Klein is fijner

01-05-2004
Door: Tekst: Drs. W.L. Bronsgeest


De grote geïnstitutionaliseerde organisaties kennen een aanzienlijke overhead. In grote gebouwen denken vele beleidsmedewerkers in Nederland na over de vormgeving van de ontwikkelingshulp elders. Dat hierbij invulstramienen, sjablonen, dikke invulinstructies en uitgebreide (interne) procedures horen, spreekt voor velen voor zich. Maar kunnen de armen in de echte ontwikkelingspraktijk, bijvoorbeeld in een dorp in Afrika of ver weg in de rimboe van Papua Barat, daarmee werken? Nou nee. Internet geeft de hoger opgeleiden in de ontwikkelingslanden natuurlijk de mogelijkheid net zulke dikke projectvoorstellen terug te sturen. Echter, de mensen in het slecht bereikbare binnenland die echt hulp nodig hebben, worden hiermee niet bereikt en blijven kansloos.

De grotere organisaties werken daarnaast - uiteraard - via de officiële politieke kanalen. In veel gevallen is daarbij de hulp van de overheid in de betreffende ontwikkelingslanden nodig. En laat die overheid (eerst nationaal, en daarna lokaal) nu juist beginnen met een deel van het geld te gebruiken voor de eigen 'administratie' en 'organisatie'. Diverse onderzoeken geven een meer dan schokkend beeld van de corruptie in Indonesië.

Buitengebied

Een van de meest schrijnende voorbeelden van de ineffectieve ontwikkelingshulp is de stand van de medische zorg in Papua Barat, de meest oostelijke provincie van Indonesië. Unicef berichtte onlangs nog op de Indonesische televisie dat door kindersterfte in Papua jaarlijks zeventigduizend kinderen onder de vijf jaar sterven. In de binnenlanden is dit getal nog veel hoger, en nadert de 50 procent. Vervuild drinkwater, tropische ziekten en een van de hoogste percentages aids ter wereld eisen in dit gebied hun tol. In dit buitengebied komen zelfs de nationale hulporganisaties niet, laat staan de internationale hulporganisaties. De regering in Jakarta heeft andere prioriteiten. Alleen bedrijven die zich richten op de mijnbouw of houtkap en exploitanten voor de gaswinning zijn welkom in Papua.

Hoe kan het ook?

Onderzoek van de Stichting Duurzame Samenleving Papua Barat (SDSP) wijst uit dat alleen al voor een gebied als Papua Barat ruim vijftig organisaties bestaan die zich vanuit Nederland op dit gebied richten. Daar waar de grote organisaties vanaf 1992, door de maatregel-Pronk, in Papua Barat hun kennis en hun netwerken zijn kwijtgeraakt, hebben deze kleinere organisaties hun kennis verder opgebouwd en de netwerken versterkt. De hulp wordt rechtstreeks aan projecten gegeven, zonder extra grote overhead van de eigen organisatie, en buiten de grote internationale (en soms corrupte) kanalen om.

De laatste trend daarbij is de vorming van samenwerkingsverbanden en betere netwerken in Nederland. Zo heeft de SDSP het initiatief genomen tot het vormen van een federatieve samenwerkingsvorm, waarbij het doel is de krachten te bundelen in Nederland, om daarmee de bevolking van Papua Barat zo optimaal mogelijk te ondersteunen. De hulpvraag vanuit Papua Barat wordt daarmee beter in kaart gebracht, kennis wordt gedeeld en fondsenwerving kan door samenwerking krachtiger aangezet worden.

Steun vanuit de politiek

Om de ontwikkelingssamenwerking eens flink op te schudden, zou de landelijke politiek meer gerichte aandacht moeten geven aan de kleinere, professionele ontwikkelingsorganisaties met hun zeer gemotiveerde vrijwilligers. Minder fondsen naar de grote instituten, en een deel van het nationale ontwikkelingsbudget rechtstreeks naar de kleinere vrijwilligersorganisaties, die zich keer op keer bewijzen met projecten waarmee juist de lokale bevolking rechtstreeks ondersteund wordt: scholen bouwen, medische hulpposten neerzetten, aankopen van het eerste vee voor boeren en aandacht voor schoon water. Nauwere samenwerking tussen de kleinere en meer gespecialiseerde organisaties is daarbij een belangrijke succesfactor. Als deze lijn nadrukkelijker door de overheid wordt ondersteund, kan met relatief geringe inspanning slagvaardiger worden gewerkt op het gebied van ontwikkelingssamenwerking en komt de hulp op de juiste plek terecht.

Drs. W.L. Bronsgeest is projectmanager bij SDSP (Stichting Duurzame Samenleving Papua Barat). Dit artikel is geschreven op persoonlijke titel.



Reacties