Internet ontsnapt aan zelfcensuur in oorlogsverslaggeving

29-03-2005
Door: OneWorld Redactie
Bron: OneWorld

Dit stellen MJ Bear en Jane Hall, onderzoekers van de School of Communication van de Amerikaanse Universiteit van Washington DC. Zij hielden een enquête onder de nieuwsmedia over de berichtgeving over de oorlog in Irak. Het onderzoek bestrijkt de eerste vijftien maanden na de inval van de Amerikanen in maart 2003.

Volgens de respondenten waren er enkele incidenten die in de redactieruimten tot verhitte discussies leiden. Zij noemen onder meer de onthoofding van een gegijzelde Amerikaan, de gewelddadige dood van vier Amerikaanse werknemers in Falluja en de mishandeling van Irakezen door VS-soldaten in de gevangenis Abu Ghraib.

Onthoofding

Zo verhaalt een redacteur over de beslissing om beelden te plaatsen van de onthoofding van Paul Johnson: 'It was hotly debated in the newsroom and resulted in dozens of e-mails, letters and phone calls from readers around the country; surprisingly, all but a handful approved of our use of the images, we published an editor's note on Page 1 warning readers of the images on an inside page. The photos were run in black-and-white, far smaller than actual size.'

Meer media kozen ervoor gruwelijke beelden uiteindelijk op de binnenpagina's en in zwart-wit te plaatsen. Die beperking gold zelden voor de online-edities.

Zelfcensuur

Meer aanwijzingen over zelfcensuur bieden volgens de onderzoekers de antwoorden van de journalisten over het 'redigeren' van oorspronkelijk materiaal vlak voor publicatie. Van de respondenten die op de burelen van de krant of omroep werkten, geven 27 van de 137 aan dat materiaal werd bewerkt om andere redenen dan stijl of lengte. Van de verslaggevers in oorlogsgebied is 15 procent (11 van 73) ervan overtuigd dat hun materiaal zo is bewerkt dat de gepubliceerde of uitgezonden versie niet langer een accurate weergave was.

Van de 210 journalisten beweren er 30 dat zij of hun leidinggevenden beperkingen oplegden bij de publicatie van beelden van dode Amerikaanse of geallieerde burgers. Hetzelfde gebeurde bij beelden van dode Amerikaanse of geallieerde soldaten, constateerden 29 respondenten.

Ingekwartierd

Van de respondenten waren er 73 (35 procent) in de eerste vijftien maanden na de inval in Irak of een van de buurlanden actief. Van hen waren weer 38 journalisten 'ingekwartierd' in het Amerikaanse leger. Negen van de tien journalisten die in het gebied actief waren, zeggen overigens dat de mogelijkheid tot online publiceren hun wijze van werken en publiceren niet heeft beïnvloed.

De discussie over berichtgeving over Irak en de wederopbouw in het land laaide onlangs weer op, nadat steeds vaker journalisten werden gegijzeld. Zo kwam de term 'hoteljournalistiek' op. De uitdrukking is een verwijt naar journalisten die enkel nog vanuit hun hotel op basis van eenzijdige en veelal Amerikaanse bronnen zouden berichten, zonder nog zelf feiten te verzamelen.

Extra materiaal online

Voor het onderzoek werden 210 Amerikaanse en buitenlandse 'nieuwsmakers' anoniem geïnterviewd; het gaat daarbij vooral om verslaggevers en redacteuren en in mindere mate om fotografen en leidinggevenden op redacties. Vier van de vijf journalisten werkten in eerste instantie voor een Amerikaans publiek: drie van de vijf voor de gedrukte media en een van de vier voor televisienieuws.

Uit de enquête blijkt dat de online edities vooral werden gebruikt om extra materiaal te plaatsen. Voor fotoseries, uitgebreide interviews en logboeken was in de krant vaak geen plaats.

Twee citaten uit de enquête:

'As with any death, we tried to make sure the pictures were as 'tasteful' as possible -- not much blood or gore. We ran a front page picture of the four dead contractors in Fallujah, for instance, but from a greater distance than some newspapers, so the bodies were not immediately distinct as corpses.  Even so, we drew a large amount of criticism from readers.'

'Our duty is to report as vividly and accurately as we can what is happening in Iraq. But we have to make difficult judgments about some of the shocking raw footage we or agencies film of death, horrific injuries, hostage murders filmed by hostage takers etc. We want to show what is happening, but also to avoid causing unnecessary shock and distress to viewers or encouraging further brutality by hostage takers. It is a difficult task.'

Reacties