'Drie vrije handwerkslieden die een praatje maken en een kappersjongen met zijn hulpje'. Afbeelding uit 'Eigendomsstrijd'.
Achtergrond, Interview

Ook na de slavernij was je niet vrij

Karwan Fatah-Black ziet een gat in onze kennis over het Nederlandse slavernijverleden. Hij schrijft in zijn boek Eigendomsstrijd over de vergeten vrijgelaten tot slaafgemaakten. Deze ‘vrijen’ van Suriname kwamen nooit helemaal vrij van hun slavenhouders.

Dit artikel krijg je cadeau van OneWorld. Word abonnee
1 juli 1863. De dag van de afschaffing van de slavernij in Suriname. Deze dag wordt jaarlijks gevierd tijdens Ketikoti – Sranan (Surinaams) voor ‘gebroken ketens’. Toch kun je vraagtekens plaatsen bij het woord ‘afschaffing’ in deze context. Nederland was in 1863 al een van de laatste Europese landen die de afschaffing van het houden van slaven bij wet doorvoerde; bovendien duurde het daarna nog tien jaar voordat de voormalige tot slaaf gemaakten werkelijk vrij waren.
Karwan Fatah-Black

Focus op plantageleven

Het is historicus (in 2013 gepromoveerd op een proefschrift over Paramaribo en de trans-Atlantische handel) en universitair docent aan de Universiteit Leiden Karwan Fatah-Black (1981) niet om een oordeel te doen. In Eigendomsstrijd schrijft hij: ‘Het verdelen in ‘goed’ en ‘fout’ zou ons niet helpen om het verleden te begrijpen en de nawerking van dit verleden in het heden te herkennen.’ In zijn boek gaat hij op zoek naar de blinde vlek binnen de Nederlandse slavernijkennis. Er is volgens Fatah-Black veel onderzoek gedaan naar tot slaaf gemaakten op de plantages, maar onderzoek naar de voormalige tot slaaf gemaakten die in de randen van Paramaribo leefden, blijft achter. Fatah-Black: “De focus op het plantageleven is terecht, dat is belangrijk – maar wanneer je kijkt naar hoe mensen vrij werden en wat voor levens zij daarna hadden, dan zie je welke obstakels ze toen hebben ervaren en hoe dit ook nu nog doorwerkt.”

Manumissie

Het vrijlaten van tot slaaf gemaakten wordt ook wel ‘manumissie’ genoemd. En dit fenomeen zie je in ieder slavernijsysteem, legt Fatah-Black uit. Naast alle fysieke en geestelijke terreur is een sprankje hoop namelijk noodzakelijk. “Zo wordt het systeem in werking gehouden en blijft het voor de eigenaren draaglijk.” Draaglijk voor de eigenaren? Ja, de eigenaren hadden namelijk ook baat bij het vrijlaten van tot slaaf gemaakten – in de vorm van dankbaarheid die zij voor de vrijlating ontvingen. In de praktijk kwam er echter bijna nooit iemand vrij, maar dat de mogelijkheid bestond, hield het systeem gaande. Dit idee achter het vrijlaten van tot slaaf gemaakten kwam veel voor, maar het aantal dat daadwerkelijk vrij kwam verschilde per slavernijsysteem, legt Fatah-Black uit. “In sommige gebieden was het normaal om tot slaafgemaakten na zeven of twintig jaar vrij te laten. In de Atlantische wereld1, waar Suriname deel van uitmaakt, was het percentage mensen die vrijgelaten werden, echter erg laag.”
  • Suriname bevatte halverwege de 18e eeuw 50.000 tot slaafgemaakten tegenover 2000 witte eigenaren. Gemiddeld hield één witte slavenhouder dus vijfentwintig slaven.
  • In 1760 bestond de vrije, niet-witte bevolking in Suriname uit niet meer dan 300 mensen. Honderd jaar later, vlak voor de afschaffing van de slavernij in 1863, was dit getal gegroeid naar 15.000.
  • In Suriname was het manumissie-percentage in de 18e eeuw niet hoger dan 0,1 procent. Ter vergelijking: in Brazilië lag dit op 1 procent.

Gedwongen relaties

Er waren verschillende redenen waarom slaafgemaakten vrijgelaten konden worden: zoals het overlijden van de slavenhouder of als uiting van dank voor bijzondere diensten. Slaafgemaakten die in het huishouden werkten kwamen sneller in aanmerking voor vrijlating dan een ‘naamloze slaaf’ die op het veld werkte. Ook kinderen die voortkwamen uit gedwongen seksuele relaties tussen slaafgemaakte en slavenhouder, maakten vaak meer kans om vrijgelaten te worden. Bovendien speelde huidskleur een rol: hoe lichter de huid van een tot slaaf gemaakte, hoe groter de kans op manumissie – als die optie überhaupt bestond. “De raciale hiërarchie werd door het vrijlatingssysteem versterkt”, aldus Fatah-Black.

Hoe Nederlandse banken verdienden aan slavernij

Vrij in een niet-vrije samenleving

Fatah-Black maakte voor zijn boek gebruik van verschillende bronnen – een flinke klus aangezien er niet veel geschriften aanwezig zijn van die tijd. Testamenten en rechtbankverslagen gaven de meeste informatie over de levens van de ‘vrijen’ in Suriname. “Intieme documenten die lieten zien wat deze mensen dreef en wat in hun leven belangrijk voor ze was.” Nadat een tot slaaf gemaakte ‘slaaf-af’ werd gemaakt, betekende het dat die persoon werd vrijgelaten in een samenleving waar zwart en wit mijlenver van elkaar af stonden. Het leven werd daardoor bemoeilijkt, maar tegelijkertijd vormde deze kleine groep mensen uiteindelijk, zoals Fatah-Black in zijn boek beschrijft, de basis van de hedendaagse Afro-Surinaamse cultuur.
De moeders van de eerste ‘vrijen’. Afbeelding uit ‘Eigendomsstrijd’.

Wanneer je voormalige eigenaar in schulden zat of armlastig  werd, was je verplicht hem bij te staan

Een van de opvallendste bevindingen van Fatah-Black is dat de ‘vrijen’ vaak een (groot) deel van hun nalatenschap nalieten aan hun voormalige slavenhouder. ‘Waarom vrijgemaakten ervoor zouden kiezen om hun nalatenschap aan hun voormalige eigenaar te geven, is vanuit ons huidige perspectief misschien moeilijk te begrijpen’, schrijft Fatah-Black in Eigendomsstrijd. Hij legt uit: “Mensen vormen zich naar het systeem. Het wordt ze geleerd om op een bepaalde manier te denken over de relatie die ze hebben met hun eigenaar. Vrijlating werd gezien als een schat die niet in waarde uit te drukken was. Een geschenk, en een geschenk moet je afnemen in dank. Vrijlating is niet het einde van de relatie tussen de tot slaafgemaakte en slavenhouder. Als voormalige slaafgemaakte moest je nog steeds dankbaarheid betuigen aan je eigenaar. Wanneer je voormalige eigenaar in schulden zat of armlastig  werd, was je verplicht hem bij te staan.”
‘De ‘Du’ of het grote slavenfeest’. Afbeelding uit ‘Eigendomsstrijd’.

Na de afschaffing

Al jaren voorafgaand aan 1 juli 1863 was het duidelijk dat slavernij niet meer houdbaar was. Het zou echter nog twintig jaar duren voordat een radicale verandering plaatsvond. “Er bestond veel angst voor wat er zou gebeuren als de mensen vrij zouden komen. ‘Dan gaan ze niet meer voor ons werken’, was een gedachte die veel speelde.” Fatah-Black vergelijkt deze vertraging – in ideeën over beëindiging van misstanden en het daadwerkelijk beëindigen ervan – met huidige problemen zoals kinderarbeid en klimaatverandering. “We weten allemaal dat we niet meer moeten vliegen, maar we doen het toch nog.” Bij het vrij worden als slaafgemaakte ontstond een breuk waarin mensen hun eigen route gingen kiezen, keuzes maakten en een leven buiten de slavernij gingen opbouwen. “Om te begrijpen hoe bijzonder dat was, moeten we eerst begrijpen hoe vanzelfsprekend het was om in zo’n systeem te leven.” Bevorderen van dit begrip is dan ook een hoofddoel van zijn boek Eigendomsstrijd.
Het boek Eigendomsstrijd ligt vanaf 25 september in de boekwinkels.
  1. De Atlantische wereld slaat op de Trans-Atlantische slavenhandel, of de driehoekshandel tussen Europa, Afrika en de Amerika’s waarbij Europeanen Afrikanen naar de Amerika’s vervoerden. ↩︎

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Verder lezen?

Rechtvaardige journalistiek verdient een rechtvaardige prijs.
Maak jij OneWorld mogelijk?

Word abonnee

  • Digitaal + magazine  —   8,00 / maand
  • Alleen digitaal  —   6,00 / maand
Heb je een waardebon? Klik hier om je code in te vullen

Factuurgegevens

Je bestelling

Product
Aantal
Totaal
Subtotaal in winkelwagen  0,00
Besteltotaal  0,00
  •  0,00 iDit is het bedrag dat automatisch van je rekening wordt afgeschreven.

Lees je bewust met OneWorld en draag bij aan een rechtvaardige wereld.

Dat kan al vanaf 6 euro per maand

Ontvang onze beste verhalen in je mailbox

Volg ons