‘Kleding moet niet alleen leuk zijn voor de dragers, ook voor de makers’

08-12-2016 Bron: OneWorld
oprichters van studio jux
Jitske (l) en Carlien van Studio JUX. Foto: Willem de Kam
Interview – 

Kleding moet leuk zijn voor iedereen die erbij betrokken is. Vanuit dat idee begonnen Jitske Lundgrens en Carlien Helmink Studio Jux. Belle de Jonge sprak met Carlien in hun winkel in Amsterdam.

Buiten klinken harde geluiden van de bouwvakkers die vlak voor de winkel aan het werk zijn. De winkel zelf straalt rust uit. Midden in de ruimte staat een houten tafel, waar Carlien en ik plaatsnemen voor het interview. De winkel opende een half jaar geleden maar studio Jux, dat op een eerlijke en duurzame manier kleding produceert in hun eigen fabriek in Nepal, bestaat inmiddels al 8 jaar.

Waarom dachten jullie: ‘Laten we een kledingmerk beginnen’?

“Het begin van Studio Jux ligt bij mijn compagnon Jitske. Zij heeft mode gestudeerd aan de HKU en zij was op studiereis naar verschillende leveranciers in India. In een ververij zag zij een man die stof moest verven en hij stond daarvoor in een bak met paarse verf. De man was van top tot teen helemaal paars. Ze schrok daar erg van en dacht: ‘Dit is niet waarom ik mode ben gaan doen’. Ze heeft een eerste collectie ontworpen bij een fabriek met goede werkomstandigheden en arbeidsvoorwaarden in Nepal. Vervolgens moet je de kleding wel kunnen verkopen. Toen kwam ik in beeld. Ik heb communicatiewetenschappen gestudeerd en kende Jitske via via. Haar intentie sloot helemaal aan bij waar ik naar op zoek was: met mode de wereld verbeteren. 

studio jux winkel in amsterdam

We kwamen tot de conclusie dat je pas verschil maakt als je je product verkoopt en geld terugbrengt naar het land waar de collectie is ontwikkeld. We hebben een businessplan gemaakt, een krediet aangevraagd en zijn samen doorgegaan met het Studio Jux zoals het is nu. Jux komt van de Duitse uitdrukking jux und tollerei, wat zoveel als loltrappen betekent. De gedachte achter Studio Jux is dat kleding leuk moet zijn voor iedereen die erbij betrokken is. Dus voor de mensen die de kleding dragen, maar ook voor de mensen die de kleding maken.”

Jullie hebben nu ook een eigen kledingfabriek. Hoe zijn jullie begonnen?

“We hebben zelf een ‘fabriek’ uitgekocht. Het was een heel klein pakken-ateliertje, ik denk dat daar drie of vier mensen werkte. We zijn daar eerst onderdeel van geworden, toen zijn we het gaan uitbreiden naar verschillende soorten producten en meer personeel. We hebben net weer twee mensen aangenomen en nu werken er 37 mensen.

In eerste instantie werkten we samen met verschillende bestaande fabrieken, die onze fairtrade normen en waarden delen. Bijvoorbeeld een fabriek van een man die zelf uit een lage kaste komt, maar zich heeft opgewerkt. Hij begrijpt hoe het is om een fabrieksarbeider te zijn en zorgt daarom goed voor zijn personeel.

We kwamen er al vrij snel achter dat je eigenlijk pas vragen over eerlijke productie kan stellen als je ook weet hoe het is om zelf een fabriek te hebben. Het is natuurlijk heel makkelijk voor ons hier om te zeggen ‘je moet je werknemers wel een leefbaar loon betalen’, terwijl je zelf niet weet wat voor invloed dat heeft op je bedrijfsvoering.”

Wat waren obstakels bij het opzetten van Studio Jux? 

“We komen van alles tegen. Sinds het nationale elektrabedrijf in Nepal een nieuwe baas heeft, heeft onze fabriek 24/7 elektra. Dat is nog maar twee weken. Daarvoor hadden we twee tot zes uur per dag geen stroom. En dat is niet echt handig als je met naaimachines moet werken.

Ook was in Nepal vaak politieke onrust. In het verleden heeft Studio Jux te maken gehad met heel veel stakingen en dat is niet vergelijkbaar met Nederlandse stakingen. Een staking betekent dat het land stilligt. Waag je je op straat, dan word je bekogeld met stenen of belaagd. Je kan dus niet werken. Wij hebben niet iedere zes weken een collectie zoals fast fashion ketens als H&M en Primark dat hebben, maar we werken wel met seizoenen. We moeten bijvoorbeeld onze wintercollectie leveren vóór de winter. Als het land twee weken op slot ligt, dan raakt je planning helemaal in de war. Maar dat is gelukkig al een hele tijd niet meer voorgekomen.

De fabriek van Studio JUX.

De smaken in Nederland en Nepal verschillen nogal. Ze dragen daar heel andere kleding. Soms liggen ze eerst een half uur dubbel om een ontwerp. Dan denken ze ‘dit is het lelijkste ooit’, uiteindelijk maken ze het dan wel. We hebben ook wel gehad dat de Nepalezen een decolleté te diep vonden. Ze dachten: ‘Dit kan niet kloppen!’ Dan maakten ze het gewoon hoger. Je moet ook bedenken dat als je net een huis hebt verloren in een aardbeving, de kwaliteitsstandaard hier niet zo makkelijk te begrijpen is. De naad een beetje scheef? Niet spierwit? Who cares? Toen we een babyitem ontwikkelden was de naad helemaal scheef. Daar zeiden we wat van. Toen was hun reactie: dat zien baby’s toch helemaal niet?”

Hebben de aardbevingen in Nepal invloed op Studio Jux gehad?

“De aardbevingen hebben echt een heel grote impact gehad. Onze fabriek zelf was gelukkig niet heel erg getroffen. Onze werknemers zijn wel zwaar getroffen: van hele huizen en alle bezittingen kwijt tot verloren familieleden, dus dat was heel heftig. De dag na de aardbeving zijn we gelijk een inzamelingsactie begonnen. We hebben rond de 50.000 euro opgehaald en daarmee hebben we heel veel directe hulp kunnen bieden. De hele gemeenschap om onze werknemers heen hebben we allemaal tenten kunnen geven. We zijn we allemaal dekens en kinderkleding gaan naaien in onze eigen fabriek. We hebben zelfs huizen moeten kopen voor sommige personeelsleden, best wel bizarre dingen. Ik denk dat de hele boel wel een maand heeft stilgelegen, omdat we met eerste hulp bezig waren.”

Jullie zijn deels een commercieel bedrijf en deels een NGO. Hoe verenig je die belangen?

Collectie van Studio JUX. Foto: Chantal Ehrhardt

“Het hoeven geen tegengestelde belangen te zijn. De kern van ons businessmodel is anders dan die van een fast fashion keten of die van een ouderwetse modemerk. Winst maken staat niet op nummer één. Veel merken betalen per kledingstuk. Dat betekent geen inkomsten voor de werknemers als er geen productie plaatsvindt. Onze werknemers hebben een vast contract met vakantiedagen en we zorgen voor pensioenopbouw en ondersteuning bij ziektekosten. We hebben ook een educatieprogramma voor onze werknemers, samen met Terres des Homes.

Wij betalen onze werknemers meer dan het minimumloon, want dat is geen leefbaar loon. Zo krijgt de schoonmaakster twee keer het minimumloon. Mensen met meer verantwoordelijkheden hebben weer een hoger loon. Ons doel is om onze sociale impact zo groot mogelijk maken en onze milieu impact zo klein mogelijk. We willen voor iedereen die bij ons bedrijf betrokken is een goed leven en wij zien dat dat gewoon mogelijk is. Ik wil er ook goed van kunnen leven, maar ik hoef geen Ferrari.”

Zijn jullie naast goede werkomstandigheden en een eerlijke loon ook duurzaam op het gebied van milieu?

 “In alles wat we doen proberen we een zo groen mogelijke keuze te maken. Onze collectie is volledig van duurzame materialen gemaakt. Voor zijde gebruiken we bijvoorbeeld een zijde vervanger. Als we katoen gebruiken is dat voor 90 procent biologisch. En niet alleen voor de stoffen, maar ook voor details zoals knopen en labels kiezen we een duurzame optie. We scheiden en recyclen ons afval en we doen niet aan overproductie. Ons hout en papier is gecertificeerd. We gebruiken alleen groene stroom en ga zo maar door.”

Ons advies: stop met iedere zes weken een collectie!

Dan lijkt de keuze voor een fabriek in Nepal niet zo logisch.

“Wij zijn echt begonnen vanuit de fairtrade gedachte. Onze eerste collectie was helemaal niet duurzaam, maar het is een beetje een sneeuwbaleffect. Het begon met de wens om de kleermaker een goed leven te laten leiden en gaat door naar de boer die wordt aangetast over de chemicaliën die hij moet gebruiken. Dan ga je over naar biologisch katoen. De keten is heel lang dus daar kun je allemaal verschillende keuzes in  maken, maar staat sociale impact op nummer één. Er leven tientallen families van ons werk, dus we zouden nu echt niet weg gaan uit Nepal.”

Wat zou je willen adviseren aan de grote kledingmerken om de mode-industrie te hervormen?

“Stop met iedere zes weken een collectie! Investeer in kwaliteit in plaats van kwantiteit. En kijk naar de true cost van een item. Het is heel leuk om een T-shirt van 3 euro in je winkel aan te kunnen bieden, maar de consument wordt daardoor misleid. Die heeft niet door dat de prijs ergens anders wordt betaald. De prijzen mogen best wel wat omhoog, zodat de consument beter kan plaatsen wat iets waard is. Alles moet alsmaar sneller en goedkoper, het is een race to the bottom. Ik zou zeggen stop daarmee.”

Belle de Jonge

Belle is redactiestagiair bij OneWorld en student Culturele Antropologie aan...

Lees meer van deze auteur >

Reacties