Interview: Stephen Ellis

18-10-2011 Bron: OneWorld
Stephen Ellis
Interview – 

Afrika is bezig met een opmars op het wereldtoneel, betoogt afrikanist Stephen Ellis in zijn nieuwste boek.
Het Westen moet nog wennen aan Afrika’s nieuwe rol. “Het debat over Afrika loopt decennia achter.”

De oude dorpelingen bestuderen het gedrag van de beesten, ze bekijken de bomen en planten om te begrijpen wat komend seizoen gaat brengen.” Achter een grote mok café Latte in een drukbezocht cafeetje in het centrum van Amsterdam, schetst afrikanist Stephen Ellis het beeld van het regenseizoen in Afrika. “Het is een mooi moment. Iedereen ziet in de natuur de voortekenen die hij graag wil zien. Zal er op tijd regen vallen? Wordt het een rijke oogst? Maar die tekenen zijn nooit eenduidig en zeggen meer over het seizoen dat voorbij is dan over wat komen gaat.” Historicus Ellis, verbonden aan het Afrika-Studiecentrum en aan de Vrije Universiteit van Amserdam, probeert in zijn boek Het regenseizoen hetzelfde te doen als de dorpelingen. Hij maakt een analyse van de plaats die Afrika op dit moment in de wereld inneemt. Zonder de toekomst te willen voorspellen benadrukt hij keer op keer. “Ik ben historicus, geen profeet.”

Precies veertig jaar geleden kwam u voor het eerst in Afrika. Wat kwam u doen?
“Na de middelbare school ging ik als vrijwilliger op een school in Kameroen werken als docent Engels. Ik was nog naar 18 jaar oud en wist niets van de wereld.
Ik was een keer op vakantie in Frankrijk geweest, dat was het. Ik was op zoek naar avontuur en daarbij, ik ben nu bijna gegeneerd om het te zeggen, wilde ik als goed opgeleide jongen ook iets doen voor de arme mensen in de derde wereld. Nu vind ik dat ontzettend naïef en dat was het ook. Het was heet, alles was vreemd en ‘s avonds vroeg donker. Een collega van de missieschool waar ik werkte, nam mij vaak mee naar de wijken van Douala om met de oude mannen te spreken. Die mannen herinnerden zich de tijd voor de kolonisatie, de periode dat de Duisters er waren, de Franse kolonisatie en de onafhankelijkheid. Fascinerend vond ik dat.”

 

Sindsdien heeft de Afrikaanse geschiedenis u niet meer losgelaten. Ook dit boek, dat eigenlijk over de plek van het huidige Afrika in de wereld gaat, laat u zien hoe het verleden het heden bepaalt.
“Net als bij andere delen van de wereld komt Afrika’s karakter voort uit zijn geschiedenis.
Vaak wordt gedacht dat die geschiedenis pas is begonnen met het kolonialisme. Ik probeer als historicus te laten zien dat de kolonisatie een korte periode in de stroom van de tijd is geweest. Toch bestaat nog altijd het idee dat Afrika achter loopt in de tijd. Afrika wordt óf als verloren continent gezien óf juist bewierookt om zijn ‘mooie natuur en de veerkrachtige mensen.’Daar erger ik mij aan. Iedereen doet altijd of Afrika heel anders is dan andere continenten. Het idee dat er iets bijzonders is met Afrika klopt volgens mij niet.”

 

Waarom zit het idee dat Afrika is achtergebleven, zo diep?
“Het heeft volgens mij te maken met een westers superioriteitsgevoel. We zijn ervan overtuigd dat we iets heel bijzonders hebben bereikt met de totstandkoming van onze democratie en welvaart. We dachten dat we Afrika naar ons voorbeeld konden kneden. Afrika heeft zich wel ontwikkeld maar op manieren die niemand had voorzien. De aansluiting met de praktijken, netwerken en instituties van de globalisering voltrekt zich op een onzichtbare en onverwachte manier. We kunnen niet meer denken dat Afrika een achterlijke versie van onze eigen samenleving is. Het zegt meer over de Europese kijk op de wereld dan over de Afrikaanse werkelijkheid.”

Wat is op dit moment dan Afrika’s werkelijke plaats op het wereldtoneel?
“Afrika is meer dan ooit verbonden met de wereld. Het continent is interessanter voor het bedrijfsleven dan ooit, er wordt een hoop geïnvesteerd. Eigenlijk is Afrika op dit moment een van de weinige lichtpunten van de wereldeconomie. Bovendien geeft de opkomst van China  Afrika meer keuze. Het zijn niet meer alleen de oude koloniale machten die interesse in Afrika tonen. De ontwikkelingen zijn veelbelovend, maar we moeten niet vergeten dat er ook nog grote uitdagingen liggen. Een daarvan is de sterke bevolkingsgroei.
Elk jaar verlaten miljoenen Afrikanen de middelbare school terwijl er niet genoeg werk is.  Wat gaan al die mensen doen? Een angstig idee, vind ik.”

Wat is nog meer bepalend voor de toekomst van Afrika?
“Ik denk dat we heel goed moeten nadenken over de fragiele staten op het continent. Ik krijg soms de indruk dat diplomaten ze zien als tijdelijk probleem, maar ik zie geen bewijs dat ze  in korte tijd stabiel zullen worden. Het leven gaat door in die landen. Soms gaat het redelijk, soms tamelijk slecht. Het is misschien niet wat wij wilden maar dit is wat het is en daar moeten we mee dealen. Ook als er geen functionerende overheid is, zijn samenlevingen toch soms op een of andere manier georganiseerd.”

 

U geeft in uw boek het voorbeeld van de piraten in Somalië die een eigen effectenbeurs hebben opgezet, over een internationaal juridisch netwerk beschikken en zelfs scholen en ziekenhuizen bouwen.
“Het is niet mijn bedoeling een romantisch beeld te schetsen van ‘die leuke piraten’ die met hun beurs geld inzamelen om zieken en bejaarden te helpen. Piraterij is een ernstige vorm van misdaad. Maar het voorbeeld laat zien dat de scheidslijn tussen politici en criminelen niet altijd scherp te trekken is. Het loopt vaak door elkaar. De wereld zal daar aan moeten wennen. Onze manier van de wereld besturen, die al dateert uit  1945, is misschien wel verouderd. Als de situatie te ernstig wordt, leggen we het op het bordje van de Verenigde Naties. Dat is te simpel gedacht. Ik merk dat de Chinezen veel dieper denken over de stabiliteit van Afrika op de lange termijn. Chinese ambtenaren merken steeds meer dat China ook een probleem heeft als de rechtsstaat in Afrika helemaal instort. Toen de onrust in Libië uitbrak, moesten dertigduizend Chinezen worden geëvacueerd. Ik vermoed dat de Chinezen zich in de toekomst veel meer met veiligheidskwesties in Afrika gaan bezighouden.”

 

En ondertussen kopen ze het land op…
“Ik probeer in mijn boek juist te laten zien dat Afrikanen op dit punt zelf helemaal niet machteloos zijn, integendeel. Wat voor beslissingen zij gaan nemen over het verkopen van land kan belangrijke consequenties voor de toekomst van het continent hebben. Het is makkelijk om een rampscenario te schetsen waarbij de Afrikaanse overheid heel veel grond verhuurt aan buitenlandse investeerders of voedsel exporteert voor biobrandstof, terwijl er tegelijkertijd honger is. Maar het kan ook een succesverhaal worden. Volgens schattingen van de VN ligt 80 procent van de ongebruikte maar wel geschikte grond in Afrika. Als die grond door de regeringen op een goede manier wordt ingezet, kan het een fantastische gelegenheid zijn om van de landbouwsector, net als bijvoorbeeld in Chili of Australië is gebeurd, een dynamische motor van de economie te maken.”

 

U waagt zich in uw boek nadrukkelijk niet aan toekomstvoorspellingen. Kunt u wel aangeven of Afrikanen over twintig jaar beter of slechter af zijn dan nu?
“Dat is onmogelijk te zeggen. Ik ben er wel tamelijk zeker van dat Afrika nog belangrijker zal zijn dan nu, al is het alleen maar omdat Afrikanen over een jaar of tien misschien wel een vijfde van de wereldbevolking uitmaken. Het wordt dan ook tijd dat we een echt Afrikabeleid gaan formuleren en dat moet niet alleen uit ontwikkelingssamenwerking bestaan. Het moet verder gaan dan het idee ‘dat we een morele verplichting’ richting Afrika hebben.”

Het idee om ‘arme Afrikanen’ te helpen dreef ook u ooit naar Afrika.
“Gelukkig was ik daar tamelijk snel vanaf. Mijn beeld van Afrika bestond uit dorpen met lachende kinderen. Ik was dan ook geschokt toen ik in Douala, een grote lelijke havenstad, terechtkwam. Mijn leerlingen bleken net zo ingewikkeld als westerse kinderen. Sommigen werden in hun vaders Mercedes naar school gebracht. Ook dat is Afrika.”

Pieternel Gruppen

Pieternel Gruppen werkt op dit moment bij Trouw. Voordat ze bij Trouw ging...

Lees meer van deze auteur >

Reacties