Kritiek op textiel-protectionisme van rijke landen

20-07-2000
Door: OneWorld Redactie
Bron: IPS

De ITCB-voorzitter, Stuart Harbison, klaagt in een brief dat de drie handelsgrootmachten hun zes jaar oude beloften om hun importquota's op textiel en kleding te schrappen, maar zeer gedeeltelijk zijn nagekomen.

Harbison stuurde de brief aan de Canadese minister van Buitenlandse Handel, de Amerikaanse handelsgezant Charlene Barshefsky en de Europese Commissaris voor Handel Pascal Lamy. De zwakke prestatie 'van drie tenoren binnen de Wereldhandelsorganisatie heeft ons vertrouwen in de WTO en het proces van multilaterale handelsliberalisering geschonden,' schrijft Harbison.

Tijdens de Uruguay-onderhandelingsronde van de Gatt, de voorloper van de WTO, werd in 1994 afgesproken dat de rijke landen hun quota's en heffingen op textielproducten uit ontwikkelingslanden over een periode van tien jaar geleidelijk zouden wegwerken.

Ruim zes jaar later is amper 33 procent van de textielsector en de confectie-industrie in de rijke landen in regel gebracht met de WTO-bepalingen. Daarbij gaat het dan nog vooral om producten waarvoor sowieso geen quota golden, aldus het ITCB.

Canada bijvoorbeeld heeft amper 29 van de 295 bestaande invoerquota geschrapt, de EU 14 van de 219 en de VS 13 op een totaal van 750.

Volgens het ITCB is de traagheid waarmee handelsbeperkingen in een aantal 'overbeschermde' sectoren verdwijnen, niet alleen schadelijk voor de exportlanden, maar ook voor consumenten en bedrijven in het westen.

Volgens een recente studie in opdracht van de Zweedse regering kost het Europese protectionisme de EU meer dan 50 miljard gulden per jaar, of zo'n 280 dollar per gezin.

Europa is liberaal, maar niet consequent
Het is bepaald niet de eerste keer dat ontwikkelingslanden klagen over het protectionisme van de rijke landen. Juist textiel is voor Derde-Wereldlanden economisch erg belangrijk.

Textiel en kleding zijn goed voor eenvijfde van de export van afgewerkte producten van ontwikkelingslanden. Voor de groep van de minst-ontwikkelde landen is dat aandeel nog groter, aldus het ITCB.

De ITCB-groep bestaat uit 24 landen die samen 40 à 45 procent van de wereldhandel in textiel en confectie voor hun rekening nemen.

Bijna gelijktijdig met de publicatie van de open brief, maakte de Europese Commissie bekend dat de EU begint met het schrappen van de importbeperkingen op 62 bijkomende productcategorieën in de textielsector. Het gaat vooral om baby- en kinderkleding.

Met de maatregel start de EU de uitvoering van de zogenaamde 'derde fase' van de liberalisering van de textielhandel zoals afgesproken tijdens de Uruguay-ronde. Maar of de deadline voor deze fase, 1 januari 2002, wordt gehaald, is twijfelachtig.

Het beeld over Europa is dubbel. Enerzijds heeft de EU open grenzen voor een groot aantal producten en speelt de Unie een leidersrol in de vrijmaking van de wereldhandel.

Maar juist in enkele sectoren die van levensbelang zijn voor de ontwikkelingslanden blijft Europa zijn markt teveel afschermen. Het gaat vooral om textiel en landbouw.

Dit blijkt ook uit een net verschenen evaluatierapport over de EU van de Trade Policy Review Body (TPRB), het WTO-orgaan belast met de evaluatie van het handelsbeleid van de lidstaten.

'De EU preekt vrijhandel, maar beoefent puur protectionisme als het op de handel in landbouwproducten aankomt,' zei de Uruguayaanse vertegenwoordiger in dit WTO-panel. De EU gaf vorig jaar nog steeds 45 procent van haar budget - 100 miljard gulden - uit aan landbouwsubsidies.

Site van de Wereldhandelsorganisatie WTO

Reacties