Joodse en Arabische kinderen kruipen in elkaars huid

01-09-2005
Door: Tekst: Martine van der Horn


Op het podium is een muur gebouwd. Aan de ene kant staan Joodse, aan de andere kant Arabische tieners, in leeftijd variërend van dertien tot zestien jaar. Ze spelen een droom waarin ze van elkaar gescheiden zijn en elkaars wereld niet kennen. Op een dag worden ze zo nieuwsgierig naar wat zich aan de andere kant afspeelt, dat ze over de muur klimmen. Dan ontdekken ze dat de kinderen aan de andere kant net zo zijn als zij: ze dragen dezelfde kleding, kijken naar dezelfde tv-series en doen dezelfde spelletjes.

De boodschap van het toneelstuk wordt door ouders, vrienden en bekenden in de zaal goed ontvangen. Na afloop maken Arabische en Joodse ouders een praatje. Kinderen lopen trots door de zaal. Gedurende een jaar bereidden de jongeren de voorstelling voor. Van het ontwerp tot de productie en het spel: alles hebben ze zelf bedacht. Aase Kretzschmar, persvoorlichtster van War Child Nederland, die hier met een filmcrew rondloopt om opnamen te maken voor het Friends for War Child-concert in Ahoy, vraagt aan een Arabische en aan een Joodse vader of ze een organisatie als Peace Child vroeger gemist hebben. 'Ja', knikken ze beiden. 'Die had zeker begrip kunnen stimuleren voor elkaars positie.'

Vooroordelen

Peace Child draagt inmiddels al zeventien jaar bij aan het verkleinen van de afstand tussen de Arabische en de Joodse bevolking in Israël. Met onder andere toneelstukken en rollenspellen probeert de organisatie de Arabische en Joodse tieners elkaars positie te laten zien en ze na te laten denken over vooroordelen. De organisatie werkt in Tel Aviv, Jaffa en in dorpen in de omgeving.

Melisse Boskovich, directrice van Peace Child, vertelt dat de meeste deelnemers in het begin heel sceptisch tegenover elkaar staan. 'Veel tieners hebben voordat ze aan dit project beginnen nog nooit iemand van de "andere groep" ontmoet. Hun vooroordelen zijn vaak gevormd door de uitspraken en het gedrag van hun ouders. Gedurende het programma merk je dat deze houding plaatsmaakt voor vertrouwen en kameraadschap.'

Inbal Shaked uit Israël, deelneemster aan de activiteiten van Peace Child, beaamt dat ze in het begin erg wantrouwig tegenover het project stond. 'Ik twijfelde sterk of we wel vrienden konden worden. Onze cultuur en ons gedrag verschillen zó erg. Maar tegen het einde lachten we om dezelfde dingen, aten we met elkaar en werkten we als partners. Je leert zoveel door naar elkaar te luisteren. Het geeft je een bredere kijk op de situatie dan het dagelijkse nieuws dat je krijgt voorgeschoteld.'

Het gebruik van drama is volgens Boskovich een uitgelezen middel om op het publiek een tolerantieboodschap over te brengen. Bovendien versterkt toneelspelen de lichamelijke en geestelijke vaardigheden van de deelnemers. 'Spelen voor een publiek geeft de tieners meer zelfvertrouwen. Er wordt naar ze gekeken en geluisterd, dat maakt ze sterker. En het bevordert de samenwerking tussen de groepen, schept een band.'

Symbolische muur

Toch is de samenwerking tussen Arabieren en Joden niet altijd zo makkelijk als het op deze avond lijkt. Zanger Schlomo Gronich van het groepsensemble Adamai, een gemengde band, die een speciaal nummer heeft geschreven voor Peace Child, vertelt dat de spanningen in de muziekgroep regelmatig oplaaien. Zoals laatst bijvoorbeeld, met de ontruiming van de Gazastrook. 'Hamas riep op televisie dat ze elke Jood het land uit wilden hebben', zegt hij. 'Dat doet ontzettend pijn.'

Een bandgenoot achter hem, een Arabische zangeres, dient hem meteen van repliek: 'Wacht eens even: die kolonisten worden op zo'n respectvolle manier weggehaald. Als Palestijnen moeten vertrekken, wordt ze niet eens een minuut gegund om hun bezittingen te pakken. Bovendien: Gaza is gewoon óns grondgebied.'

Ook Boskovich merkt dat in tijden van grote spanning en geweld de muur die beide groepen scheidt, symbolisch tussen de deelnemers van Peace Child in komt te staan. 'Snel anticiperen is op zo'n moment van groot belang. Dan leggen we het programma stil en kunnen de tieners in een discussie hun woede en angst uitspreken. Naar elkaar luisteren is erg belangrijk.'

Vredesvlieger

Meteen de volgende ochtend brengt Boskovich in de praktijk wat ze de vorige avond heeft aangehaald. Een Arabische jongen komt stampend de dramacursus binnen omdat een Joodse man een varkenskop in de moskee heeft gegooid. Boskovich zet alle activiteiten stil en laat de kinderen aan een lange tafel plaatsnemen, de Arabische tieners aan de ene, de Joodse aan de andere kant.

'Ik haat alle Joden', zegt de Arabische jongen. Opvallend is dat Boskovich hem al zijn woede laat uitspreken, hoe ongenuanceerd hij soms ook is. Daarna vraagt Boskovich de Joodse kinderen naar hun reactie. 'Begrijpelijk', zeggen een paar meiden. 'Maar niet alle Joden zijn zo', roept een jongen. Kretzschmar van War Child is enthousiast over de methoden van Peace Child. Ze vindt het 'een voorbeeld van hoe je haat kunt reduceren'. En dan: 'Prachtige groepsdynamiek, toch?'

Vredesopbouw

Op dit moment woeden er over de hele wereld zo'n 35 oorlogen. Deze conflicten veroorzaken naast talloze slachtoffers ook verdriet, angst en ontreddering bij tientallen miljoenen mensen. Wereldwijd zijn maatschappelijke organisaties dagelijks bezig met hulp aan slachtoffers en bemiddeling bij conflicten. Honderden organisaties, waaronder War Child, hebben de handen ineengeslagen en samen eenactieagenda opgesteld, genaamd 'People Building Peace'. Meer informatie op www.warchild.nl

Pas als Boskovich alles met de groep heeft besproken, gaan de deelnemers verder met het programma. De Nederlandse beeldend kunstenares Rienke Enghard maakt met vijftien kinderen een grote vredesvlieger waarop ze zelf hun boodschap mogen tekenen. Na een middag praten en schilderen levert dat tekeningen op als een pistool met een rood kruis erdoorheen of een Israëlische en Palestijnse vlag met een groot Peace-teken.

Eindelijk mag de vlieger de lucht in. Op weg naar het strand trekt de groep kinderen veel bekijks. 'Wat gaan jullie doen?' klinkt er van verschillende kanten. Mensen blijven stilstaan en raken met elkaar in discussie.

Wegblokkades

Bij de hoge betonnen muur van Bethlehem op de bezette Palestijnse Westoever is de sfeer een stuk grimmiger dan aan het strand in Tel Aviv. De filmcrew wil hier opnamen maken van de Arabische kinderen die deelnemen aan de activiteiten van CCRR, een organisatie die zich inzet voor een betere en meer vreedzame toekomst van kinderen en jongeren in de Palestijnse gebieden, waaronder Bethlehem, Jericho, Hebron en Ramallah.

'Dit is de enige keer in mijn leven dat ik zo dicht bij de muur zal komen', zegt een van de Arabische meisjes. 'In mijn eentje ben ik veel te bang dat er op me wordt geschoten.' Ze klampt zich vast aan een vriendinnetje. Uit haar grote donkere ogen spreekt angst. 'Het is nog makkelijker voor ons om in China te komen dan in Jeruzalem.' Ze wil later als ze groot is net zo worden als de directeur van CCRR, Noah Salameh, die zich al bijna vijf jaar voor zijn organisatie inzet. Onlangs heeft hij hiervoor de Dante Aleghieri Peace and Human Rights Award ontvangen, een jaarlijkse prijs, uitgereikt in Italië en bestemd voor personen die zich actief inzetten voor vrede.

In de programma's van CCRR wordt de Palestijnse jongeren geleerd om naar elkaar te luisteren en met elkaar te onderhandelen. 'Leren luisteren is belangrijk. We schreeuwen hier al te veel tegen elkaar', zegt Salameh. 'Met het organiseren van rollenspellen krijgen de jongeren bovendien vaardigheden aangereikt om hardop te spreken over wat ze vinden en wat ze denken, zonder dat dit in geweld ontaardt.'

'We hebben twee opties', legt Salameh zijn motivatie uit om zich voor CCRR in te zetten. 'Of we laten ons overspoelen door haat, óf we verzetten ons er actief tegen en proberen een gemeenschap op te bouwen waarin we kunnen leven in vrede.' Maar, voegt hij hieraan toe, 'het is soms frustrerend om te zien hoe we ons tegen elkaar verzetten. Zowel in de Palestijnse samenleving zelf als tussen de twee samenlevingen in deze regio.'

Arabische en Joodse tieners van Peace Child ondervonden onlangs aan den lijve hoe frustrerend het verzet van hun eigen samenleving kan zijn. Tijdens een rollenspel kroop een Joodse jongen in de huid van een Arabische man die onderweg naar huis wordt tegengehouden door tientallen wegblokkades en 'checkpoints'. Al snel raakt hij geïrriteerd en vindt hij - samen met de andere kinderen - de door zijn eigen regering bedachte regels belachelijk: 'Ik heb toch het recht om hier over straat te gaan?'

En dat is nou net wat Salameh bedoelt. 'Het moet beginnen bij jezelf. Geweld en haat zijn niet alleen om ons heen, wij zijn er ook onderdeel van. Er is een oorlog gaande. Als we ons niet verzetten tegen haat en geweld, verliezen we onze waardigheid, onze menselijkheid.'



Reacties