extra toezichtmaatregelen in werking treden wanneer een temperatuur van 27 graden of hoger wordt verwacht. Op warme dagen zal de NVWA extra controles op transporten uitvoeren, waarbij ze onder andere de temperatuur, watervoorzieningen en ventilatie nalopen, evenals de aanwezigheid en inhoud van een eventueel noodplan.

Sinds vorig jaar geldt een verbod op veetransport bij een temperatuur van 35 graden of hoger

De Gezondheidsdienst voor Dieren stelde in 2017 bovendien een Draaiboek Hittestress op. Veehouders kunnen de maatregelen in dit draaiboek op warme dagen opvolgen om het welzijn van hun vee te verbeteren. Zo kunnen ze het staldak isoleren of koelen met water, ventilatoren plaatsen, vliegenbestrijding versterken en activiteiten als het laden van vee voor transport niet op de heetste momenten van de dag inplannen.

Sinds 2 juli 2020 is er bovendien een verbod van kracht op veetransport bij een temperatuur van 35 graden of hoger. Er waren al eerder afspraken gemaakt over veetransport op tropische dagen, waarop de temperaturen boven de 30 graden uitstijgen, maar die waren vrijwillig en de afspraak om bij 35 graden of hoger geen dieren te vervoeren, werd lang niet door iedereen nageleefd, aldus Landbouwminister Carola Schouten. Bij overtredingen dient de NVWA op te treden.

Maar hoewel in het Nationaal Plan dus wettelijke maatregelen omtrent veetransport staan, bevat het geen concrete regels waar het op de hitte in de stallen aankomt. Het is er alleen op gericht om ‘veehouders meer bewustwording en kennis bij te brengen’ over maatregelen die zij het beste kunnen treffen; zij zijn zelf verantwoordelijk voor de uitvoering.

Onderzoek door Wageningen Universiteit wijst bovendien uit dat de wetgeving onduidelijk is: er zijn bijvoorbeeld geen specifieke eisen voor het verstrekken van drinkwater voor pluimvee waaraan transporteurs moeten voldoen. En het Nationaal Plan voor veetransport bij extreme temperaturen stelt alleen eisen voor transport. Veehouderijen worden dus niet op de vingers getikt als stallen slecht geventileerd zijn of als weilanden geen schaduwplekken bieden, waardoor veel dieren aan de hitte kunnen sterven. Alleen incidenten die al hebben plaatsgevonden, en waarbij dieren dus al bezweken zijn aan de hitte, moet de veehouder verplicht melden.

Een Nationaal Hitteplan

Stichting Wakker Dier pleit momenteel door middel van een petitie voor een Nationaal Hitteplan met verplichte hitteprotocollen voor dieren, zowel tijdens het transport als in de stallen en in de wei. Anne Hilhorst: “Een verbod op veetransport dat pas ingaat bij een temperatuur van 35 graden is niet voldoende om hittestress bij dieren te verminderen. Veel dieren ervaren namelijk bij 20 graden al stress. De grens zou op zijn hoogst bij 30 graden moeten liggen.”

Ook zouden omstandigheden in stallen en weilanden in het plan moeten worden opgenomen. “De afgelopen zomers waren veel boeren niet in staat om de temperatuur in hun stallen te laten dalen, waardoor de brandweer regelmatig staldaken moest verkoelen met water. Het is belangrijk dat er wettelijke maatregelen komen voor koelsystemen of ventilatiesystemen om de temperatuur in stallen naar beneden te krijgen. Dit werkt wel alleen als er op warme dagen minder dieren in één stal verblijven, anders hebben koelsystemen weinig zin.”

Bijna 80.000 mensen ondertekenden de petitie van Wakker Dier, die op 18 september 2020 aan minister Schouten werd aangeboden. Ook krijgt de minister van de stichting een actieplan ‘met tien duidelijke stappen om dieren tegen de hitte te beschermen’. Zodat de dieren, net als wij met onze airco’s, de zomer stressvrij door kunnen komen.

Een eerdere versie van dit artikel verscheen op OneWorld.nl in augustus 2020.

group-of-hen-inside-cage-2273602

Kip, het meest geëxporteerde stukje vlees

Nederland is de grootste dierenhandelaar ter wereld.

beef-1884301_1920

Heftig, die slachtbeelden. Maar eten we er minder vlees door?

Zelfs als slachterijen van glas waren, zouden er waarschijnlijk nog vleeseters zijn.

IMG_6361

Over de auteur

Redactiestagiair

Wies Kerrebijn (1996) volgt een masteropleiding Gender Studies in Göteborg, Zweden. Schrijft graag over duurzaamheid en gendergelijkheid.
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief