Jongeren als regisseur

01-07-2006
Door: Tekst: Marguerite de Ruijter


De Club van 2000 is in 2003 opgericht door de NCDO. 'We brengen jongeren tussen de 17 en 26 met interesse voor ontwikkelingssamenwerking met elkaar in contact en wijzen hen de weg in OS-land', vertelt projectleider Machtelt Oudenhuijzen. 'Vanaf het begin was ons plan om jongeren te helpen zelf iets van de Club van 2000 te maken: het "voor en door jongeren"-concept. De NCDO bood de randvoorwaarden voor het netwerk, organiseerde bijeenkomsten en workshops, en regelde de website en de financiën. Deze opzet kwam in het begin maar moeizaam van de grond. Een andere aanpak was nodig.'

Adviescommissies

De Club van 2000 formeerde uit de meest actieve leden in het land twee adviescommissies. Een daarvan richtte zich specifiek op studenten. Oudenhuijzen: 'Duizend van onze 2.500 leden wonen in de studentensteden. De commissie adviseerde ons daarom in verschillende plaatsen subclubs te starten rond actieve leden en zo het netwerk in het gehele land uit te breiden. Dat is in Nijmegen en Groningen prima gelukt. In deze steden wonen weliswaar niet de meeste, maar wel de actiefste leden. Ons streven is in de komende jaren in zes steden actieve subclubs te hebben.'

Tips voor een doe-het-zelfstructuur:

  • Volgens Machtelt Oudenhuijzen staat of valt het 'voor en door'-concept met de inzet van actieve mensen. 'Als die weggaan, bloedt een initiatief dood. Wees daarom vanaf het prille begin duidelijk in je doelstelling. En probeer niet alle creativiteit in banen te leiden.'
  • Zorg ervoor dat de centrale visie en missie door een grotere groep mensen in het regionale netwerk worden gedeeld. Zonder draagvlak hiervoor is de plaatselijke organisatie van korte duur.
  • Probeer niet vanaf de tekentafel de ideale situatie voor te schotelen. Stimuleer plaatselijke initiatieven en probeer daar structuur in aan te brengen.
  • Bied ruimte aan regionale verschillen!

De adviescommissie was geen voorstander van een subclub in Amsterdam, de stad met het grootste ledenaantal. 'De commissie vond dat er in Amsterdam al genoeg werd gedaan voor jongeren en wilde geen budget beschikbaar stellen voor een Subclub Amsterdam. Op advies van de commissie worden de evenementen in de hoofdstad nu georganiseerd door het Jongerenprojectbureau MoveYourWorld van de NCDO. Dit werkt daarbij veel samen met andere organisaties. In Leiden en Rotterdam worden wel subclubs opgericht.'

De Subclub Groningen telt 243 leden. Roel van der Meij is sinds januari projectcoördinator. De keuze viel op hem, omdat Roel al eerder had bewezen dat in Groningen regionale activiteiten beter werken dan landelijke. Zo vertaalde hij drie jaar geleden met een vriendin de landelijke NetwerkLounge van de Club van 2000 naar een succesvolle Groningse variant: Develop Your World. Nu Roel projectcoördinator is, kan hij de evenementen in Groningen meer structuur geven. 'Een landelijk netwerk is toch te vrijblijvend. Door lokaal evenementen te organiseren, krijg je veel meer van de grond en veel meer draagvlak. En je kunt beter samenwerken', is zijn ervaring.

Twintig actieve Groningse leden vormen nu een DenkTank om de strategie in Groningen te bepalen. Een DoeTank zorgt voor de creatieve uitwerking ervan. Andere subclubs volgen met interesse de ontwikkelingen in Groningen. Nijmegen toont al belangstelling voor de Denk- en DoeTanks. En de succesvolle masterclass over de acht Millenniumdoelen wordt waarschijnlijk herhaald door de nieuwe Subclub Rotterdam. De internetsite van de Club van 2000 speelt een belangrijke rol in het uitwisselen van ideeën.

Bruisend houden

Volgens Machtelt zit de Club van 2000 met haar nieuwe organisatiestructuur op de goede weg. Maar zij ziet ook risico's. 'Wij verwachten dat jongeren ons vertellen wat wij voor ze kunnen doen. Jongeren verwachten van ons een helder kader en een wegwijzer. Hoe voorkomen we dat we op elkaar wachten en dat initiatieven doodbloeden? En hoe stellen we als organisatie duidelijke kaders zonder het enthousiasme van de jongeren te temperen? Daarom reizen wij bijvoorbeeld regelmatig door het land voor nieuwe jongereninitiatieven.'

Ook Roel ziet een valkuil: 'De vrijblijvendheid. We moeten onze leden ervan overtuigen dat een netwerk belangrijk kan zijn voor hun toekomstige ontwikkeling. Het levert geen extra studiepunten op, maar wel kennis over de OS.' Machtelt vult aan: 'Jongeren willen het liefst praten met iemand van Novib of met minister Van Ardenne. Wij moeten duidelijk maken dat ze ook voor elkaar interessant kunnen zijn. Dat een van hen wellicht later zelf de nieuwe minister voor Ontwikkelingssamenwerking wordt. Netwerken is meer dan het geven van tips over leuke stages, banen of reizen. Als we erin slagen dat helder te maken, blijven ze ook na hun studie met elkaar in contact.'



Reacties