Net als Nederland stuurde België delegaties naar waterstofprojecten in Zuidelijk Afrika. In 2024 bezochten de Belgische koning Filip en de baas van de Antwerpse haven Jacques Vandermeiren een project in Namibië, waar ze werden onthaald door president Nangolo Mbumba. Beeld: BELGA PHOTO BENOIT DOPPAGNE

Nederlandse waterstofplannen verdampen, maar landjepik in Afrika gaat door

Schone waterstof kan de Nederlandse industrie verduurzamen, maar er is zoveel ruimte voor nodig dat Nederland die zoekt in Zuidelijk Afrika. Daar worden ten koste van de bevolking en de natuur waterstofprojecten gebouwd, terwijl de Europese vraag naar waterstof nu alweer lijkt af te nemen. ‘Er staan overal hekken en mensen zijn verdreven.’

Dit artikel krijg je cadeau van OneWorld. Word abonnee

Schone waterstof. Met dat ‘wondermiddel’ hoopt de zware industrie ook in de toekomst te kunnen blijven draaien zonder de planeet verder te ruïneren. Schone waterstof – ook wel groene waterstof genoemd – wordt gemaakt met zon- en windelektriciteit en is in theorie volledig schoon. Nederland en andere Europese lidstaten zetten er fors op in om klimaatdoelen te halen. In 2030 moet 42 procent van alle waterstof die de zware industrie gebruikt ‘groen’ zijn.

 

Schone (of ‘groene’) waterstof, ontstaat via elektrolyse, waarbij met hernieuwbare stroom waterstof wordt gesplitst uit water. Nederland en Europa willen het inzetten voor chemie, kunstmest, staal en mogelijk zelfs als brandstof voor schepen en vliegtuigen. Waterstof dient nu vooral als grondstof voor kunstmest, de chemische industrie en olieraffinaderijen. Maar bedrijven zoals Tata Steel willen het in de toekomst inzetten als brandstof om zo aardgas en kolen te vervangen. Voor de productie van waterstof zelf is nu nog aardgas nodig, waarbij veel CO2 vrijkomt (‘grijze waterstof’). Bij ‘blauwe waterstof’ proberen bedrijven die CO2 op te vangen en op te slaan, maar dat lukt nauwelijks en is duurder.

 

De ‘charme’ van de gedroomde waterstofeconomie is dat die veel lijkt op de huidige fossiele economie, maar dan duurzamer. Bestaande olie- en gaspijpen kunnen met wat aanpassingen worden hergebruikt. En waar de haven van Rotterdam nu nog het grootste olie-, gas- en kolencomplex van Europa is, moet die straks het centrale aanknooppunt voor schone waterstof worden.

 

Deel dit

‘De belangen van fossiele bedrijven zijn torenhoog’

 

De belangen van fossiele bedrijven om die transitie te laten slagen zijn torenhoog. Omdat er in Nederland en Europa te weinig ruimte is om voldoende schone waterstof lokaal te produceren – er is veel wind- en zonne-energie en dus veel plaats nodig – moet grofweg de helft uit het buitenland komen. Langs de hele kust van Namibië en Zuid-Afrika, waar veel zon, wind én ruimte is, liggen nu plannen voor gigantische waterstofprojecten klaar. In 2023 vloog Mark Rutte twee keer naar de regio, met de Rotterdamse haven, de Gasunie en het Koninklijk Huis in zijn gevolg. Tijdens die bezoeken strooide hij met beloftes over banen, ontwikkeling en welvaart.

 

Maar tot dusver komt er weinig van die plannen terecht. De kosten liggen zo hoog dat afnemers zich terugtrekken en investeringen om de projecten van de grond te krijgen uitblijven. In Zuidelijk Afrika leidt dat inmiddels tot groeiende problemen. Volgens nieuw onderzoek gaat inmiddels twee derde van de geplande zon- en windcapaciteit in Afrika naar groene waterstof. Veel van die projecten komen nauwelijks van de grond door geldgebrek, maar blokkeren in afwachting van Europese vraag wél broodnodige investeringen in de lokale stroomvoorziening. Bovendien dreigen oude patronen zoals landroof, vervuiling en uitbuiting zich te herhalen, dit keer netjes verpakt in een groen jasje.

 

Drie voorbeelden van waterstofprojecten in Zuidelijk Afrika waarbij rechtvaardigheid ver te zoeken is.

 

1. Boegoebaai: landroof in groene verpakking

Boegoebaai, aan de Atlantische kust van Namakwaland in Zuid-Afrika, moet volgens Europese plannen uitgroeien tot een van de grootste exportlocaties voor groene waterstof. Een gebied ter grootte van Kaapstad is aangewezen voor zon- en windprojecten die de waterstoffabriek van stroom moeten voorzien. Duitsland, Nederland en de Rotterdamse haven tekenden al niet-bindende afspraken over toekomstige export.

 

De ontwikkelaar van het project, de Zuid-Afrikaanse olie- en gasgigant Sasol, belooft ondertussen ‘banen, werkgelegenheid en investeringen’. Maar de Richtersveld-gemeenschap, aan wie het land officieel is toegewezen, kreeg geen enkele inspraak in het project en voelt zich ontheemd. Ze protesteerde daarom tegen de komst van de fabriek. ‘Onze overheid laat ons keihard vallen door te beweren dat hier helemaal geen mensen wonen’, vertelde Walter Steenkamp, voorzitter van een kleinschalige visserscoöperatie, in 2024 aan de Belgische non-profit Corporate Europe Observatory.

 

Deel dit

‘Er staan overal hekken en mensen zijn verdreven’

 

Dunbevolkte gebieden zoals Namakwaland zijn vaak aantrekkelijk voor Europese waterstofprojecten, constateerde het Public Affairs Research Institute (PARI) in Johannesburg, juist omdat ze als dor en leeg worden beschouwd. Maar leeg is het land allerminst. Het land wordt van oudsher bewoond door het semi-nomadische Nama-volk. En het mag er dan droog zijn: eens per jaar, als de augustusregen valt, transformeert het barre zand in een ongetemd tapijt van rode, groene en oranje veldbloemen die alleen in dit stukje Afrika voorkomen. Conservation International beschouwt Namakwaland daarom als één van de 36 belangrijkste biodiversiteitshotspots ter wereld.

 

“Er staan inmiddels overal hekken en veel mensen zijn verdreven”, vertelt Pascoe Sabido. Hij schreef in 2024 mee aan een rapport over de invloed van de Europese ‘groene industrie’ op lokale gemeenschappen. Andries Joseph, die zelf deel uitmaakt van de Richtersveldgemeenschap, vertelt wat de hekken met hen doen: “We zitten gevangen. Het is hier als een gevangenis.”

 

Extra wrang: de gemeenschap raakte eerder hun land ook al kwijt. In 1957 plaatste staatsmijn Alexkor een hek om het gebied. Na de afschaffing van apartheid en slepende rechtszaken herwonnen ze in 2003 hun landrechten, maar nu dreigen ze die opnieuw te verliezen.

 

2. De Vaaldriehoek: de lokale energietransitie in gevaar

Het Nederlandse en Europese enthousiasme heeft Zuid-Afrika inmiddels verleid tot ambitieuze plannen die zich allang niet alleen meer tot de kust beperken. Toen Rutte in 2023 naar Zuid-Afrika reisde om die plannen aan te jagen, roemde hij de ‘unieke positie’ van het land op de toekomstige mondiale waterstofmarkt. Maar voor de nadelige effecten van de waterstofplannen is in Nederland weinig oog.

 

Tegen 2035 wil de Zuid-Afrikaanse overheid 39 gigawatt aan wind- en zonne-energie opwekken – vier keer zoveel als het land nu aan hernieuwbare energie kan produceren – uitsluitend voor waterstof. De helft daarvan is bestemd voor export naar de EU, de rest voor de lokale zware industrie. Maar er zijn nog steeds 3,5 miljoen huishoudens die überhaupt geen stroom hebben, en dagelijks zijn er urenlange black-outs in grote delen van het land. Die problemen blijven in de plannen buiten beeld.

 

De Zuid-Afrikaanse waterstof- en industrieplannen concentreren zich in de Vaaldriehoek, net buiten Johannesburg. Het Amerikaanse zakenmedium Bloomberg noemde het een van de ‘meest vervuilde gebieden ter wereld’. Staalfabriek ArcelorMittal South Africa, energiebedrijf Eskom en petrochemisch concern Sasol beloven groene waterstof in te zetten om de productie van staal en brandstoffen te verduurzamen. Volgens de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) bieden deze projecten ‘zakelijke maar ook sociale mogelijkheden’ voor Nederlandse bedrijven. Zij kunnen machines en expertise leveren, waarvoor zelfs subsidie beschikbaar is.

 

Deel dit

‘Een kwart van de tijd is er geen elektriciteit voor het land zelf’

 

Maar experts waarschuwen dat voorrang geven van zware industrie de energietransitie in Zuid-Afrika vertraagt, omdat het de transitie van huishoudens en andere bedrijfssectoren in de weg staat. “In een land waar 25 procent van de tijd geen elektriciteit is, vind ik het een beetje belachelijk om stroom uit wind en zon te gebruiken om waterstof voor de Europese markt te produceren”, zei Rainer Baake, speciaal gezant van Duitsland voor energie­samenwerking met Zuidelijk-Afrika, op de VN-klimaattop in 2022.

 

De klimaatwinst van de waterstofplannen is bovendien vaak uiterst onzeker. Eén van de investeerders, het Zuid-Afrikaanse energiebedrijf Sasol, wil bijvoorbeeld waterstof verkopen als hernieuwbare vliegtuigbrandstof voor Europa. Maar het grootste deel van die brandstof is vervuilende vloeibare steenkool, aangelengd met maar een klein beetje groene waterstof. Toch lobbyen Sasol en zijn Duitse partners bij de Europese Commissie om het als ‘hernieuwbaar’ te mogen verkopen.

 

Het financiële risico ligt volledig bij Zuid-Afrika. Het land wil 19 miljard euro investeren om deze plannen van de grond te krijgen, deels via dure leningen. Omdat het merendeel van de waterstof voor export bestemd is, hangt het succes vrijwel geheel af van Europese vraag – en die is uiterst onzeker. Blijft die uit, dan kunnen de investeringen snel in schulden veranderen.

 

3. Hyphen (Namibië): waterstof als Trojaans paard voor fossiele brandstof

Dat het met die Europese vraag misschien niet zo’n vaart loopt, blijkt uit het meest ambitieuze project van allemaal: Hyphen. De eindeloze wind- en zonnevlaktes kosten waarschijnlijk zo’n 10 miljard dollar, bijna twee derde van het Namibisch nationaal inkomen.

 

Vlakbij het slaperige stadje Lüderitz moet dit waterstofproject komen, dat bijna evenveel ruimte inneemt als Noord- en Zuid-Holland samen. Het project beslaat deels Tsau Khaeb National Park, op het voorouderlijke land van de Nama, een paar honderd kilometer ten noorden van Richtersveld in Zuid-Afrika. Ook hier protesteren de bewoners fel tegen de plannen.

 

De Rotterdamse haven en het Duitse energiebedrijf RWE jaagden het project aan en Rutte maakte er in 2023 ook nog een stop. De EU stelde 1 miljard euro beschikbaar, waarvan inmiddels 200 miljoen is uitgegeven. Volgens de ontwikkelaars moet de bouw in 2027 beginnen en in 2029 de export.

 

Deel dit

‘Voor de Namibische kust wordt nu geboord naar olie’  

 

Maar de definitieve investeringsbeslissingen blijven uit. De politieke wind in Europa is gedraaid. Groene plannen worden afgeschaald en in de industrieagenda van de nieuwe Duitse regering krijgt het veel goedkopere, maar vervuilende blauwe waterstof plots een veel grotere rol. Dat kan wel in Duitsland zelf geproduceerd worden. RWE is inmiddels volledig uit het project gestapt.

 

Hoe het nu verder moet met de Namibische plannen die van Lüderitz het ‘Dubai van Namibië’ moesten maken, is onduidelijk. Dat TotalEnergies recent is begonnen met boren naar olie voor de Namibische kust, is misschien een teken aan de wand.

 

In Walvis Bay is de haven recentelijk uitgediept met hulp van Nederlandse bedrijven. Volgens de plannen die samen met de EU en Havenbedrijf Rotterdam zijn opgetekend is de haven bedoeld voor de export van groene waterstof, maar kan hij net zo goed worden gebruikt voor transport van andere grondstoffen, of voor olie en gas. Sommigen zien de waterstofplannen daarom vooral als groene dekmantel voor grondstoffenhonger. “Het is een Trojaans paard om het gebruik van fossiele brandstoffen te rekken”, aldus onderzoeker Pascoe Sabido.

 

Hoe verder?

Hoe moet het nu verder met die mondiale waterstofdroom? Wat niet zoveel mensen weten is dat meer dan een derde van alle handel over zee bestaat uit het transport van gas en olie. En meer dan de helft van de totale overslag in de Rotterdamse haven bestaat uit fossiele brandstoffen. Als die handel wegvalt door elektrificatie van het energiesysteem is dat een bedreiging voor de haven en voor fossiele-energiebedrijven in Nederland. Om dat gat te vullen, zien beleidsmakers overzeese handel in waterstof als onmisbaar, vermoedelijk meer uit economische dan uit groene overwegingen. Daarom zal de hunkering naar waterstof in Nederland nog wel even aanhouden.

 

Experts waarschuwen dat grootschalig gebruik van waterstof als brandstof veel te kostbaar en inefficiënt is. Er gaat tijdens de productie namelijk enorm veel energie verloren. Van de energie die een windmolen produceert blijft na de productie van waterstof slechts 30 procent over, tegenover 90 procent als die molen elektriciteit direct aan de industrie levert. Er is dus drie keer zoveel hernieuwbare energie nodig om hetzelfde te bereiken. Niet alle energievraag vanuit de industrie kan direct worden geëlektrificeerd, maar volgens onderzoekers is 78 procent al haalbaar, en door technologische ontwikkeling zou dat oplopen tot 99 procent. Klimaatwetenschappers, milieuorganisaties én de Europese rekenkamer waarschuwen dan ook dat waterstofplannen ‘overdreven ambitieus’ zijn en een ‘reality check’ nodig hebben.

 

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Verder lezen?

Rechtvaardige journalistiek verdient een rechtvaardige prijs.
Maak jij OneWorld mogelijk?

Word abonnee

  • Digitaal + magazine  —   8,80 / maand
  • Alleen digitaal  —   6,60 / maand
Heb je een waardebon?

Factuurgegevens

Nieuwsbrieven

Je bestelling

Product
Aantal
Totaal
Subtotaal in winkelwagen  0,00
Besteltotaal  0,00
  •  0,00 iDit is het bedrag dat automatisch van je rekening wordt afgeschreven.

Lees je bewust met OneWorld en draag bij aan een rechtvaardige wereld.

Dat kan al vanaf 6 euro per maand

Ontvang onze beste verhalen in je mailbox

Je inschrijving kon niet opgeslagen worden. Probeer het nogmaals.
Je inschrijving is geslaagd

Volg ons