Kritiek op rol IMF in Afrika

14-03-2007
Door: Emad Mekay
Bron: IPS

"De boodschap van de evaluatie is dat het Fonds duidelijker en openhartiger moet zijn over wat het heeft ondernomen en transparanter, meer volhardend en verantwoordelijk bij de implementatie van plannen", aldus het rapport.
 
Het rapport, dat begin deze week verscheen, is bedoeld om het IMF te helpen het management van het programma waaronder verplicht beleidsadvies wordt gegeven, in ruil voor leningen, te verbeteren. Het onderzoek werd uitgevoerd door het Independent Evaluation Office (IEO), een onderzoeksorgaan van het IMF.
 
Het rapport evalueert de rol van het IMF in 29 laaginkomenlanden in Afrika bezuiden de Sahara die tussen 1999 en 2005 onder de Poverty Reduction and Growth Facility (PRGF) vielen. De PRGF is een programma waaronder zachte leningen worden verstrekt.
Hoewel in deze periode de macro-economische prestaties van een aantal landen verbeterden door hogere groei en dalende inflatie, daalde het aantal mensen dat in armoede leefde nauwelijks.
 
De het rapport komt twee weken na een externe evaluatie waarin de samenwerking tussen het IMF en zusterinstituut de Wereldbank onder de loep werd genomen. Ook in die evaluatie werd geconstateerd dat het IMF zijn rol in laaginkomenlanden moet verhelderen.
De bevindingen van de onderzoekers zullen naar verwachting opnieuw aanleiding zijn om de rol van het IMF in arme landen en de relevantie van het Fonds voor de wereldwijde economische ontwikkelingen kritische te bekijken.
 
"Nu het Fonds irrelevant wordt voor veel middeninkomenlanden - zij trekken zich terug uit financiële programma's - wil het IMF juist een rol spelen in laaginkomenlanden", zegt Aldo Caliari van het Centre of Concern, een progressieve katholieke groepering in Washington.
Bij drie van de vijf landen waar de onderzoekers zich op richtten - Burkina Faso, Ghana, Mozambique, Rwanda en Tanzania - stond het IMF geen binnenlandse financiering toe van tekorten aan hulp. In recente programma's toont het IMF echter meer flexibiliteit, constateert het rapport. In Tanzania bijvoorbeeld, werd het fiscale beleid in 2001 versoepeld nadat de macro-economische situatie leek te verbeteren.
 
Het rapport constateert ook dat het IMF weinig overleg voerde met 'het publiek' in arme landen, inclusief maatschappelijke organisaties en lokale partners. Het Fonds zou daarnaast weinig gedaan hebben om aanvullende hulpbronnen te identificeren in landen waar de behoefte groter was dan de geboden financiële hulp. "IMF-medewerkers deden weinig moeite om aanvullende scenario's op te stellen en hun bevindingen te delen met de autoriteiten en donoren. Ze waren niet pro-actief in het mobiliseren van extra hulpbronnen", aldus het rapport.

Reacties