Landkwestie Zimbabwe al 20 jaar heet hangijzer

18-04-2000
Door: OneWorld Redactie
Bron: onzeWereld/Ineke van Kessel

Toen Zimbabwe in 1980 onafhankelijk werd, was ongeveer de helft van de landbouwgrond in handen van zo’n vijfduizend grote blanke boeren. De 700 duizend kleine zwarte boeren moesten genoegen nemen met de andere 16,5 miljoen hectare.

Met uitzondering van Zuid-Afrika en Namibië was nergens in Afrika het grondbezit in de koloniale tijd zo scheef gegroeid als in voormalig Rhodesië. De onafhankelijkheidsoorlog was vooral een boerenoorlog: Afrikaanse boeren vochten voor de herovering van hun voorouderlijke gronden.

De Britten wilden dat blanke landbouwgronden niet zonder compensatie onteigend werden. De vertegenwoordigers van de bevrijdingsbeweging verzetten zich hiertegen.

Ze werden bij de vredesonderhandelingen in Londen uiteindelijk over de streep getrokken met nogal vage beloften over een internationaal fonds. Dat zou de blanke boeren schadeloos stellen. Land zou alleen worden opgekocht op basis van vrijwilligheid.

Het in Londen afgedwongen compromis heeft Robert Mugabe altijd dwars gezeten. Met vaste regelmaat verwijt hij de Britten dat zij geen woord hebben gehouden, en dat de schadeloosstelling van blanke boeren hun verantwoordelijkheid is.

Mugabe’s motto ‘waarom zouden wij moeten betalen voor het terugkrijgen van onze eigen grond’ raakt onmiskenbaar een gevoelige snaar onder de miljoenen landlozen. Maar de overtuigingskracht van dat motto is behoorlijk uitgehold door de cynische manier waarop de politieke elite van Zimbabwe zelf profiteerde van de landverdeling.

Compensatie
De Britse regering heeft over de afgelopen twintig jaar 40 miljoen Britse ponden ter beschikking gesteld voor het compenseren van uitgekochte blanke boeren. Daarmee acht Londen zich ontslagen van zijn verplichtingen. Zimbabwe daarentegen had op een veelvoud gerekend. Hardnekkige geruchten rond de onderhandelingen van 1980 spraken van een Brits-Amerikaans fonds ter waarde van een miljard dollar.

Kort na de onafhankelijkheid beloofde Mugabe grond aan 160 duizend zwarte boerengezinnen. Vijftien jaar later konden pas 70 duizend landloze gezinnen boeren op de gronden van de blanke kolonisten. Met enige regelmaat gingen landloze boeren over tot landbezettingen.


Geldgebrek, zei de regering. Wanbeleid, zeiden de critici. De kosten van de landverdeling waren veel hoger dan aanvankelijk geraamd. Het ging niet alleen om compensatie voor de blanke boeren. Om de nieuwgevestigde zwarte boerengemeenschappen levensvatbaar te maken moest een infrastructuur worden aangelegd, een machinepark opgebouwd, landbouwvoorlichting georganiseerd en afzetmarkten binnen bereik van de boeren worden gebracht.

Toen de overgangsbepalingen van het onafhankelijkheidsakkoord na tien jaar waren verlopen, voerde de regering een nieuwe landwet in die mogelijkheden bood voor gedwongen onteigening. Vervolgens brak een fikse rel uit toen de pers onthulde dat de eerste onteigende boerderij was toegewezen aan Witness Mangwende. Hij was minister van Landbouw en had zelf de nieuwe Landwet opgesteld.

Van de eerste honderd onteigende boerenbedrijven bleek uiteindelijk het leeuwendeel te zijn verpacht aan big men in de partijtop en de legerleiding. Mugabe zag zich gedwongen al deze pachtovereenkomsten te annuleren.



Ambitieus plan
Een nieuwe ronde in de landkwestie werd ingezet in 1997. De regering constateerde dat sinds de onafhankelijkheid slechts 3,4 miljoen hectare blanke landbouwgrond was herverdeeld onder zwarte boeren. Een nieuw, ambitieus plan beloofde de overdracht van 3,2 miljoen hectare aan landloze zwarte boeren. Tevens zouden zevenhonderd blanke boerderijen moeten overgaan in handen van grote zwarte boeren, die de commerciële bedrijfsvoering zouden voortzetten. Harare verwachtte dat buitenlandse donoren de kosten van dit landhervormingsprogramma zouden betalen.

Vervolgens raakte Zimbabwe in een economische crisis, die nog verergerde toen Mugabe zich in 1998 in een kostbaar militair avontuur in de Congo stortte. Landverdeling op dat moment zou de economie nog verder ondergraven.

De teelt van tabak, Zimbabwe’s belangrijkste exportgewas, zou sterk teruglopen. En zo’n 100 duizend landarbeiders zouden hun baan kunnen verliezen. Onder die omstandigheden waren de donoren niet bereid geld op te tafel te leggen, te meer omdat Mugabe tegelijkertijd miljoenen spendeerde aan de oorlog in Zimbabwe.

De landkwestie ging weer even op een laag pitje, tot Mugabe begin dit jaar een nieuwe poging deed om zijn tanende populariteit op te vijzelen. Nadat zijn regering het referendum over een nieuwe grondwet had verloren, moedigde Mugabe de ‘veteranen’ van de bevrijdingsoorlog aan om dan zelf maar het land van hun voorvaderen terug te nemen.

Toegang tot land is en blijft een klemmend probleem voor miljoenen landloze boeren. Daarover bestaat in Zimbabwe een brede consensus. Maar nu Mugabe de landkwestie gebruikt om politiek mee te scoren, lijkt een levensvatbaar landhervormingsbeleid verder weg dan ooit.

Londen verwacht grote stroom asielzoekers uit Zimbabwe

Reacties