Koffieproducenten worden langzaam gewurgd

20-09-2001
Door: OneWorld Redactie
Bron: onzeWereld/IPS

In Duitsland vergaderen deze week voor het eerst alle producenten (niet alleen van koffie) van Max Havelaar, alle handelaars en organisaties samen over hoe het verder moet met de eerlijke handel. Dit gebeurt onder de paraplu van de Fair Trade Labeling Organisaions International (FLO).

Deze FLO gaat vanaf 2002 een belangrijker rol spelen voor Max Havelaar, stelt Rita Oppenhuizen van Max Havelaar Nederland. ‘Het controleren van producenten in ontwikkelingslanden, of ze wel voldoen aan de voorwaarden, zal voortaan extern gebeuren. Dat wil zeggen door FLO.’

Door die externe controle te scheiden van de organisaties, hopen de Max Havelaars in aanmerking te komen voor fondsen van bijvoorbeeld de Europese Unie. Daarmee zouden bijvoorbeeld campagnes gefinancierd kunnen worden om een groter marktaandeel te veroveren.

Dat is hard nodig want veel boeren redden het niet met de extreem lage koffieprijzen. ‘Mernsen moeten echt begrijpen dat drie pakken koffie voor een tientje ten koste gaat van iemand,’ aldus Oppenhuizen. In de laatste drie jaar is koffieprijs gehalveerd. Het is ruim 20 jaar geleden dat de prijs nog zo laag was. Koffie is dé bron van inkomsten voor arme gezinnen in wel 50 ontwikkelingslanden. Naar schatting 20 miljoen huishoudens moeten ervan zien te leven.

Koffie of coca?
Colombia bijvoorbeeld plukt daar de wrange vruchten van. Koffie is de nationale trots van Colombia en één van de pijlers onder de economie van het Zuid-Amerikaanse land, maar de wereldmarktprijzen zijn zo laag dat alle producenten alleen nog met verlies kunnen verkopen.

Veel kleine boeren moeten er de brui aangeven, al is er weinig kans dat ze ander werk kunnen vinden. Ook voor de ongeëvenaarde marketinginspanningen van de Colombiaanse koffiesector is er almaar minder geld.

'De grote koffieboeren kopen niet langer elk jaar een nieuwe wagen en kunnen hun kinderen niet meer naar de VS of Europa sturen om te studeren. Sommigen hebben zelfs een hypotheek moeten nemen op hun ranch,' zegt Carlos Naranjo, een Colombiaans koffie-expert.

Maar de meeste van 556.000 Colombiaanse gezinnen die van de koffieteelt leven, zien nu volgens hem écht zwarte sneeuw: 90 procent van de koffieboeren bezit minder dan vijf hectaren land en heeft dus in de goede tijden niet genoeg geld opzij kunnen leggen om de aanhoudende crisis te kunnen uitzweten.

Sommige kleine boeren in Colombia hadden zich al in het begin van de jaren 90 in de schulden gestoken, en sleepten door de hoge percentages een schuldenlast met zich mee die soms tot honderdvoudige was aangezwollen van de som die ze oorspronkelijk hadden ontleend.

Die boeren zijn nu als eerste niet meer in staat hun leningen af te betalen. Ze moeten hun akkers verkopen - en daarmee ook hun huisje, want meestal staat dat op dezelfde grond.

Omdat de crisis de hele koffiesector treft en er dus ook minder werk is op de grote plantages, blijft er voor dergelijke koffieboeren meestal niets anders over dan naar de stad te trekken en daar naar te proberen een nieuw leven te beginnen.

'Maar dat is heel moeilijk, want de hele economie maakt een crisis door. Twintig procent van de actieve bevolking in Colombia is werkloos,' zegt Naranjo.

De koffiecrisis waarmee grote producentenlanden als Colombia nu worstelen, vindt zijn oorsprong in 1989, met het opzeggen van Internationaal Koffieakkoord. Dat akkoord wees aan alle koffieproducerende landen quota toe die beletten dat er een overaanbod kwam op de markt en de prijzen dus hoog hielden.

Het prijsverval dat het gevolg was van het wegvallen van de productieafspraken en de wilde productiestijgingen, wordt sinds een drietal jaar nog versneld doordat nieuwe producentenlanden in Azië ook nog eens massale hoeveelheden koffie op de markt beginnen te brengen.

Dankzij een Wereldbank-project steeg Vietnams productie van amper 3,5 miljoen zakken van 60 kilogram in 1985, naar 13 miljoen zakken nu.

'De productiekosten liggen extreem laag in die landen, wat de koffie die van daar komt uiteraard ook veel goedkoper maakt,' zegt Jorge Cárdenas, de directeur van de Colombiaanse Federatie van Koffieboeren (Federacafé).

Gelukkig voor de Colombiaanse producenten is de koffie uit Vietnam voor het overgrote deel van de minderwaardige robusta-soort en bovendien van slechte kwaliteit, waardoor de Vietnamese handelaars niet in alle marktsegmenten echte concurrenten zijn.

Maar in elk geval zorgen de massale oogsten in Brazilië - nog altijd de grootste koffieproducent ter wereld - en in Vietnam, dat Colombia van de tweede plaats op de wereldranglijst verdreef, nu voor een wereldwijd overaanbod van 7 tot 10 miljoen zakken, schat Cárdenas.

Tegen eind oktober wanneer de koffieoogst van dit jaar ten einde loopt, zullen er wereldwijd 22 miljoen zakken koffie in voorraad zijn - een onvoorstelbare hoeveelheid die de wereldprijzen nog lang laag zal houden.

Tot het Internationaal Koffieakkoord werd opgezegd, kregen de Colombiaanse koffieboeren 1,20 tot 1,40 dollar per pond koffie. Een deel van de vette winsten die dat opleverde, werden via Federacafé en het Colombiaans Koffiefonds geïnvesteerd in internationale marketing en technische ondersteuning van de telers, wat de sector almaar sterker maakte.

Maar begin de jaren 90 begon de neerwaartse trend, die zich ondanks enkele goede jaren tot op vandaag doorzet. De export van koffie,

Max Havelaar

Reacties