Het woord ‘vrede’ heeft het zwaar. Zo verzonnen de Amerikanen en de Russen onlangs samen een lijstje waarop stond dat Oekraïne een deel van haar grondgebied moet afstaan, nimmer lid mag worden van de NAVO en er alleen nog een klein leger op mag nahouden. Dit heet een ‘vredesplan’.
Een ‘vredesplan’ ligt er ook voor Gaza. Het voorziet erin dat een deel van het gebied door Israël bezet blijft en een ander deel een ‘vredesmacht’ zal huisvesten, bestaande uit buitenlandse militairen. Het bestuur van Gaza komt in handen van een ‘Raad voor Vrede’, die in een vlaag van geopolitieke ironie geleid zal worden door president Donald ‘fascist die hengelt naar de Nobelprijs voor de Vrede’ Trump en Tony ‘kwam weg met oorlogsmisdaden in Irak’ Blair.
Blijkbaar is ‘vrede’ een buitengewoon veelzijdig begrip. Het kan bijvoorbeeld ook ‘kansloze overgave’ betekenen. Of ‘de agressor krijgt zijn zin’. Of ‘gefeliciteerd, je land wordt opnieuw gekoloniseerd – teken aub bij het kruisje’. Of ‘twee miljoen mensen lijden honger en kou in een concentratiekamp vol lekke tenten waar Israëlische bommen vallen’.
Deel dit
‘Vrede’ is het duizenddingendoekje voor op hol geslagen autocraten’
‘Vrede’ is, kortom, het nieuwe duizenddingendoekje voor op hol geslagen autocraten die George Orwells boek 1984 als handleiding hebben gebruikt, in plaats van als waarschuwing.
Mooi of lieflijk
Het woord ‘vrede’ heeft dit niet verdiend. Van oorsprong is het afgeleid van het Indogermaanse woord ‘fri’, dat zoiets betekent als mooi of lieflijk, waarbij ‘vrede’ iets wilde zeggen als: een goede verstandhouding, rust, vreugde, welzijn, vriendschap. Maar onder invloed van het Latijnse ‘pax’ en de invulling die de Romeinen daaraan gaven, veranderde dat.
Pax betekende zoveel als: een legertje Romeinen komt orde op zaken stellen en als je je daar te nadrukkelijk tegen verzet, dan rijgen ze je aan hun speer – zo blijft het lekker rustig. Die woorden ‘rustig’ en ‘orde’ zijn belangrijk: het idee dat ‘pax’ vooral een kwestie is van een afwezigheid van gedoe sijpelde ook het Germaanse concept van vrede binnen, dat daardoor zijn kumbaya-factor verloor en iets ging betekenen als ‘rechtstoestand van orde’.
Deel dit
‘Machthebbers zeggen ‘vrede,’ maar bedoelen ‘orde’’
Voor wie nu denkt: joe, dat klinkt naar – u heeft geen ongelijk. Vrede en orde zijn hopeloos met elkaar verknoopt geraakt, tot op het punt dat veel machthebbers ‘vrede’ zeggen terwijl ze ‘orde’ bedoelen. Daarom is het vrij ruime assortiment aan autocratisch leiders zo dol op vredesvoorstellen – het zijn eigenlijk ordeplannen.
Twee soorten vrede
Martin Luther King zag het in de jaren zestig al gebeuren. In zijn Letter from Birmingham Jail schreef hij over twee soorten vrede: ‘een negatieve vrede, die de afwezigheid is van spanning’ en een ‘positieve vrede, die de aanwezigheid is van rechtvaardigheid’. Gematigde witte mensen – die volgens hem de strijd voor burgerrechten meer hinderden dan de lynchende puntmutsen van de Ku Klux Klan – gaven duidelijk de voorkeur aan een negatieve vrede. Ze zijn ‘meer toegewijd aan ‘orde’ dan aan rechtvaardigheid’, schreef hij.
Dus dit is de tussenstand voor het arme woord ‘vrede’: het betekent bijna altijd ‘orde’ en zeer zelden ‘rechtvaardigheid’. Iets dat de Trinidadiaans-Amerikaanse denker Kwame Ture ter sprake bracht in het docudrama Tell me lies. In de film zit een scène waarin hij met Mark en Pauline, een doorsnee wit stel dat zich de tandjes is geschrokken van de oorlog in Vietnam, praat over vrede.
‘Er is een verschil tussen vrede en bevrijding, is het niet?’ zegt Ture.
‘Ja’, zegt Pauline.
‘Je kan onrechtvaardigheid hebben en ook vrede. Is dat juist?’
‘Ja.’
Een andere Zwarte man zegt: ‘Je kunt vrede hebben en tot slaaf gemaakt zijn?’
‘Ja.’
Waarop Ture zegt: ‘Dus vrede is niet het antwoord. Bevrijding is het antwoord. Dan is dat waar je over moet praten – nooit over vrede. Dat is het wittemensenwoord, ‘vrede’. Bevrijding is ons woord.’
Deel dit
‘Misschien moet het woord vrede met pensioen’
Misschien moet het woord ‘vrede’ met pensioen. Het arme woord is genoeg door de mangel gehaald, en onze taal is zo rijk dat er genoeg minder misbruikte woorden voorhanden zijn. Bedoel je dat niemand slachtoffer mag worden van genocide en geweld? Gebruik dan mensenrechten. Bedoel je dat mensen weer in hun eigen huis kunnen wonen, op hun eigen grond, zonder angst? Spreek dan van terugkeer en wederopbouw. Bedoel je dat je vindt dat burgers, niet hun bezetters, horen te beslissen over hun lot en hun land? Noem het dan zelfbeschikking en democratie. Bedoel je dat je hoopt dat op een dag alle burgers in harmonie met elkaar samenleven, noem het dan verzoening, gelijkheid en broederschap. En bedoel je al deze dingen samen, zeg dan geen vrede, maar roep – huil, schreeuw – om bevrijding.
Verder lezen?
Rechtvaardige journalistiek verdient een rechtvaardige prijs.
Maak jij OneWorld mogelijk?
Word abonnee
- Digitaal + magazine — € 8,80 / maand
- Alleen digitaal — € 6,60 / maand







