‘Kerncentrales zoeken afzetmarkt in Derde Wereld’

21-06-2000
Door: OneWorld Redactie
Bron: doris

In Kyoto, Japan, spraken geïndustrialiseerde landen af om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen. Een van de middelen die de rijke landen tot hun beschikking hebben, is het zogenaamde Clean Development Mechanism (CDM): als zij duurzame projecten in ontwikkelingslanden financieren en daarmee de uitstoot van broeikasgassen terugbrengen, hoeven ze daaraan in eigen land minder te doen.

Volgens milieuorganisaties lobbyen kerncentrales op dit moment hard om ervoor te zorgen dat de bouw van kerncentrales in ontwikkelingslanden ook onder het CDM valt. In kerncentrales komen bij de opwekking van elektriciteit immers geen broeikasgassen vrij, zo redeneert de industrie.

Canada, de Verenigde Staten en Japan voelen wel wat voor dat idee. Binnen de Europese Unie zijn Groot-Brittannië en Frankrijk voorstanders. De rest van de lidstaten voelt er daarentegen niets voor om kernenergie te gebruiken als een oplossing voor het klimaatprobleem.

Duitsland besloot vorige week juist zijn kerncentrales te sluiten.

Donderdag doet zich een mogelijkheid voor om dit meningsverschil te slechten. Dan komen de Europese milieuministers bij elkaar in Luxemburg. Een van de onderwerpen die de ministers bespreken is het Kyoto Protocol.

Het meningsverschil binnen de EU moet voor november van dit jaar opgelost worden omdat dan in Den Haag de zesde internationale milieuconferentie plaatsvindt. Daar wordt het Kyoto Protocol verder uitgewerkt. Tot op heden is het protocol nog niet van kracht, omdat geen enkel geïndustrialiseerd land het heeft geratificeerd. Op de conferentie willen de Europese lidstaten met een gezamenlijk standpunt komen.

‘Geen CO2-uitstoot, maar kernafval’
Het lijkt erop dat de lidstaten de kwestie voor zich uit schuiven, merkt Peer de Rijk van het Documentatie en onderzoekscentrum voor kernenergie, Laka, op. ‘Geen enkele lidstaat wil zich hieraan branden.’

Het ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu wil niet ingaan op de vraag of er grote meningsverschillen bestaan binnen de EU en of deze donderdag besproken worden. Er doen zich volgens de woordvoerder nog genoeg mogelijkheden voor om de zaak te behandelen.

Bovendien wijst hij erop dat minister Pronk van VROM vorige week in de Tweede Kamer heeft gezegd dat ‘geen haar op zijn hoofd’ eraan denkt om kernenergie als een oplossing van het broeikasprobleem te zien.

Maar volgens De Rijk durft Pronk die stelling niet internationaal te verkondigen. Op de top in november is Pronk voorzitter en een te uitgesproken mening kan wrevel wekken bij landen. De Rijk verwacht dat de Europese lidstaten tot een vaag compromis komen die ruimte laat om kerncentrales onder het CDM in ontwikkelingslanden te bouwen.

Ook Greenpeace is daar bang voor. ‘Niet-gouvernementele organisaties willen dat er in Den Haag een dichtgetimmerde lijst komt van alles dat er onder het CDM mogelijk is,’ zegt campagnemedewerker Hans Altevogt. ‘Wij pleiten ervoor dat daar alleen projecten op staan die ook echt bijdragen aan duurzame ontwikkeling van Derde-Wereldlanden. Kernenergie moet niet op dat lijstje voorkomen. Dan zadel je toekomstige generatie niet op met CO2, maar met kernafval.’
Aantal landen toont interesse
Een aantal ontwikkelingslanden heeft al wel interesse getoond voor kerncentrales op hun grondgebied. Volgens Wim Kersten, medewerker bij de Europese fractie van GroenLinks, zijn dat onder andere China, India, Taiwan, Zuid-Korea, Zuid-Afrika, Botswana, Zimbabwe en Argentinië.

Kersten signaleert daarbij een ander gevaar. Volgens hem is de stap van het civiele gebruik naar het militaire gebruik van kernenergie snel gemaakt. Hij vraagt zich hardop af wat Pakistan ervan zou vinden als er in India een kerncentrale wordt gebouwd. ‘Straks wil Eritrea ook een kerncentrale. Dat is toch waanzin.’

In 1992 kwamen lidstaten van de Verenigde Naties in Rio de Janeiro, in Brazilië, bijeen om te praten over een oplossing van het broeikasprobleem. De deelnemende landen ondertekenden toen het Klimaatverdrag, waarin ze zich verplichten de uitstoot van broeikasgassen terug te dringen.

Het Klimaatverdrag werd in 1997 in Kyoto, Japan, verder geconcretiseerd. De geïndustrialiseerde landen spraken af om de uitstoot van broeikasgassen tussen 2008 en 2012 met gemiddeld 5 procent te verminderen ten opzichte van het niveau van 1990.
Zie ook artikel: EU verbiedt bouw kerncentrales in ontwikkelingslanden

Alles over kernenergie

Reacties