Islamitische ngo’s ondergewaardeerd

23-07-2007
Door: Marusja Aangeenbrug

ConferentieHet is dat hij pas laat binnenkomt en er wellicht al een druk programma op heeft zitten, anders zou die ene knikkebollende toehoorder achterin een verkeerd beeld geven van de conferentie. Dat ze niet interessant is, bijvoorbeeld.

En dat is geenszins het geval. De conferentie 'Islamic Charitable NGOs: between Patronage and Empowerment' - over het hoe en waarom van samenwerking met islamitische welzijnsorganisaties in het Midden-Oosten - is juist boeiend. Veel achtergrondinformatie over organisaties en ontwikkelingen in het Midden-Oosten en de do's en dont's voor westerse ontwikkelingsorganisaties. Het ISIM (International Institute for the Study of Islam in the Modern World) van de Universiteit Utrecht heeft overal vandaan sprekers opgetrommeld.

Beetje jammer alleen dat ongeveer de helft van de bijna dertig bezoekers van één organisatie afkomstig is: Hivos. 'De conferentie wordt mede mogelijk gemaakt door Hivos', vermeldde de uitnodiging al subtiel. Tja, misschien werkt die vermoeide bezoeker ook bij Hivos en rekent hij op een uitgebreid verslag van zijn collega's.

En ach, misschien wíl hij wel, maar vindt hij het programma gewoon te intensief. Want ja, er zit nogal wat tempo in de conferentie. Zes lezingen (in het Engels) plus vragenrondes en debat moeten voor drie uur worden afgerond. En tussendoor moet er voldoende tijd zijn voor koffiepauzes en lunch, want er wordt natuurlijk ook genetwerkt.  

Onderdrukking
Sommige sprekers zetten hun woordenstroom bovendien een flinke versnelling hoger om in korte tijd zoveel mogelijk kwijt te kunnen. Egbert Harmsen bijvoorbeeld, juist een dag eerder gepromoveerd op islamitische welzijnsorganisaties in Jordanië, vertelt zó rap over zijn veldonderzoek, dat je niet anders kunt dan ademloos luisteren.

Maar toegegeven, hij heeft ook veel interessants te vertellen. Harmsen laat zien dat het belang van orthodox-islamitische welzijnsorganisaties vaak wordt onderschat door westerse instellingen: deze zien hen als instrumenten van religieuze en culturele onderdrukking. Maar deze organisaties hebben wel contact met groepen burgers waar een westerse hulpverlener niet zo makkelijk mee in aanraking komt. 'Je moet je afvragen of het effectief is om samen te werken met de lokale partner die het meest westers is', besluit Harmsen.

Maar áls je dan als westerse hulporganisatie wilt samenwerken met een islamitische instelling, denk dan niet dat dat makkelijk is, betoogt Sheila Carapico van de University of Richmond (Verenigde Staten). Niet alleen willen sommige westerse organisaties niet samenwerken met islamistische instellingen, omgekeerd zijn orthodoxe moslims hier ook niet altijd happig op. Ze krijgen vaak al genoeg steun uit de Golfstaten, dus westers geld hoeven ze niet. Bovendien maken Arabische overheden het voor westerse organisaties volgens Carapico extra lastig door steeds nieuwe regeltjes en uitzonderingen te verzinnen: 'Soms kun je wel samenwerken met een organisatie ter plekke, maar alleen als dat een organisatie is waar zíj controle over hebben.'

Carapico wandelt met Amerikaanse voortvarendheid door het landschap van obstakels. Ze moet ook wel, want ISIM houdt de tijd strak in de hand: twintig minuten per spreker, meer niet. De Londense onderzoeker Jonathan Benthall verontschuldigt zich al bij voorbaat: 'Ik heb zoveel te vertellen.' Als een razende gidst hij door zijn Powerpointbeelden heen. Tja, wat wil je: de geschiedenis van liefdadigheid in de islamitische wereld, de verschillende stromingen welzijnsorganisaties, de impact van 9/11 - daar kun je je publiek ook makkelijk een uur mee vermaken.  

Wereldverbeteraars
Tussen alle hogedrukinformatie door, vallen de twee jonge Deense onderzoeksters Marie Juul Petersen en Sara Lei Sparre op. Ze hebben het niet over botsende culturen, obstakels en onbegrip, maar signaleren - hoewel ze aan het begin van hun onderzoek staan - een nieuwe beweging in het Midden-Oosten. Steeds meer jongeren, vaak hoogopgeleid en upperclass, doen vrijwilligerswerk. Niet om een plekje in het paradijs te verwerven, maar omdat ze de samenleving willen ontwikkelen. Islam is volgens hen méér dan vijf keer per dag bidden. Het gaat ook om wat je betekent voor de mensen om je heen.

Hun verhaal klinkt hoopvol en positief. Maar een van de andere sprekers, iemand van Palestijnse afkomst, reageert uiterst kritisch: 'Deze jongeren zijn misschien wel sociaal actief, maar niet politiek. Juist in de Arabische wereld is het belangrijk dat mensen politiek betrokken blijven. Zo verliezen we een heel belangrijke groep.' Maar misschien gloort er aan de einder voor het Midden-Oosten toch een beetje hoop.



Geïnteresseerd in de lezingen van deze ISIM-conferentie? Mail naar info@isim.nl

Reacties