Sheila Sitalsing tipt: 5 boeken over verre oorden

Wie de kerstperiode liever ontvlucht dan bij familie aan het kerstdiner doorbrengt, kan op reis gaan. Letterlijk, of met een boek. Sheila Sitalsing tipt vijf boeken over verre oorden, die soms verrassend dichtbij liggen.

Dit artikel verscheen in september 2025 in OneWorld Magazine.
Dit artikel krijg je cadeau van OneWorld. Word abonnee

 

Dromen passen in een koffer

Willemine Boerrigter trouwt in 1898 ‘met de handschoen’ met een Nederlandse man die in Tianjin, China, werkt. Ze reist hem achterna, het huwelijk ontaardt in een teleurstelling en na de zoveelste escapade van haar schuinsmarcherende echtgenoot, neemt ze in 1911 haar vier kinderen onder de arm en reist met de Transsiberië Express terug naar Den Haag. Geen eenvoudige onderneming voor een alleenstaande vrouw. In Nederland sluit ze zich aan bij de suffragettes en wordt ze één van de actiefste voorvechtsters van het vrouwenkiesrecht.

 

De koffer die ze bij zich had, is de oudste van de meer dan tweeduizend koffers die deel uitmaken van Het Kofferdoolhof, een kunstinstallatie in Fenix, het nieuwe Rotterdamse museum voor kunst over migratie.

 

De conservatoren haalden koffers op uit alle uithoeken van de wereld, en verzamelden de bijbehorende verhalen van vertrek, aankomst, hoop en wat je inpakt wanneer je je dromen achterna reist. Tien van de bijzonderste verhalen zijn gebundeld in het boek Kofferverhalen, opgetekend door Karin Amatmoekrim en Abdelkader Benali, met een inleiding van Adriaan van Dis.

 

Het zijn verhalen van mensen die in Rotterdam op de boot stapten om elders hun geluk te beproeven, en verhalen van mensen die van elders hierheen kwamen, al dan niet noodgedwongen. De auteurs hadden de beschikking over brieven, foto’s, tickets, knipsels en ze konden de donateurs van de koffers spreken. De nieuwste koffer kwam in februari 2022 in Nederland aan; Larysa Rusina nam hem mee toen ze samen met haar dochtertje vanuit Oekraïne naar Nederland vluchtte.

 

Karin Amatmoekrim, Abdelkader Benali, Adriaan van Dis: Kofferverhalen. Fenix/Atlas Contact, 2025

 

Eilandhoppen

 

In Schotland mag een eiland een eiland heten wanneer je er een schaap een jaar lang kunt laten grazen, zo laat schrijver en historicus Adwin de Kluyver zich door een eilander uitleggen wanneer hij zich afvraagt of ‘elke rotspukkel die uit de golven opstijgt ook een eiland is’. De Kluyver is van kinds af aan geobsedeerd door eilanden. Hij woont op een eiland, hij werkt op een voormalig eiland en hij heeft meer dan honderd eilanden bezocht.

 

In De eilanden van goed en kwaad neemt hij de lezer mee op wereldreis langs de eilanden die hem fascineren, in een mengeling van politieke geschiedschrijving, reisverhaal, cultuurgeschiedenis en naslagwerk vol weetjes. Hij deelt ‘zijn’ eilanden in typologieën in: het gevangeniseiland, het eiland-paradijs, het raketteneiland, het verzonnen eiland, het eiland des doods en zo verder.

 

Alle zijn ze gebruikt voor experimenten. Sociale en utopische experimenten, om idealistische minimaatschappijen te scheppen. En gruwelijke experimenten, om te oefenen met het zaaien van dood en verderf. De atoomproeven op het atol Bikini zijn bekend, maar er is ook het krankzinnige verhaal van ‘Anthrax Island’ bij Schotland. Daar werden in de Tweede Wereldoorlog schapen met miltvuur besmet, met de bedoeling om via de voedselketen Duitsers ziek te maken. Het zou nog decennia duren voordat Gruinard, zoals het eiland echt heet, weer veilig zou worden verklaard.

 

Er zijn eilanden waar veel goeds over te vertellen is, maar het kwaad uit de titel overheerst. Want zodra de mens zich bij het schaap voegt, komt het zelden nog goed met het eiland.

 

Adwin de Kluyver: De eilanden van goed en kwaad. Een ontdekkingsreis. Spectrum, 2024

 

Deel dit

‘Westerlingen die denken boven de lokale wet te staan, zie je overal’

 

Planeet Privilege

Verre oorden kunnen om de hoek liggen. Neem Paramaribo-Noord, de wijk waar de rijken van Suriname zich hebben verschanst in villa’s met zwembaden en oprijlanen vol junglewaardige SUV’s. Zoë Deceuninck reist erheen vanuit haar huis in Bloemendaal, Paramaribo, een kwaaimansbuurtie (kwajongensbuurt) met zandwegen, armoede en gezelligheid (niet te verwarren met het gaapsaaie miljonairsreservaat Bloemendaal, Nederland). ‘Bloempie’ ligt nog geen 10 kilometer van ‘Noord’, maar ze belandt er op een andere planeet waar privilege en weekendtripjes naar Miami de norm zijn.

 

Deceuninck, een Belgische journalist die acht jaar geleden naar Suriname verhuisde, tekende in Welkom in Dangogo de verhalen op van Inheemse Surinamers die voor hun grondrechten strijden, natuurbeschermers die op de Fredberg diersoorten spotten die geen mens eerder zag, Marrons die zich zorgen maken over lege dorpen nu de kinderen naar de stad trekken, ecologen die manmoedig de kustwering van mangrovebos in stand proberen te houden, en nieuwe rijken die op jetski’s over de rivier razen terwijl ze voor de grap in de lucht schieten.

 

De verhalen gaan over oorden die een enorme aantrekkingskracht uitoefenen op avonturiers. En op de opportunisten op wie Deceuninck geregeld stuit; ze komen uit Nederland en andere westerse landen en proberen een illegaal graantje mee te pikken. Want westerlingen die denken dat ze boven de lokale wet staan, kom je in elk ver oord tegen.

 

Zoë Deceuninck: Welkom in Dangogo. Reportages uit het hart van Suriname. Lebowski, 2025

 

Dichtbij is heel ver weg

Vanuit de Turkse plaatsen Bodrum of Izmir kun je Griekenland zien liggen, maar als je aan bent komen rijden en lopen vanuit Syrisch Koerdistan, op de vlucht voor IS, als de Europese Unie op allerlei manieren duidelijk heeft gemaakt dat ze je niet willen hebben, ligt weinig zo ver weg als Griekenland. Toch lukte het Ismaîl Mamo om Griekenland en uiteindelijk Ter Apel te bereiken. Hij woont inmiddels negen jaar in Nederland, studeerde aan de Arnhemse Toneelschool en heeft zijn ervaringen geboekstaafd in Mam, ik ben geen crisis. De titel ontleende hij aan de leugens over een zogenaamde ‘vluchtelingencrisis’ waarmee de laatste verkiezingen in Nederland door extreemrechts zijn gewonnen.

 

Hij noemt het een roman, maar het is Mamo’s eigen levensverhaal dat de hoofdfiguur vertelt, staande aan het graf van zijn overleden moeder in Syrisch Koerdistan. Hij kon pas weer naar zijn oude thuis terugreizen toen hij na ruim zes jaar wachten een Nederlands paspoort kreeg. Hij ziet zijn jongere zus terug die een baby was toen hij vertrok, en zijn broers die hem uitlachen als hij in de auto de gordel om doet zoals hij gewend is in Nederland. Nu kan hij zorgeloos het vliegtuig pakken naar Syrië, en de bus naar zijn achtergebleven familie. Nu is het niet meer ver weg.

 

Voordat hij op de bus terug stapt, zegt hij zittend bij de grafsteen van zijn moeder: ‘Mam, ik wil je vertellen dat ik geen crisis ben, dat ik niet zielig ben en dat ik een mens met twee ogen ben. Je zoon heeft twee harten. Het ene klopt voor zijn moeder. Het andere voor zijn bestaan. Ik zie je volgend jaar.’

 

Ismaîl Mamo: Mam, ik ben geen crisis. Das Mag, 2024

 

Niets missen

Journalist Olaf Tempelman bezocht voor De kunst van het missen een reeks ‘aardse paradijzen’; plekken waar mensen met hoge verwachtingen heen gaan. Ze zoeken de liefde op een wit zandstrand op Tahiti, maar ze zijn er net zo ongelukkig als thuis. Ze zoeken ideologische bevlogenheid op Cuba, maar vinden schaarste en politieke gevangenen. Ze jagen ontspanning na op ‘de allermooiste camping’ van Frankrijk, maar wie rust najaagt zal onrust ontmoeten. Want ook in de verste oorden is er de permanente, afschuwelijke gedachte dat je iets mooiers en beters aan het missen bent.

 

Tempelman schrijft het op met mededogen en milde ironie, en weeft een knap weefsel van reisverhalen, anekdotes en filosofische bespiegelingen – je zou het een reisgids door de psyche van de moderne, westerse, rijke en rusteloze toerist kunnen noemen. Die gaat volgens de auteur op reis ‘in reactie op een gemis dat hij ervaart’. ‘Mensen van vroeger’, schrijft hij, ‘hadden het voordeel dat ze niet dagelijks op zo veel manieren konden leren dat ze niet waren waar ze moesten zijn.’

 

De kunst van het missen is beslist geen anti-reisboek, maar een pleidooi om de reisbucketlist weg te gooien, de verrassing toe te laten en op reis niets anders na te streven dan, nou ja, gewoon reizen.

 

Olaf Tempelman: De kunst van het missen. Waarom aardse paradijzen niet gelukkig maken. Athenaeum, 2025

 

Dit artikel verscheen in september 2025 in OneWorld Magazine.

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Verder lezen?

Rechtvaardige journalistiek verdient een rechtvaardige prijs.
Maak jij OneWorld mogelijk?

Word abonnee

  • Digitaal + magazine  —   8,80 / maand
  • Alleen digitaal  —   6,60 / maand
Heb je een waardebon?

Factuurgegevens

Nieuwsbrieven

Je bestelling

Product
Aantal
Totaal
Subtotaal in winkelwagen  0,00
Besteltotaal  0,00
  •  0,00 iDit is het bedrag dat automatisch van je rekening wordt afgeschreven.

Lees je bewust met OneWorld en draag bij aan een rechtvaardige wereld.

Dat kan al vanaf 6 euro per maand

Ontvang onze beste verhalen in je mailbox

Je inschrijving kon niet opgeslagen worden. Probeer het nogmaals.
Je inschrijving is geslaagd

Volg ons