Kunstenaar Tirzo Martha (60) is graag in Rotterdam. “Deze stad heeft iets grofs”, zegt hij, terwijl hij langsrazend verkeer voor het Centraal Station ontwijkt. “Iets heel erg ‘oer’. Dat had de stad al toen ik in Nederland studeerde. Rotterdam is geen pretentieuze stad.” Het is najaar en Martha, geboren en woonachtig op Curaçao, is een paar weken in Nederland om aan een opdracht te werken voor een privéverzamelaar. Een abstract werk, dat op drie grote sokkels in diens tuin komt te staan.
Die studietijd is al even geleden. Na een eerste kunstopleiding op Curaçao volgde Martha in de jaren 80 een opleiding aan de Hogeschool voor de Kunsten in Utrecht, gevolgd door een modeopleiding in Amsterdam. Begin jaren 90 keerde hij terug naar Curaçao en bouwde daar aan een indrukwekkende staat van dienst: hij exposeerde op zeker vier continenten en was gastdocent bij kunstopleidingen in onder meer Nederland, Frankrijk, de VS, Taiwan en Portugal. Toch geniet hij op zijn geboorte-eiland relatieve onbekendheid. “Op Curaçao weten ze wel dat ik kunstenaar ben, maar het is niet van: dé kunstenaar. Ik denk dat mijn werk zowel in Nederland als internationaal bekender is dan op Curaçao.”
Deel dit
Met kunst kun je mensen en hun werkelijkheden bij elkaar brengen
Martha’s werk als kunstenaar kan volgens hem niet los worden gezien van zijn maatschappelijke betrokkenheid. Op Curaçao is hij bijvoorbeeld naamgever van de Skol pa desaroyo integral Tirzo Martha, oftewel de School voor Integrale Ontwikkeling Tirzo Martha, voor kinderen van basisschoolleeftijd. De school heeft veel aandacht voor sociale en culturele vorming. Martha is zelf actief betrokken. “Ik ondersteun het team en alles wat kan bijdragen aan de ontwikkeling van de kinderen, hun families en de wijk. In de ‘Tirzo Martha-week’ maak ik samen met de leerlingen een gesamtkunstwerk. Het is heel waardevol en menselijk werk.” En het blijft niet onopgemerkt: toen Martha in 2019 de prestigieuze Wilhelminaring kreeg (een oeuvreprijs voor beeldhouwkunst) was dat volgens de jury onder meer omdat hij werkt ‘vóór de gemeenschap en mét de gemeenschap’.
Ook in Rotterdam dient Martha’s maatschappelijke betrokkenheid zich aan: onderweg naar een rustige kroeg om dit interview af te nemen, passeren we de Rotterdamse Pauluskerk, die bekendstaat als vluchthaven voor dakloze en andere kwetsbare mensen. Martha kent de kerk al jaren, vertelt hij. “Ik werk met de mensen van de Pauluskerk samen in een project waaraan ook de Kunsthal Rotterdam meedoet, net als het kunstinstituut dat ik in 2006 oprichtte.” Dat laatste is het Instituto Buena Bista (IBB), een kunstinstituut voor jongeren in de hoofdstad van Curaçao, Willemstad, dat Martha oprichtte met de Curaçaose kunstenaar David Bade. “Door het jaar heen organiseren we exposities, lezingen en sociale projecten, zowel op Curaçao als in Nederland”, zegt Martha, die er zelf ook lesgeeft. Na een vooropleiding aan het Instituto Buena Bista zijn de jongeren – zo’n twintig per jaar – klaar voor kunstopleidingen in Nederland of elders.
Wonderen voor zelfbeeld
De samenwerking met de Pauluskerk is het jaarlijkse All You Can Art, vervolgt Martha. “Dan hebben we een zaal in de Rotterdamse Kunsthal waar jonge en oude ‘creatievelingen’ samen kunst maken en tentoonstellen. Mensen van de Pauluskerk begeleiden de bezoekers of maken samen met hen kunst. Een tekening, een beeldje…” Het doet wonderen voor hun zelfbeeld, zegt Martha. “Dat mensen naar ze luisteren en vragen aan ze stellen, geeft ze vertrouwen in wie ze zijn en wat ze kunnen. ‘Tirzo’, zeggen ze, ‘we zijn niet meer de klassieke daklozen in kartonnen dozen. We worden niet meer door iedereen voorbijgelopen, we zitten in de Kunsthal!’” Ook andere maatschappelijke organisaties zijn betrokken, zoals Reakt, dat mensen met psychische problemen begeleidt.
Op de vraag waar zijn betrokkenheid vandaan komt, hoeft Martha niet lang na te denken. “Ik kom van een heel sociale achtergrond. Mijn ouders vonden het belangrijk om voor anderen klaar te staan.” Zijn ambitie was ook nooit om kunstenaar te worden. “Ik wilde juist iets sociaals te doen. Dat vond ik in de kunst, want met kunst en verbeelding kun je mensen, hun dromen en werkelijkheden bij elkaar brengen.” In 2024 maakte hij met inwoners van verschillende Venlose wijken een beeld dat de veelzijdigheid van hun stad symboliseerde. “Ik ontdekte een overeenkomst tussen Curaçaoënaars en Venlonaars: ze hadden het allebei over de ‘Hollanders’. In Venlo zijn die ver weg aan de andere kant van de rivieren. Op Curaçao hebben we het over de Hollanders aan de andere kant van de zee, in Kikkerland.” Martha noemt het ‘vervreemding’. “Want we behoren allemaal tot hetzelfde koninkrijk.”
Deel dit
Curaçao is nog steeds afhankelijk van Nederland
In 2010 werd Curaçao, na een referendum, een autonoom land binnen het Koninkrijk der Nederlanden. Maar volgens Martha maakte dat de relatie tussen Curaçao en Nederland niet in één klap gelijkwaardig: Nederland steunt Curaçao met miljarden, bijvoorbeeld tijdens de coronacrisis, maar eist in ruil daarvoor ingrijpende hervormingen van onder meer het belastingstelsel, iets wat volgens critici ondenkbaar was geweest in Europees Nederland. “Curaçao is nooit écht gedekoloniseerd”, stelt Martha. “Dekolonisatie gaat namelijk over vrijheid en het recht op zelfbeschikking. Op papier is Curaçao deels vrij, maar in de praktijk niet, omdat het niet de ruimte heeft om voor zichzelf te bepalen. Het is nog steeds afhankelijk van Nederlandse politiek, beslissingen en geld.”
“Trouwens”, zegt Martha in één adem door. “Ik vind dekolonisatie een westerse term. Die past in een westers idee van wat kolonisatie inhoudt: je komt ergens, je rooft, je neemt in beslag. En dan ga je weg en zeg je: je bent nu gedekoloniseerd, hier heb je wat geld om je eigen ding te doen. Maar zo simpel is het niet. Termen als dekolonisatie en tot slaaf gemaakte zijn volgens mij bedoeld om westerse schuld te verzachten. Heel veel mensen zijn niet tot slaaf gemaakt, maar als slaaf geboren, met verschrikkelijke consequenties die je vandaag de dag nog ziet. En de term ‘slaaf’ zegt volgens mij genoeg: het is geen keuze. In plaats van het woord aan te passen, kunnen we beter de betekenis ervan goed uitleggen.”
De consequenties van de Nederlandse kolonisatie zijn volgens Martha niet alleen materieel maar ook mentaal. “Door de slavernij, maar ook door de opgelegde westerse waarden en religie, is mensen op Curaçao aangepraat dat ze minder belangrijk zijn dan Nederlanders. Dekolonisatie zou juist moeten gaan over gelijkwaardigheid en over samenwerken op een manier die iedereen ten gunste komt. Zolang dat niet gebeurt, vind ik dat het eiland nog steeds gekoloniseerd is.”
Anderhalf miljoen toeristen
Het Curaçao waarop Martha opgroeide, is allang niet meer het Curaçao van vandaag de dag. Villa’s en vakantieresorts verrijzen ten behoeve van het massatoerisme, dat elk jaar verder toeneemt. In 2022 ontving het eiland met 155.000 bewoners een miljoen bezoekers, een jaar later al 1,3 miljoen, en in 2024 voor het eerst ruim anderhalf miljoen, van wie ruim de helft op cruiseschepen slaapt. Vooral Nederlanders en Amerikanen doen het eiland aan. De sector is onmisbaar geworden voor Curaçaos economie: goed voor ongeveer een kwart van het bruto binnenlands product.
Martha ziet met lede ogen aan hoe alles op Curaçao voor het massatoerisme moet wijken. Zelfs het aangezicht van het eiland moet eraan geloven. “Curaçao is een droog eiland, waar doornen en cactussen groeien. Voor palmbomen is het er te droog, maar omdat toeristen een paradijslijk beeld verwachten, heeft het eilandbestuur langs twee boulevards Washingtonia’s geplant. Dat is een palmsoort die van zichzelf helemaal niet op het eiland kan overleven, dus die bomen sterven weer. En in de villaparken importeert men allerlei kleurrijke plantjes en bloemetjes die eigenlijk niet kunnen overleven, allemaal om het eiland te laten voldoen aan de perceptie en verwachting van de toerist.”
Bij wijze van kritiek maakte Martha er in 2014 al een kunstwerk over: ‘God is my Pilot’, bestaande uit een houten en ijzeren vlot vol piepschuimen bakjes en een winkelkarretje met een cactus erin. Het was een reflectie van zijn ongerustheid over de vernieling van de natuur, sociale duurzaamheid en culturele identiteit van Curaçao. Ruim een decennium later is de situatie niet veel beter: “De identiteit van het landschap, en de authenticiteit van de cultuur, verdwijnt”, verzucht Martha. “Het wordt artificieel, synthetisch. Het is vreselijk om te zien hoe alles wat het eiland zo bijzonder en authentiek maakte, plaatsmaakt voor de smaak en lusten van toeristen.”
Deel dit
Ik geloof dat je met kunst mensen kunt helpen
Niet alleen planten, ook dieren lijden onder de bebouwing. “In de buurt van mijn huis hebben ze zo’n villapark gebouwd. Sindsdien komen de dieren van daar onze kant op, omdat daar geen ruimte, water en eten meer voor ze is. Leguanen, vogels… Ik zorg dat er altijd water voor ze in mijn tuin staat. Het is triest. En het gebeurt alleen omdat het geld in het laatje brengt bij een groepje investeerders.” Volgens het Curaçaose CBS profiteren armere Curaçaoënaars inderdaad weinig van het toerisme: zowel de inkomensongelijkheid als de armoede op het eiland nam de afgelopen jaren toe. Met een meerjarenplan wil het eilandbestuur Curaçao toekomstbestendig maken, maar toerisme terugdringen is geen deel van het plan, en dat er meer natuur zal verdwijnen, is onvermijdelijk.
Hoewel hij de teloorgang van Curaçao treurig vindt, haast Martha zich tot slot te zeggen dat hij weigert bij de pakken neer te zitten. “Ik wil constructief blijven”, vat hij zijn levenshouding samen. “Ik heb vanuit mijn kunstpraktijk een theorie gevormd: ik geloof dat je met kunst mensen kunt helpen. Ik geloof dat verbeelding een brug kan zijn naar oplossingen.”
Vergelijking met Frantz Fanon
In 2018 belandde Martha plots in het ziekenhuis: een virus had zich in zijn hartstreek genesteld. Zijn ziekbed en de steriele, witte ziekenhuiswereld inspireerden Martha tot een nieuwe serie kunstwerken, in 2024 tentoongesteld in het Venlose museum Van Bommel Van Dam onder de titel Intensive Care: twintig spierwitte installaties, die samen een ‘witgelakte’ impressie van een Curaçaose wijk lijken te vormen. Een recensent van kunstmagazine Metropolis M zag er de hand van de dekoloniale wegbereider Frantz Fanon in: die vergeleek de culturele dominantie die met kolonisatie gepaard ging, met het opzetten van ‘witte maskers’.
Verder lezen?
Rechtvaardige journalistiek verdient een rechtvaardige prijs.
Maak jij OneWorld mogelijk?
Word abonnee
- Digitaal + magazine — € 8,80 / maand
- Alleen digitaal — € 6,60 / maand









