'Ik ben een progressief populist'

25-09-2008
Door: Tekst: Frans Bieckmann, illustraties: Paul van der Steen

28_HarryBoiteMet zijn onafscheidelijke pet oogt Harry Boyte als een vriendelijk boertje. Hij draagt hem in de Haagse zaaltjes van het Institute of Social Studies en op de hei bij Hilversum, waar hij in februari en mei van dit jaar een aantal dagen bijeenkwam met een groep van acht personen in het kader van het Civic Driven Change Initiative (zie ook het interview met Alan Fowler in Vice Versa 3). Dit project wordt half oktober publiek gemaakt en zal onder meer bundel verschijnen van een tiental essays, waaronder een van Boyte. Onder zijn pet een open gezicht met lachende ogen. Harry Boyte dringt zich niet op, maar luistert vooral. Als hij echter spreekt, klinkt een overtuiging door die gevormd is door veertig jaar consequent doordenken over maatschappelijke verandering en betrokkenheid bij wat mensen aan de onderkant van de samenleving bezighoudt.

'Ik ben in belangrijke mate beïnvloed door het populisme. Daarmee bedoel ik iets heel anders dan wat jullie in Nederland daaronder verstaan, het rechtse populisme van "Pim". Het populisme waarop ik doel is progressief.' Harry Boyte schreef acht boeken over citizen agency. Hij schuwde daarin geen historische en politiek-filosofische beschouwingen, maar heeft zijn theorieën altijd gekoppeld aan een actieve praktijk: van het organiseren van protestmarsen, via het trainen van jongeren en het organiseren van mensen in achterstandswijken, tot aan zijn huidige functie - tijdens de Democratische Conventie eind augustus bekendgemaakt - als medevoorzitter van de Civic Engagement Group van de campagne van presidentskandidaat Barack Obama.

IDASA
Harry Boyte werkt een deel van het jaar voor het Institute for Democracy in South Africa (IDASA, www.idasa.org.za). IDASA werd in 1986 opgericht om te zoeken naar antwoorden op de onderdrukking door het apartheidsregime en naar nieuwe manieren om om te gaan met de polarisatie tussen zwarte en blanke Zuid-Afrikanen. Er werden ontmoetingen... Lees verder >>>
Boyte's ideeën zijn net zo toepasbaar in Afrika als in zijn geboorteland de Verenigde Staten, stelt hij zelf. In zijn filosofie staan de lokale tradities en culturen van gemeenschappen centraal en hij ziet mensen - burgers - als de co-creators, de medevormgevers, van hun eigen ontwikkeling. Dat gaat net zo goed op in hoogtechnologische maatschappijen als de VS of Europa als in ontwikkelingslanden. Een deel van het jaar werkt Boyte in Zuid-Afrika, als senior associate van het Institute for Democracy in South Africa (IDASA, zie kader), dat ook actief is in andere landen van het Afrikaanse continent. Boyte's denken bouwt voort op de burgerrechtenbeweging die in de jaren vijftig en zestig streed tegen de rassensegregatie in het zuiden van de VS. 'De burgerrechtenbeweging identificeerde zich sterk met Afrika. We kenden toen al het ANC en wisten van de rechtszaken tegen Mandela en anderen.'  

Nelson MandelaKunt u iets meer over die tijd vertellen?
'Ik groeide op in het zuiden van de Verenigde Staten, in de periode van de segregatie. Die leek erg op het apartheidssysteem in Zuid-Afrika. Mijn vader diende tijdens de Tweede Wereldoorlog bij het Rode Kruis in Noord-Afrika, voordien was hij journalist. Hij werd actief in de strijd voor desegregatie. Die ervaring vormde mij, in die context groeide ik als tiener op. Mijn vader was actief in de Southern Christian Leadership Conference (SCLC) van Martin Luther King. Daar ging ik ook voor werken, net voor de beroemde Mars op Washington in 1963. Ik was toen aan het liften door de VS en mijn vader belde mij dat ik in augustus in Washington moest zijn. Ik had een hotelkamer naast die van Martin Luther King en heb hem op zijn kamer nog 'I have a dream' horen oefenen.

'Intellectuelen zijn antiracistisch, maar hebben geen zwarte vrienden'  

In mijn laatste boek beschrijf ik een gebeurtenis in de zomer van 1964 in Saint Augustine in Florida. Er waren daar demonstraties, maar veel politiemannen zaten bij de Ku-Klux-Klan. Demonstranten werden in elkaar geslagen, mijn vader werd bijna doodgeschoten en mijn vriendin werd gearresteerd. Ik ging tegen de adviezen in naar het politiebureau om naar haar te vragen. Buiten werd ik door vijf mannen omsingeld: "God damn yankee communist", riepen ze. Ik zei: "Ik ben een christen en jullie worden geacht je naaste lief te hebben. En ik ben ook geen noordelijke yankee, maar een zuiderling, mijn familie woont hier al eeuwen. En ik ben geen communist, maar een populist." Even was het stil. Een van de vijf, die een soort ideologisch leider van de plaatselijke KKK bleek te zijn, zei: "Ik ben hindoe, ik geloof in het kastensysteem." We raakten aan de praat en ze vergaten mij in elkaar te slaan. Na een tijdje ging ik gewoon weg. Twee dagen later marcheerde de KKK door een zwarte gemeenschap. De KKK-filosoof zwaaide vanuit de mars naar mij, waarop dr. King mij meteen vroeg hoe ik die man kende. Ik vertelde hem het verhaal, waaruit voor hem bleek dat ik in staat was kloven te overbruggen met mensen die totaal anders dachten. Daarop vroeg hij mij hem te helpen met wat hij de volgende fase noemde: het organiseren van community action onder arme blanken in North-Carolina.'  

Martin Luther KingIn welk opzicht hebben die ervaringen uw latere werk beïnvloed?
'In die jaren begon bij ons al het belangrijke inzicht te groeien dat ik later verder ben gaan uitwerken: dat de progressieve intellectuele elites mooie woorden gebruiken, maar die niet in de praktijk brengen door concrete actie of machtsvorming. Dat geldt niet alleen voor de VS maar in de hele wereld. Intellectuelen zijn antiracistisch, maar hebben geen zwarte vrienden. De universiteitsmensen lachten om de arme blanken, want dat waren racisten. Maar het eerste wat die arme blanken deden was het aanknopen van contact met zwarten in hun buurten.

Public Achievement
Harry Boyte was een van de drijvende krachten achter Public Achievement (http://publicachievement.org). Dat is een methode, begin jaren negentig ontwikkeld door zijn Center for Democracy and Citizenship, om jongeren te helpen zichzelf te organiseren. De methode... Lees verder >>>
In 1971 ben ik een initiatief gestart, de New American Movement, om de studentenbeweging van de jaren zestig als het ware terug te brengen naar het dagelijks leven van de Amerikanen, naar de cultuur en de tradities. Daaruit kwam mijn eerste boek voort: The Backyard Revolution. Ik beschreef hoe in het hele land gemeenschappen zich organiseerden en burgers actie ondernamen om problemen in hun eigen omgeving op te lossen. Dat was onzichtbaar voor de nationale politiek.'  

U greep daarbij terug naar de VS van de jaren dertig. Waarom?
'Ik begon me te realiseren dat mijn eigen ervaringen als jongere in de burgerrechtenbeweging cultureel en politiek geworteld waren in de late jaren dertig. De oudere generatie leiders van de Southern Christian Leadership Conference waren sterk beïnvloed door wat er in die jaren, wereldwijd overigens, in linkse bewegingen gebeurde. Het was tijdens de Great Depression. In 1935 was er een verschuiving in het strategisch denken van de Communistische Internationale, de Komintern. Er zouden overal in de wereld Volksfronten tegen het fascisme gevormd worden. Dat bleek goed aan te slaan. De SCLC-leiders waren echte Volksfronters. Zij waren ook antistalinistisch, ze haatten het stalinisme.

'Mobiliseren is demoniseren, mensen gek maken. Organiseren is als jazz, het is improviseren'   

Onderdeel van die nieuwe strategie was het terugbrengen van de populistische taal. Een ander soort populisme dan wat er in Europa vaak onder verstaan wordt. Dit progressieve populisme betekende onder meer dat radicalen weer naar hun eigen maatschappelijke cultuur gingen kijken en zich realiseerden dat die vol zat met aanknopingspunten voor verandering.

Deze omslag had grote gevolgen. Hij was bijvoorbeeld de voedingsbodem voor de nationale bevrijdingsbewegingen in de Derde Wereld, maar net zo goed voor kosmopolitische uitwisselingen. In de VS werden de lokale en etnische, maar ook de nationale culturen onderzocht en democratische symbolen en tradities herontdekt, zoals de Onafhankelijkheidsverklaring.'  

Wat is het centrale thema in uw denken?
'Ik heb veel geschreven over de praktijk van citizen action, burgeractie, en me in de theorie en de filosofie verdiept. Het gaat mij daarbij om een simpele vraag: hoe kan civic agency worden gestimuleerd: hoe kunnen mensen zelfvertegenwoordiging ontwikkelen en genoeg expertise krijgen om hun eigen wereld vorm te geven en samen te werken met andere mensen in hun eigen omgeving?'  

U brengt een cruciaal onderscheid aan tussen 'mobiliseren' en 'organiseren'.
'Mobiliseren is burgeractie die gepland is, die uitgaat van een tevoren gedefinieerde "vijand" en probleem. Het is demoniseren, mensen gek maken. Je weet wat je moet doen en het gaat erom anderen in beweging te brengen voor dat doel. In het bijzonder Amerikaans links deed dat. Miljoenen mensen gingen voor verkiezingen of rond specifieke thema's van deur tot deur. Dat deden ze om de grote verdeeldheid en polarisatie van de jaren zestig te overkomen en een bredere alliantie te creëren, dus met de beste progressieve intenties. Tegenover mobiliseren staat organiseren. Dat is een andere methodologie: community organizing is het opbouwen van organisaties, maar ook het ontwikkelen van organisatievaardigheden die mensen in tal van situaties kunnen gebruiken. Het gaat erom mensen te leren hoe je macht moet begrijpen, hoe je moet omgaan met mensen die je niet ziet zitten, maar waar je in je buurt of op school wel mee samen moet leven, hoe je moet omgaan met onzekerheid. Mensen moeten hun eigen problemen definiëren. Neem bijvoorbeeld misdaad in de wijk. Dat uit zich overal anders, is dus contextueel. De organisatieaanpak betekent dat mensen hun eigen manier ontwikkelen, of al hebben, om met dat probleem om te gaan. Organiseren is zoals jazz, het is improviseren.'  

U heeft die visie op organiseren verder uitgewerkt in wat u Public Achievement noemt. Wat houdt dat in?
'Dat is een methode gericht op jongeren. We werken daar bijvoorbeeld mee in Zuid-Afrika en andere Afrikaanse landen [zie kader, red.]. We proberen de burger terug te brengen als basis van de democratie, als medevormgever van een democratische maatschappij. We werken in teams en laten jongeren zelf een specifiek thema kiezen op basis van een algemene richtlijn, bijvoorbeeld het verbeteren van de gezondheidszorg in hun wijk. Ze worden daarbij gecoacht door een oudere, en leren een gemeenschap op te bouwen. We trainen ze in de alledaagse politiek, in lokale culturen en belangen, in strategisch denken. Het gaat erom te luisteren naar anderen, te discussiëren in de eigen buurt zodat mensen hun zorgen kunnen uiten. Duizenden jonge mensen worden op die manier getraind.'  

Barack ObamaU werkt al jaren vanuit deze filosofie en doet dit nu ook in de Obama-campagne. Hoe verhoudt uw visie en werkwijze zich tot de actuele politiek in de VS?
'Barack Obama gaat uit van de zelforganisatie van mensen. Hij heeft daar ook een boek over geschreven. Een van zijn belangrijke concepten is collaborative governance: samen met de gemeenschappen beleid ontwikkelen, in plaats van zomaar een wet uitvaardigen tegen bijvoorbeeld milieubederf. De regering stelt de algemene norm, maar de gemeenschap, bedrijven, universiteiten, mensen, moeten dit in gezamenlijkheid invullen.

Harry Boyte portretCV Harry Boyte
Harry Boyte (63) is oprichter en een van de directeuren van het Center for Democracy and Citizenship (www.hhh.umn.edu/centers/cdc/index.php), verbonden aan het Hubert H. Humphrey Institute of Public Affairs van de Universiteit van Minnesota in de VS, waar hij... Lees verder >>>

Obama's politieke koers is interessant omdat hij voortkomt uit die organisatorische traditie die zich in de jaren zeventig begon te verspreiden in reactie op de mobilisatietechnieken. Hij is geworteld in de lokale democratie en de lokale cultuur en in de waarden van de gemeenschap. De Republikeinen maakten overigens tijdens hun Conventie een grote fout: vicepresidentskandidaat Sarah Palin, die zichzelf 'your average hockey mom' noemt, ging tekeer tegen community organizers, waarmee zij veel mensen tegen zich in het harnas joegen, want die traditie leeft ook sterk onder Republikeinse stemmers.

Om het belang van Obama's project goed te begrijpen moeten we wat verder terug in de geschiedenis. Sinds de jaren zeventig lagen de Amerikaanse democratische waarden, en de waardigheid van individuen, enorm onder vuur. Ze werden met uitroeiing bedreigd door de markt, door het streven naar succes en geld, door de grote instituties. In de jaren zeventig is door onder meer het grote bedrijfsleven een politieke agenda ingezet die culmineerde in het presidentschap van George W. Bush. Ronald Reagan werd eerst in stelling gebracht. Reagan bedreef de politiek van grievance, ontevredenheid, en gebruikte daarvoor een pseudo-populistische taal. Hij was erg goed in het mobiliseren van de religieuze conservatieven in de jaren tachtig, de Moral Majority.'  

Maar in de tussentijd hebben we ook acht jaar Bill Clinton gehad. Hoe past hij in deze analyse?
'De dominante houding van links en van de Democratische Partij, was die van de massapolitiek. De kleinschaligheid van het begin van de twintigste eeuw, met aandacht voor lokale gemeenschappen, etnische identiteit, religieuze identiteiten, producentencollectieven, dat is allemaal verdwenen. Mensen zijn nu consumenten geworden en moeten zich verhouden tot grote instituties. Door de traditionele linkse partijen worden de massa's gemobiliseerd rond progressieve thema's, zoals bijvoorbeeld een redistributief belastingssysteem of een internationalistisch buitenlands beleid. Mensen als Hillary Clinton zijn daarvan een typisch voorbeeld, die komen uit die traditie. Zulke politici zijn 'the best and the brightest', slimmer dan de rest, allemaal afgestudeerd aan Ivy League universiteiten. Zij kijken in feite neer op de gewone mensen.

Bill Clinton is wat ik noem een "sentimenteel populist". Hij had, in tegenstelling tot de dominante Democratische houding - sociaaldemocratisch en technocratisch - een intuïtieve identificatie met de gewone mensen, een politieke gevoeligheid, een instinct. Hij had niet veel diepgang en natuurlijk ook een meedogenloos opportunisme, maar toch was hij voor de mensen anders. Hij kwam ook nog eens uit het zuiden. Hij was geen technocraat. Hij was in staat om te gaan met het culturele ongenoegen, bijvoorbeeld over het afzwakken van familiewaarden.'  

Wie gaat er in november winnen?
'Bij de Clinton-campagne in 1992 was er een grote betrokkenheid van vrijwilligers: vijftigduizend mensen deden mee. Nu zijn er een miljoen actief voor Obama! De campagne van Obama is heel open, het is iets wat we nog nooit gezien hebben. Je ziet het verschil ook in de leuzen. Obama's publiek roept: "Yes, we can". Bij Hillary was het: "Yes, she can" en bij McCain: "Yes, he can". Obama gebruikt een regel uit een gedicht dat een zwarte dichter schreef voor Zuid-Afrikaanse vrouwen naar aanleiding van de mars op Pretoria: "We are the ones we've been waiting for".

McCain overigens beoefent wat ik noem de 'reddingspolitiek' of 'beschermingspolitiek'. Veel mensen voelen zich hulpeloos en bang voor de grote wereld. "Ik zal voor jullie zorgen" is dan een populaire boodschap. Het is dus nog maar de vraag wie er gaat winnen. We zitten midden in de strijd om de ziel van de natie.'     

 
Op donderdag 16 oktober spreekt Harry Boyte over 'civic engagement revisited' tijdens de Context Masterclass. Hij kijkt naar de 'civic action' in de Verenigde  Staten en legt de relatie met mondiale problemen. Plaats en tijd: Mammoni, Mariaplaats 14 in Utrecht, 10:00 - 16:00 uur Meer info: info@contextmasterclass.nlwww.contextmasterclass.nl

Reacties