Kritische milieu-organisatie krijgt geen Amerikaans geld meer

18-05-2000
Door: OneWorld Redactie
Bron: IPS

In april ontving de Indonesische milieugroep Jatam een brief met de mededeling dat het geen nieuwe steun meer zal ontvangen van US AID. Jatam is een netwerk dat het opneemt voor de slachtoffers van grote mijnbouwondernemingen.

De organisatie kreeg jaarlijks 75.000 dollar om plaatselijke gemeenschappen in de buurt van grote mijnen te ondersteunen. Jatam houdt ook zelf de impact van de mijnbouw in de gaten. Gevreesd wordt dat ook een andere organisatie die al jaren steun krijgt van USAID zal worden drooggelegd.

Sinds het aantreden van de democratisch verkozen president Abdurrahman Wahid wordt zelfs vanuit regeringskringen openlijk kritiek geleverd op manier waarop multinationale ondernemingen carte blanche kregen. De corruptie uit het tijdperk-Suharto heeft daar volgens organisaties alles mee te maken.

Alleen plaatselijke actiegroepen hebben het geduld en de contacten om problemen als afvallozingen, het uitblijven van compensaties voor het verlies van akkers en intimidatie en verdrijving van omwonenden in kaart te brengen.

‘We dringen er ten zeerste op aan dat de Amerikaanse regering de frêle democratie in Indonesië steunt, in plaats van de lonende verbintenissen met Amerikaanse ondernemingen’, schrijft de milieuorganisatie Friends of the Earth in een open brief aan minister van Buitenlandse Zaken Madeleine Albright.

Mijnbouwactiviteiten herzien

Jatam riep de Indonesische regering in 1999 op om alle nieuwe mijnbouwactiviteiten op te schorten en alle bestaande licenties te herzien.

De actiegroep stelt dat buitenlandse mijnbouwondernemingen in Indonesië een patent hebben op mensenrechtenschendingen en grote milieuschade. Eén van de grootste boosdoeners is volgens Jatam het Amerikaanse bedrijf Newmont Mining Corporation.

Vorige week ging de directeur van Jatam, Chalid Muhammed, naar de jaarlijkse aandeelhoudersvergadering van Newmont in Denver. Hij vertelde er de aandeelhouders dat het bedrijf vanuit haar mijnsite Minahasa Raya in Noord-Sulawesi duizenden tonnen giftig afval rechtstreeks in de rivieren dumpt.

Dat zorgt voor hoge concentraties kwik, lood, koper, cadmium, arsenicum en andere giftige stoffen in de nabijgelegen Buyat-baai. ‘Het visbestand is drastisch gedaald, een groot probleem voor de vissers wier inkomen sterk daalt’, vertelt Muhammed.

Newmont daarentegen beweert zich te houden aan de Indonesische milieunormen. Volgens Muhammed heeft Newmont bij US AID geklaagd ‘dat het geld van de Amerikaanse belastingbetaler wordt gebruikt om een campagne tegen een Amerikaans bedrijf te voeren’.



‘Strijdig met Amerikaanse doelstellingen’

Kim Walz, een woordvoerster van US AID, bevestigt dat de steun aan Jatam niet werd verlengd: ‘Er bestaat twijfel over de onpartijdigheid van deze organisatie bij de hulp aan lokale gemeenschappen. Wij beschouwden dit als tegenstrijdig met doelstellingen van de VS’.

Walhi, de Indonesische tak van Friends of the Earth, is een andere organisatie die haar hulp uit de VS dreigt kwijt te raken. Walhi heeft veel kritiek op mijnbouwactiviteiten in Irian Jaya. Volgens Walhi is voor Freeport McMoRans Grasbergmijn meer dan 100 vierkante kilometer regenwoud vernietigd. Ook Freeport zou giftig afval in de rivieren hebben gedumpt.

De Grasbergmijn bevat voor ruim 60 miljard dollar aan koper-, goud- en zilvererts. De afgraving van de Grasberg werd wereldwijd bekritiseerd.

De Overseas Private Investment Corporation (OPIC), een Amerikaanse overheidsinstelling die de investeringen in de mijn mede mogelijk maakte, stelde na een milieuonderzoek vast dat ‘de mijn een voortdurende bedreiging vormt voor het milieu, de gezondheid en veiligheid van de lokale bevolking’.

De Indonesische minister van Milieu en verscheidene parlementsleden roepen op om de activiteiten van Freeport aan nog meer onderzoeken te onderwerpen.

Volgens Friends of the Earth blies de Amerikaanse ambassadeur in Indonesië, Robert Gelbard, de voorbije weken publiekelijk de loftrompet over Freeport. Hij prees de verwezenlijkingen van het bedrijf op milieugebied. Gelbard kwam persoonlijk tussenbeide om de hulp aan zowel Jatam als Walhi af te snijden.

Deze laatste groep ontving sinds 1997 400.000 dollar van US AID. Volgens Kim Walz van US AID zijn de geruchten over de tussenkomst van de ambassadeur onjuist: ‘Er is op geen enkele manier druk uitgeoefend’, zegt ze. Volgens haar is de steun aan Walhi nog niet stopgezet.

Meer lezen over Friends of the Earth en mijnbouw

Reacties