Investeringsverdragen dure grap voor ontwikkelingslanden

01-12-2004
Door: OneWorld Redactie
Bron: IPS/OneWorld

Minstens 50 regeringen raakten inmiddels al verwikkeld in een dure en langdurige arbitragezaak, aangespannen door buitenlandse bedrijven of buurlanden. Daarbij ging het om 31 ontwikkelingslanden, 11 westerse landen en 8 landen in het voormalige Oostblok.

Meestal vragen bedrijven arbitrage aan omdat belastingmaatregelen, ruimtelijk beleid of milieuverordeningen door overheden de ondernemeringen hinderen in hun activiteiten. Vaak gaat het ook over noodmaatregelen die een ontwikkelingsland treft om een financiële crisis te boven te komen.

Vrijhandelsverdrag

Volgens het rapport van Unctad is Argentinië mede daarom het zwaarst belaagde land. De afgelopen jaren moest de regering zich 37 keer verdedigen tegen bedrijven en andere regeringen die zich benadeeld voelden door het Argentijnse beleid. Argentinië kampte met een ernstige financiële crisis tegen het einde van de jaren negentig.

Mexico werd veertien keer op het matje geroepen. Daarbij ging het vooral om bedrijven die een beroep deden op afspraken die in het elf jaar oude Noord-Amerikaanse Vrijhandelsverdrag (Nafta) van Canada, de Verenigde Staten en Mexico zijn gemaakt. Ook tien recente arbitragezaken die tegen de VS zijn aangespannen, zijn gebaseerd op overeenkomsten uit datzelfde verdrag.

Bindende uitspraak

Bij arbitrage doet een door beide partijen aanvaarde scheidsrechter een bindende uitspraak over een geschil. Er zijn diverse arbitrage-instanties. Alleen het Internationaal Centrum voor de Regeling van Investeringsgeschillen van de Wereldbank (ICSID) maakt openbaar welke zaken het behandelt. Het ICSID heeft momenteel 106 klachten in behandeling die verband houden met internationale investeringsverdragen. In 1994 waren dat er drie. Volgens de Unctad hebben andere arbitrage-instellingen nog eens 54 zaken in behandeling.

Juridisch bijstand in dergelijke zaken kost handenvol geld. Bij verlies van een arbitrage moeten landen soms tientallen miljoen euro schadevergoeding betalen. Zo moest Ecuador in 2002 de Amerikaanse oliemaatschappij Occidental 71 miljoen dollar plus rente betalen omdat het land de regels van een bilateraal investeringsverdrag overtrad.

Critici vinden dat de golf van arbitrages belangrijke onderdelen van investeringsverdragen op losse schroeven zet. ‘De trend is niet nieuw en toont aan dat het internationaal handelssysteem niet in evenwicht is’, zegt Aldo Caliari van het Centre of Concern, een ontwikkelingsorganisatie in Washington. ‘Investerende bedrijven verwerven meer macht, ten nadele van de regeringen.’

Volgens de Unctad moeten landen beter uitkijken bij de onderhandelingen over investeringsverdragen. De organisatie gaat ervan uit dat bedrijven in de toekomst nog meer een beroep zullen doen op arbitrage om het onderste uit de kan te halen.

color=red>

Unctad
ICSID

Reacties