Inwerken in Amerika

01-11-2004
Door: Tekst: Rob D. van den Berg


Voor alle formaliteiten zijn vervuld, is het weer een paar maanden verder. Vandaar dat het nog tot begin september duurt voor ik kan beginnen. Eén belangrijke reden voor vertraging was het veiligheidsonderzoek van de Wereldbank, dat bijna anderhalve maand in beslag nam. Hier in Washington word ik ook meteen geconfronteerd met de veiligheidsmaatregelen ter voorkoming van aanslagen. De Wereldbankgebouwen zijn allemaal omgeven door betonnen stootblokken, auto's worden doorgelicht voordat ze de garage binnen mogen en alle post wordt kennelijk in een gigantische magnetron gekookt voordat ze bezorgd wordt. Het duurt ook tien dagen voordat de Wereldbank mij eindelijk een permanente pas geeft waarmee ik de gebouwen in kan.

Terwijl ik naar een huis of appartement zoek, een bankrekening probeer te openen en allerlei andere privé-zaken tracht te regelen, moet ik mij ook inwerken. En dat is niet gemakkelijk. De Global Environment Facility - kortweg GEF - is een nieuwe loot aan de veelgetakte boom van internationale organisaties. Weet u niet precies wat de Wereldbank eigenlijk doet? Of het ontwikkelingsprogramma van de Verenigde Naties (UNDP)? Of UNEP? IFAD? UNIDO? Of nog een hele reeks van dergelijke afkortingen? De GEF doet niets zelf, maar financiert milieuactiviteiten van vijf internationale financiële instellingen en vijf VN-organisaties. Ik mag me dus laten informeren over wat tien van deze fraaie afkortingen allemaal doen en hoe de door de GEF gefinancierde activiteiten daarin passen. Bovendien zal ik bij alle tien de organisaties langs moeten om te controleren of de resultaten echt bereikt zijn. Waarom zo ingewikkeld? De GEF is opgericht om als financieringsmechanisme te dienen voor een aantal internationale milieuverdragen. Men was bang dat iedere internationale organisatie het wiel opnieuw zou uitvinden, en dat iedereen de leuke dingen zou oppakken en de minder leuke dingen zou laten liggen. Om dat te voorkomen, is de GEF opgericht als kanaal voor het geld. Daardoor zouden de tien organisaties moeten samenwerken om aan de benodigde middelen te komen. Tot zover de theorie. Ik ben nu uiteraard benieuwd naar de praktijk.

Meelopen

In de tweede week van september gaat een grootschalige onafhankelijke evaluatie van de resultaten van de GEF van start. De Raad van de GEF heeft deze evaluatie in gang gezet en het is de bedoeling dat het eindrapport in de zomer van 2005 wordt gebruikt als startpunt voor de volgende financieringsfase van de GEF. Op basis van 'terms of reference' voor de evaluatie is een internationale competitie gehouden. De opdracht is uiteindelijk gewonnen door een internationaal team van consultants. Dat is voor mijn tijd gebeurd. Nu, in september, gaat de studie van start en mag onze afdeling het team onderzoekers gaan ondersteunen. Om me in te werken, is dit natuurlijk ideaal! Het team krijgt van iedereen informatie en heeft toegang tot alle organisaties en gefinancierde activiteiten. In principe hoef ik maar achter de consultants aan te lopen om alle informatie te krijgen die ik nodig heb. Onze afdeling heeft een kennismakingsseminar georganiseerd voor de onderzoekers en ik leer er zelf ook veel van. De nadruk ligt nu niet zozeer op de uitvoerende organisaties, maar op de thema's waarin de GEF actief is, met als voornaamste de bescherming van biodiversiteit, vermindering van de uitstoot van gassen die het klimaat veranderen, hernieuwbare energiebronnen en de bescherming van internationale wateren.

De informatie die aan de onderzoekers wordt gegeven, is niet alleen bijzonder interessant, maar naar mijn gevoel ook heel eerlijk. Het gaat er immers niet om een verkooppraatje te houden, maar om de consultants te introduceren in de onderwerpen die zij gaan onderzoeken. Het is dus gevaarlijk hen voor de gek te houden, want ze gaan naar 'het veld', naar de projecten zelf, om te bekijken of er echt resultaat is geboekt. Uiteraard wordt er wel een interpretatie gegeven aan de uitkomsten. Er worden allerlei kanttekeningen geplaatst - hoe moeilijk het is om innovatieve activiteiten op milieugebied op te starten, hoe lang het duurt voor landen het eens zijn over internationale, grensoverschrijdende projecten, enzovoorts.

Meetbaarheid

In principe moet het wel redelijk in orde zijn met de resultaten, althans op een aantal gebieden. Zo valt bijvoorbeeld goed aan te tonen dat de GEF een belangrijke bijdrage levert aan het verminderen van de uitstoot van klimaatveranderende gassen (zoals CO2). Dat gebeurt onder meer door de verbrandingsprocessen in energiecentrales te verbeteren - we weten heel goed hoe dat moet en welke resultaten daarmee geboekt kunnen worden. Bij projecten op het gebied van armoedevermindering ligt het wat moeilijker. Daar is het soms onduidelijk of nieuwe mogelijkheden om krediet te verwerven daadwerkelijk de armsten bereiken en hen echt in staat stellen hun levensstandaard te verbeteren.

Ook op andere terreinen lijkt de GEF redelijk goede resultaten te boeken. Wat betreft het beschermen van biodiversiteit zijn er steeds meer gebieden in de wereld die dankzij steun van de GEF overeind gehouden worden. Ook heeft de GEF in veel landen resultaten bereikt met de introductie van zonne-energie. Wel is het de vraag of dat duurzaam zal zijn zolang de prijs van zonnepanelen zo hoog blijft dat de markt ervoor niet echt op gang komt. Op het gebied van de hulpbronnen in internationale wateren (die worden leeggevist en steeds meer verontreinigd raken) zijn er successen geboekt bij het totstandkomen van internationale samenwerking om de problemen aan te pakken. Die samenwerking is vaak nog niet oud genoeg om al tot concrete veranderingen te hebben geleid.

Een groter probleem bij het meten van de successen van de GEF is dat de organisatie maar een van de vele actoren is op milieugebied. Neem de vermindering van klimaatveranderende gassen. Hier kunnen door evaluaties de resultaten onomstotelijk worden bewezen - de processen zijn immers bekend. Als de GEF een fabriek helpt met een investering in apparatuur die de uitstoot van gassen vermindert, dan kan daarna precies worden gemeten hoe de uitstoot is veranderd. Moeilijker is het te berekenen welke invloed dat nu op het klimaat heeft. Duidelijk is dat de grote uitstoot van klimaatveranderende gassen in de geïndustrialiseerde landen alle duwtjes van de GEF in de goede richting teniet kan doen. Ook de bescherming van de biodiversiteit is lastig te meten. Wie weet immers precies hoeveel vlindersoorten er zijn in het Amazonegebied? Dat kan niemand met zekerheid zeggen. Maar als gebieden met veel biologische rijkdommen goed worden beschermd, heeft de GEF potentieel een veel grotere impact dan op de klimaatverandering, waarvan de resultaten juist beter gemeten kunnen worden.

Harde werkelijkheid

Of dat ook werkelijk kan, is overigens de vraag. Ik ben getrouwd. Met een man. Maar mijn echtgenoot krijgt van de VS geen visum als familielid van een internationale ambtenaar. De reden hiervoor is dat er nog in de tijd van Bill Clinton een wet is aangenomen die het traditionele huwelijk moet beschermen. Sindsdien erkent de VS geen relaties die niet als 'traditioneel' zijn te kenschetsen. De enige oplossing lijkt een eigen verblijfstitel voor mijn echtgenoot. Zowel het ministerie van Buitenlandse Zaken (waar ik tot september werkte) als de Wereldbank (waar de GEF is gevestigd) erkennen het probleem en hebben mij gestimuleerd om toch vooral aan mijn baan in Washington te beginnen. Op het moment van schrijven is er echter nog geen oplossing.

Wat mij verbaast, is dat de landen en organisaties die met dit probleem te maken hebben, niet gezamenlijk naar een oplossing zoeken. Ieder land benadert het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken apart, krijgt een onbevredigend antwoord en vertrekt weer. Voor zover ik weet, is er geen enkel gezamenlijk initiatief geweest. Meer dan vijftien landen kennen inmiddels vormen van huwelijk en partnerschapsregistratie die niet door de VS worden erkend. Zowel de Verenigde Naties in New York als de Wereldbank in Washington erkennen die relaties wél. Deze landen en deze organisaties zouden gezamenlijk de Amerikaanse overheid moeten benaderen. Het gaat er niet om dat de VS zijn wetten zou moeten aanpassen. Waar het wel om gaat, is dat de VS zich een goed gastheer zou kunnen betonen door mogelijkheden te scheppen voor partners om bij elkaar te blijven. Het feit dat Bush de verkiezingen heeft gewonnen, lijkt erop te wijzen dat het Amerikaanse standpunt niet soepeler zal worden. Des te meer reden voor gezamenlijke actie!

Rob D. van den Berg is sinds september directeur Monitoring en Evaluatie bij de Global Environment Facility in Washington



Reacties