Junta Birma profiteert van Nederlandse houtimport

21-05-2006
Door: OneWorld Redactie
Bron: IPS

Ten minste vier Nederlandse importeurs van teakhout, Bruynzeel, Worldwood, Van de Stadt en Boogaerdt, weigeren vooralsnog hun import uit Birma stop te zetten, zegt Peter Ras van het Burma Centrum uit Amsterdam. Tijdens het Nederlands Sociaal Forum (NSF) dat vandaag wordt afgesloten in Nijmegen, kondigde Ras nieuwe acties aan tegen de importeurs.
 
Teak wordt in Nederland vooral gebruikt bij de bouw van zeiljachten en in mindere mate bij de productie van tuinmeubelen. In 80 procent van de zeilboten op het IJsselmeer is teak uit Birma verwerkt, zegt Ras. Volgens hem is dat onnodig, omdat er hoogwaardige alternatieven zijn, zoals Indisch Padoek en Yellow Cedar. Ook komen er steeds betere technieken om hout te verduurzamen.
 
Birma is berucht om grootschalige mensenrechtenschendingen, waaronder dwangarbeid. De Birmese oppositie rond Nobelprijswinnares Aung San Suu Kyi en de regering in ballingschap roepen bedrijven al jaren op geen zaken te doen met Birma, omdat het overgrote deel van de inkomsten rechtstreeks bij de militaire junta terecht komt. Hout is een van de belangrijkste inkomstenbronnen voor het regime.
 
Birma kent 70.000 kindsoldaten, het hoogste aantal ter wereld. Daarnaast worden vrouwen uit etnische en religieuze minderheden structureel misbruikt, een strategie om het verzet vanuit die groepen te breken. Het land telt volgens Amnesty International 1.300 politieke gevangen. Het heeft de snelst groeiende aids-epidemie van Azië. Het Birmese regime geeft 50 procent van zijn budget uit aan defensie en slechts een paar procent aan gezondheidszorg en onderwijs.
 
Uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) blijkt dat Nederland jaarlijks voor 5 miljoen euro teakhout uit Birma importeert. "Maar een veelvoud daarvan komt via andere landen, zoals Thailand, binnen. Als op tuinmeubelen 'Made in Thailand' staat en het hout is niet gecertificeerd met het FSC-keurmerk, dan is de kans groot dat het uit Birma komt," zegt Ras.
 
Consumenten kunnen er bij de koop van tuinmeubelen op letten of ze FSC-gecertificeerd zijn, zegt Ras. "Birmees hout heeft dat keurmerk niet. Hout met het FSC-keurmerk komt uit duurzaam beheerde bossen en bij de productie is voldaan aan sociale richtlijnen en bepaalde arbeidsvoorwaarden."
 
De Nederlandse regering ontmoedigt sinds 2001 handel, investeringen en toerisme in Birma. Diverse Nederlandse en buitenlandse bedrijven staakten de afgelopen jaren hun activiteiten in Birma of besloten investeringen in het land op te schorten. Zo besloot bierbrouwer Heineken onder druk van consumentenprotesten af te zien van de opening van een fabriek in Birma en stopten diverse reisorganisaties met het aanbieden van reizen naar het land. Ook een aantal Noord-Amerikaanse bedrijven, zoals WalMart en Columbia Sports, beëindigden hun activiteiten in Birma.
 
Het argument van critici dat economische sancties, zoals de VS die recent instelden, vooral de bevolking treffen, gaat in het geval van Birma niet op, zegt Ras. "Zeventig procent van de bevolking leeft van zelfvoorzienende landbouw. Birmezen in de steden leven veelal van informele handel. Sancties treffen vooral de formele economie, die grotendeels in handen is van de overheid." Slechts 1 procent van de bevolking, waaronder taxichauffeurs en hoteleigenaren, zou volgens hem negatieve gevolgen ondervinden van afgenomen toerisme.
 
Het Franse Total is de grootste Europese investeerder in het land. Total is onder meer actief in de ontginning van een offshore gasveld. Het bedrijf sloot daarvoor in de jaren negentig contracten met het Amerikaanse Unocal, het Birmese staatsbedrijf Myanmar Oil and Gas Enterprise (MOGE) en een Thaise firma. Bij de aanleg van een gaspijpleiding die het gas van Birma naar Thailand moest exporteren, zou gebruik zijn gemaakt van dwangarbeid.
 
Ras heeft goede hoop dat de druk op Birma de komende jaren zal toenemen, nu de buurlanden steeds meer overlast ondervinden van het Birmese beleid. "De problematiek wordt steeds meer grensoverschrijdend. Vanwege de grote vluchtelingenstroom - naar schatting twee miljoen Birmezen zijn gevlucht naar het buitenland - maar ook omdat het land een grote exporteur van drugs en aids is geworden. Het percentage HIV-geïnfecteerden in buurlanden van Birma is het hoogst in de grensprovincies. Hetzelfde geldt voor drugsgebruik."
 
Birma is na Afghanistan de grootste exporteur van opium en heroïne, zegt Ras. Daarnaast is er een grote toename in de productie van synthetische drugs zoals xtc, waarvan er miljoenen de grens over gaan naar Thailand. "Zo'n 3 tot 4 procent van de Thaise jeugd is aan de Birmese pretpillen."


FSC Nederland

Reacties