Joodse gemeenschap in Turkije: niet groot, wel standvastig

22-04-2017 Bron: OneWorld
De synagoge in Antakya. Foto: Zola Can
Reizend door Turkije proberen Zola Can en Zara Toksöz via persoonlijke verhalen de diversiteit binnen de Turkse samenleving aan het licht te brengen. Voor het project 'de verloren verhalen van Turkije' portretteerden ze verschillende groepen mensen, waaronder Turkse joden in Istanbul en Antakya.
Achtergrond – 

We lopen langs rekken nachtjurken en stapels bh’s. Als we verkoper Ilya vinden, haalt hij direct zijn identiteitskaart uit zijn borstzak en wijst naar het woord ‘Musevi’ (volgers van Mozes) dat onder het kopje ‘religie’ staat. Hij zegt erbij dat hij van Turkije houdt. “Ik heb hier mijn brood verdiend, mijn hele jeugd doorgebracht, mijn geliefde ontmoet…”

Ilya behoort tot de joodse minderheid in Turkije. Het overgrote deel van hen woont in Istanbul, zo’n 18 duizend. En een van de kleinste gemeenschappen woont in Antakya, in het zuidoosten van Turkije. We vroegen op beide plekken een aantal van hen naar hun familiegeschiedenis en hun positie in het huidige Turkije. We beginnen in de ondergoedzaak van de 48-jarige Ilya in Istanbul. 

De ondergoedwinkel van Ilya in Istanbul. Foto: Zola Can

Emigratie van niet-islamitische minderheden 

Tienduizenden Sefardische joden vluchtten in 1492 naar het Ottomaanse rijk nadat zij door de Spaanse katholieke koningen waren verjaagd. Tot en met het begin van de 20e eeuw leefden ze openlijk als Jood en in grote aantallen in Turkije. Vandaag de dag telt Turkije nog ongeveer 20 duizend joden. 

Ilya groeide op in de Istanbulse wijk Beyoglu, een buurt die bekend staat om zijn kosmopolitische karakter en lange tijd bevolkt werd door Armeense, Grieks-orthodoxe en joodse gemeenschappen. Gaandeweg nam deze diversiteit af, onder invloed van drie cruciale gebeurtenissen: de invoering van de beruchte Welzijnsbelasting in 1942, de Istanbul Pogrom in 1955 en de conflicten tussen extreemrechtse en extreemlinkse groepen in de jaren ‘70 en ’80 hadden allemaal een forse emigratie van niet-islamitische minderheden tot gevolg. Tussen 1948 en 1951 emigreerden meer dan 34 duizend joden (40 procent van de totale gemeenschap), naar het net gestichte Israël. De emigranten waren vooral mensen uit lagere sociale milieus, de midden- en hogere klasse bleven veelal in Turkije.

Ilya. Foto: Zola Can

De Istanbul Pogrom 1955Op 6 en 7 september 1955 drongen groepen mannen Joodse, Armeense en Griekse wijken in Istanbul binnen en vielen de bewoners aan. Gebedshuizen, woningen en winkels werden vernield, 37 mensen werden vermoord. De politie greep niet in. Later werd bekend dat de rellen mede waren georganiseerd door krachten binnen de overheid.

Ilya’s vader heeft vaak verteld over de nacht van 6 op 7 september 1955. De familie zat thuis en hoorde geschreeuw bij het huis van hun Grieks-orthodoxe buren. Ilya’s opa keek uit het raam en zag dat er inmiddels ook voor hun appartement een groep mannen stond. Ze hadden stenen bij zich en wilden naar binnen. De conciërge, Adem, probeerde de groep tegen te houden. “Adem was moslim maar hij beschermde ons. Hij werd in zijn been gestoken, waarna de mannen alsnog het huis binnenvielen. Ze namen al ons geld mee. De volgende dag ging mijn vader naar de winkel en trof daar een puinhoop aan; ruiten waren ingeslagen, paspoppen omgegooid en kleding was gescheurd. Ook de winkels van andere niet-moslims in de Istiklalstraat waren onderhanden genomen. Met een lening heeft mijn vader daarna alles opnieuw gekocht.”

Uitstroom van joodse jongeren naar Israël 

Ilya’s zoon Bora (20) studeert ICT. Niet al zijn vrienden weten van zijn joodse achtergrond. “We hebben het niet over zulke onderwerpen.” Hij heeft een Turkse en een joodse naam; de laatste gebruikt hij alleen bij familie. Vorig jaar is hij met de Israëlische reisorganisatie Birthright in Israël geweest, voor een tiendaags programma bedoeld om joodse jongeren kennis te laten maken met het land. Hij vond het fantastisch en zou best willen emigreren. “Ik zou hier niet veel missen, met vrienden kan ik altijd contact houden via Whatsapp enzo.”

Volgens Ilya is er een uitstroom van joodse jongeren naar Israël. In de krant Hürriyet schreef columnist Mois Gabay in 2014 dat 37 procent van de Turks-joodse jeugd hun verdere opleiding liever in het buitenland voortzet: een verdubbeling ten opzichte van de jaren ervoor. Betrouwbare cijfers zijn niet te vinden. Ilya zelf hoeft nog niet weg. “Ik hoor hier”, vindt hij. “De diversiteit binnen Turkije valt niet te ontkennen, het is onontkoombaar. Wij zijn verweven met de geschiedenis van hier.”

Verborgen, maar niet vergeten

Volgens universitair docent Carla* (65) is kennis van die verwevenheid geen gemeengoed. “Waar komt u vandaan, bent u Brits?”, vragen mijn studenten. “Nee”, zeg ik. “Ik ben van hier, maar ik ben geen moslim””. Ze is klein van stuk en heeft een wat sombere blik. Zodra ze over haar jeugd vertelt, bloeit ze op. Net als haar ouders en grootouders is Carla geboren in Canakkale, “een rustige kustplaats, een prachtige plek”. Haar voorouders zijn eeuwen geleden als Sefardische joden verjaagd uit Spanje en naar het Ottomaanse rijk gevlucht.

“Turkse moslims kennen niemand buiten hun eigen groep, zeker als ze niet in de grote steden wonen. Een van mijn leerlingen zei eens: “Ik zou nooit naast een niet-moslim kunnen zitten”, niet wetende dat ik dat ben. Logisch misschien. Op school wordt niks verteld over de geschiedenis van joden in Turkije, op televisie verschijnen alleen negatieve berichten over Israël.” Met heimwee denkt ze terug aan haar jeugd in Canakkale. “Wij woonden dicht bij de grote marktstraat. De winkels in de straat waren bijna allemaal in handen van joden. Tijdens Sabbat waren ze dicht. Mensen hielden er rekening mee, Sabbat vierde je niet stiekem, zoals nu.”

De onwetendheid over het bestaan van de joodse gemeenschap wordt versterkt door de joodse Turken zelf. “Mensen zijn terughoudend geworden en verdoezelen hun achtergrond”, zegt Carla. Haar zoon heeft bijvoorbeeld een joodse en een Turkse naam: Yakov en Yakup. Veel joodse mannen hebben een dubbele voornaam, vertelt ze, “zodat ze niet raar worden aangekeken wanneer ze in militaire dienst moeten”.

Elk jaar gaat Carla met een groep vrienden naar Canakkale om de synagoge te bezoeken. Van een joodse gemeenschap daar is bijna geen sprake meer. Carla vertelt dat wanneer joden van buiten de wijk niet geregeld naar de synagoge in Canakkale gaan, het gebouw vervalt waardoor het dreigt te worden gesloopt. “Vorig jaar sprak een stokoude man me aan toen we de synagoge uitliepen. Hij zei: ‘Blijf komen, vergeet het hier niet’”. Haar ogen schieten vol. “Wij houden het in leven, we laten het niet vervagen. Zodat men ons niet vergeet.”

 

De synagoge. Foto: Zola Can

Angst uit het verleden

Ook professor Elena* (66) vindt dat de gemiddelde Turk weinig over hun joodse medeburgers weet. Haar familie woont al generaties lang in Istanbul. Vroeger had ze een gemixte schoolklas: Armeniërs, joden, Grieks-orthodoxen en moslims. Elena doceert nu aan een van de meest prestigieuze universiteiten in Turkije; “van gemixte klassen is nauwelijks sprake meer”. Ze omschrijft zichzelf als zowel joods als Turks en voelt zich geaccepteerd in Turkije. Maar haar familiegeschiedenis herinnert haar eraan dat het tij zomaar kan keren.

Haar vader groeide op in de wijk Balat, haar opa had een winkel met kantoorbenodigdheden. “Ze hadden het goed”. Toen haar vader in het leger zat werd de Welzijnsbelasting ingevoerd, een vermogensbelasting die in de praktijk gericht was op niet-islamitische minderheden in Turkije. Wie niet aan de betalingen voldeed, moest zijn bezittingen afstaan; mensen zonder bezittingen werden naar werkkampen gestuurd. Het belastingtarief voor joodse burgers was 179%, voor Turkse moslims was het 4,9%. Het bedrag moest binnen een maand betaald worden, wat Elena’s familie niet lukte. Toen haar vader terugkeerde uit het leger was de familie verdreven uit het huis en woonden er andere mensen, de winkel was leeggehaald. “Toen wij later in de Galatawijk in Istanbul woonden, wilde mijn vader nooit de stad uit, terwijl wij wel het geld hadden om bijvoorbeeld een reisje naar Ankara te maken. Hij was bang dat wanneer hij terug zou komen, alles weer weg zou zijn”.

De harde toon jegens Israël en joden is voor de bühne

Op de universiteit voelt Elena zich veilig. “Het is een andere wereld, ik ben professor, men heeft respect voor mij en ik kan openlijk over alles praten, ik hoef niets te verbergen. Daarbuiten is het anders, natuurlijk”. Ze vertelt ons dat niet-moslims geen hoge posten bij Turkse overheidsinstanties kunnen bekleden. Is dit wettelijk vastgelegd? “Nee, maar het gebeurt gewoon niet. Ik heb nog nooit gehoord van joden bij de politie. Misschien zitten ze er wel, maar dan zijn ze zeker niet openlijk joods”.

Elena voelt zich niet geïntimideerd door de overheid: “De harde toon jegens Israël en joden is voor de bühne. Wie zich er een beetje in verdiept weet dat Israël en Turkije al jaren goede economische banden hebben. Ik vrees het volk meer, en hun reactie op uitlatingen van de overheid. Wanneer mensen opeens woedend de straat opgaan, valt niet te voorspellen wat er gebeurt.”

De kleine gemeenschap in Antakya

We reizen af naar het zuidoosten van Turkije, naar Antakya, dichtbij de Syrische grens. In de drukke straat in het centrum valt het witte lage gebouw tussen de vervallen apotheek Oral Medical en een toeristisch winkeltje met kitscherige schilderijen amper op. Wie zich niet laat afleiden door de grote Turkse rood-witte vlaggen die er hangen, ziet de davidsterren die in de muur zijn gegraveerd. Het is de enige synagoge in Antakya.

In Antakya leven verschillende culturen en religies al eeuwenlang samen. Veel bewoners vertellen trots over het multiculturele karakter van de stad. Toch neemt ook hier de diversiteit langzaam maar zeker af. Van de joodse gemeenschap is niet veel over: nog maar 17 mensen.

Azra bidt in de synagoge in Antakya. Foto: Zola Can

Azra Cenudioglu (63), een grote man met een flinke bos wit haar, zorgt voor het onderhoud van de 230 jaar oude synagoge. “Mijn voorouders waren hier 3000 jaar geleden al”, zegt Azra. Alhoewel over die datering discussie bestaat, is men eensgezind dat joodse gemeenschappen al voor onze jaartelling in het gebied waren. Anders dan de Sefardische joden komen Azra’s voorouders uit het Midden-Oosten. Zijn moeder komt uit Aleppo en thuis werd er Arabisch gesproken.

Tot voor kort werd er elke week een rabbijn vanuit Istanbul ingevlogen voor de Sabbat, die vervolgens maandag weer terugging. We vragen Azra naar de geslonken joodse gemeenschap. Volgens hem zijn de afgelopen decennia veel jonge joden om economische redenen naar Israël vertrokken. Daarnaast zouden er veel naar Istanbul zijn verhuisd om te studeren en een geschikte huwelijkskandidaat te vinden. Azra mijdt verdere vragen over discriminatie en pesterijen.

“Wij zijn nooit raar aangekeken omdat wij joods zijn”, zegt Azra. Hij vertelt hoe hij als kleine jongen mocht meekijken als er bij de buren een schaap werd geslacht voor het offerfeest. “Er werd eten aan ons uitgedeeld, en wij gaven hen eten tijdens ons Pesah feest. In Antakya accepteert iedereen elkaar”. We vragen hem naar de joodse graven die afgelopen zomer gemolesteerd zijn. “Dat waren gewoon vandalen, meer niet”.

Aan de muur hangt een grote foto van Mustafa Kemal Atatürk, ernaast drie kleinere foto’s van president Erdogan. Azra verzoekt ons de foto’s met Erdogan niet te fotograferen. “Waarom die hier hangen? Dit is een bezoekersruimte, snap je, wij ontvangen hier de gouverneur en andere mensen van de overheid”, mompelt hij licht geïrriteerd. Wanneer we de uitgang van de synagoge bereiken, doet Azra zijn keppeltje af.

Een oude straat in Antakya. Foto: Zola Can

Polarisatie

Later op de dag lopen we met Hasan* langs de groenblauwe rivier Asi. Hij werkt bij een mensenrechtenorganisatie en kent Azra persoonlijk. “Azra vertelt jullie maar een kant van het verhaal”. Hij wijst naar een grijs gebouw met oranje balkonnetjes: “Hier woonde een joodse familie, ze zaten in de confectie. De zaken gingen goed. Vijf jaar geleden vertrokken ze naar Istanbul. ‘Opdat zijn dochter aan een goede universiteit kon studeren’, zei de vader tegen nieuwsgierige buren. Maar ik wist beter. Hij is weggegaan vanwege de politieke sfeer die de overheid de laatste vijf jaar voedt, een sfeer van polarisatie en verdeeldheid. Hij is niet fysiek aangevallen. Maar als je gemeenschap nog maar een stuk of vijftig leden telt, en mensen gaan de straat op en schreeuwen leuzen tegen jouw groep. Blijf je op die plek, waar iedereen weet wat je bent, of kies je voor de grote stad waar je anoniem kunt zijn? Deze man kon de druk niet meer aan.”

Hasan vertelt verder: “Deze overheid regeert voor één groep. Hoor je daar niet bij, dan is het oppassen geblazen. Hebben mensen van de overheid de joodse graven gemolesteerd? Nee, dat denk ik niet. Maar het is erger: zij hebben de context gecreëerd waarin dit mogelijk is, waarin zoiets wordt geaccepteerd. Daarnaast heeft de Syrische burgeroorlog een enorm effect gehad op dit gebied. De toestroom van nieuwe mensen, met andere ideeën… Begrijp me niet verkeerd, ik geef de mensen die hun huis en haard hebben moeten verlaten niet de schuld, maar de impact is drastisch.’

Deze overheid regeert voor één groep. Hoor je daar niet bij, dan is het oppassen geblazen


Zowel in Istanbul als in Antakya merken we dat joodse Turken zich sterk verbonden voelen met het grondgebied waar ze al generaties lang leven. Liefst gaan ze op in de Turkse maatschappij, net als andere Turkse burgers, maar zonder hun Joodse identiteit te verliezen. Deze twee dingen lijken niet goed samen te gaan in het huidige Turkije. Toch is het voor veel joden die we spreken moeilijk om de vinger op de zere plek te leggen, juist vanwege de sterke verbondenheid die zij met hun eigen land voelen. Negatieve zaken, zoals pesterijen en discriminatie, gaan ze liever uit de weg. Hasan beaamt dat. “De problemen worden liever verhuld. Daar komen verhalen als ‘de zaken gaan niet goed’, of ‘ik wil mijn kinderen laten studeren’ vandaan. Men zal niet snel zeggen: Ik ben bang, dus ik vertrek”. 

* Omwille van privacyredenen en uit angst voor repercussies zijn deze namen gefingeerd; de echte namen zijn bekend bij de schrijvers. Van de mensenrechtenorganisatie waar Hassan werkt, zijn eerder dit jaar leden opgepakt.

Dit artikel is onderdeel van het project ‘De verloren verhalen van Turkije’ van Zola Can en Zara Toksöz. Bovenstaand artikel over Turkse joden in Istanbul en Antakya is het tweede in de serie. Het eerste verhaal over alevieten in de buitenwijken van istanbul is hier terug te lezen. 

Meer weten over het project ‘de verloren verhalen van Turkije’ van Zola Can en Zara Toksöz? OneWorld sprak met de twee over het belang en doel van hun project. 

Zara Toksöz

Zara Toksöz heeft na haar bachelor politicologie de master Internationale...

Lees meer van deze auteur >
Zola Can

Zola Can heeft politicologie gestudeerd en deed vervolgens de master Midden...

Lees meer van deze auteur >

Reacties