Jongeren willen vrede

11-03-2014 Bron: OneWorld
MasterPeace, Ton Bennemeer
Er zijn nog heel wat plekken ter wereld waar vrede een ver vooruitzicht is. Het conflict in Syrië gaat haar vierde jaar in, in Afghanistan is de rust na dertig jaar oorlog nog steeds niet wedergekeerd, en ook dichterbij huis zien we grote spanningen in Oekraïne. Wereldleiders en regeringen lijken het niet voor elkaar te krijgen om conflicten op te lossen. Dus probeert MasterPeace van onderaf aan vrede te werken.
vrede – 

MasterPeace is een wereldwijde beweging van burgers die zich inzet voor vrede. De organisatie werd in 2010 opgericht door de Nederlandse Ilco van der Linde en Egyptische Mohamed Helmy. Inmiddels zijn er vijftig MasterPeace clubs in ruim veertig landen, met hoofdkantoren in Caïro en Utrecht. Afgelopen week kwamen ze samen in Nederland, om verhalen uit te wisselen en van elkaar te leren.

OneWorld sprak drie jongeren die in hun land aan vrede werken. Diana, Raghda en Masood geloven allemaal dat je mensen samen moet brengen. Zij hebben ieder een lokale MasterPeace club, van waaruit ze een eigen programma uitvoeren. Zo organiseren ze bijvoorbeeld festivals, culturele evenementen, workshops en discussiegroepen. Alle lokale clubs zijn zelfstandig en zorgen voor hun eigen inkomsten, maar ze onderschrijven allemaal de kernwaarden van MasterPeace: “music above fighting, dialogue above judgement, bread above bombs, creation above descruction”.

Diana (25), Moskou

We zijn allemaal Russisch

“Er wonen bijna 144 miljoen mensen in Rusland, met meer dan 180 verschillende nationaliteiten. En eigenlijk kennen we elkaar helemaal niet. Ik kom zelf uit Moskou, en merkte dat ik best wat stereotypen en vooroordelen had over mensen in andere delen van Rusland. Zo dacht ik dat mensen in de Kaukasus stug en afstandelijk waren, en dat ze mij niet zouden mogen omdat ik uit Moskou kom. Maar toen ik er een keer zelf naartoe ging ondervond ik het tegenovergestelde. Mensen in Kaukasië zijn juist heel erg warm, hecht met hun familie, en ze geven fantastische feesten. Ik vind het belangrijk om de verschillen in Rusland te overbruggen en elkaar beter te begrijpen. We zijn tenslotte allemaal Russisch. Het besef dat we allemaal gewoon mensen zijn, is volgens mij ook belangrijk in het huidige conflict in Oekraïne. Mijn familie komt daar vandaan en ik heb vrienden in Kiev wonen. Binnen mijn omgeving is er al verdeeldheid: sommigen staan aan de kant van Rusland, terwijl anderen liever bij de EU willen horen. Het is moeilijk om te merken dat mensen van wie je houdt in sommige dingen lijnrecht tegenover elkaar staan. Juist daarom is begrip voor elkaar cruciaal om tot een vredige oplossing te komen.”

Raghda (25), Caïro

Je kan geen vrede bereiken zolang vrouwen gediscrimineerd worden

“Egypte is ontzettend verdeeld. Toen we met MasterPeace begonnen, in 2010, vroeg iedereen zich af wat we nou wilden bereiken. Maar hoewel het toen nog rustig leek aan de oppervlakte waren er al diepe conflicten binnen de samenleving, bijvoorbeeld tussen Moslims en Christenen en tussen armen en rijken. Dat leidde uiteindelijk tot de revolutie. Ik werk als journalist en houd me al jaren bezig met de rechten van vrouwen. De reden dat ik mee deed aan de revoluties, zowel de eerste als de tweede, was omdat ik een beter Egypte wil voor de toekomstige generatie vrouwen. Als ik in de ogen van jonge meisjes kijk wanneer ik in de metro zit, voel ik me verantwoordelijk. Ik merk zelf hoe moeilijk het is om als ongesluierde Moslim in Egypte te wonen en heb regelmatig te maken met vooroordelen. Soms geven mensen me geen zitplaats in de bus of word ik niet aangenomen voor een baan omdat ik ongesluierd ben. Ik wil dat vrouwen meer kansen krijgen en dat er minder discriminerende wetten zijn tegen vrouwen. Onder Mohamed Morsi werd de huwbare leeftijd voor vrouwen verlaagd van achttien naar twaalf, dat is niet waarom we de revolutie startten. Inmiddels heeft Egypte een derde nieuwe grondwet in drie jaar. Hopelijk brengen de nieuwe verkiezingen progressieve vooruitgang.”

Masood (24), Kabul

Vrienden en familie vroegen of ik soms dood wilde

“Ik was twaalf toen ik een bomexplosie meemaakte. Mijn vader en ik verkochten papier in Mazar-i-Sharif toen de bom af ging, en mijn vader bedekte mij om me tegen de explosie te beschermen. Kort daarna vluchtten we naar Pakistan. Ik wist toen al dat ik iets wilde doen. Na mijn terugkeer naar Afghanistan heb ik in mijn eentje de MasterPeace club opgezet.  Vrienden en familie verklaarden me in het begin voor gek en vroegen of ik soms dood wilde. Afghanistan is nog heel onveilig, en de Taliban pleegt geregeld aanslagen tegen de regering en maatschappelijke organisaties.  De organisatoren van een kunstproject vorig jaar, waarbij 10.000 roze ballonnen werden opgelaten voor vrede, hebben bedreigingen ontvangen van de Taliban. Maar dit is mijn land. Ik wil het beste voor Afghanistan. Er is de afgelopen jaren veel vooruitgang geboekt maar we zijn er nog niet. De infrastructuur is verbeterd, er is internet, vrijheid van meningsuiting, en er zitten meer jonge progressieve mensen in de regering. Maar educatie en de positie van vrouwen is nog heel slecht, en vooral buiten Kabul is het nog heel onveilig. Ik hoop dat de EU Afghanistan niet zal verlaten, in ieder geval niet voordat we een goede regering hebben. Als ze voor de verkiezingen op 16 april vertrekken, zal Afghanistan een tweede Irak worden. De burgeroorlog zal weer opnieuw beginnen.”

Foto: Ton Bennemeer

Maartje de Meer

Maartje de Meer is redacteur bij OneWorld Toekomstdenkers.

Lees meer van deze auteur >

Reacties