Journalistiek voor een eerlijke en duurzame wereld

Voordat je verder leest:

Onafhankelijke journalistiek voor een eerlijke en duurzame wereld kost tijd en geld. Als Vriend van OneWorld steun je voor € 6 per maand onze missie, lees je dagelijks bijzondere verhalen, ontvang je ons magazine en meer!

Ja, ik word Vriend Ik lees eerst verder

Terwijl er tegenwoordig een beweging zichtbaar is van mannen die feminisme als het grote kwaad zien, sloeg Jens van Tricht een ander pad in: feminisme als de redding van mannen. In zijn nieuwe boek betoogt Van Tricht dat mannen van jongs af aan in het keurslijf van mannelijkheid worden gedwongen, met allerlei relationele, psychologische en maatschappelijke problemen tot gevolg. Veel ellende in de wereld is te verklaren vanuit traditionele mannelijkheid, stelt Van Tricht. Feminisme is daarom niet alleen broodnodig voor vrouwen; het is ook van levensbelang voor mannen zelf.

Hoe kwam je op het idee voor dit boek?
“Ik ben al bijna dertig jaar bezig met mannen en feminisme. Het moest eruit, dat is eigenlijk het verhaal. In 2012 stond ik op een kruispunt, ik had toen een aantal themaprojecten afgerond over vaderschap en jongens in het onderwijs bij verschillende organisaties. Ik ervoer veel fragmentatie: er zijn allerlei initiatieven die zich bezighouden met jongens en mannelijkheid, maar dat is nergens het centrale verhaal. Het gaat altijd over seksualiteit, over geweld, over vaderschap, over het glazen plafond… De mentaliteit is vaak: ‘oh ja, we moeten ook nog iets met jongens en mannelijkheid’.

Ik voelde dat ik het bij elkaar moest brengen. Ik heb jaren gelobbyd bij andere organisaties of zij het wilden oppakken; tevergeefs. Zowel Emancipator, de organisatie die ik heb opgericht voor mannenemancipatie, als dit boek komen voort uit het gevoel dat ik de volgende stap moest nemen. Er zijn wel wat Nederlandse boeken over mannelijkheid uitgebracht, maar die zijn vaak te persoonlijk, politiek of academisch. Ik wilde een toegankelijk boek schrijven waarin ik het persoonlijke en het politieke verbind, en dat ik anderen kan aanraden.”

waarom-feminisme-goed-is-voor-mannen-644×1030

Waarom nu?
“Het is eigenlijk toeval dat het nu goed uitkomt. Ik ben al jaren geleden begonnen met schrijven. Het boek is actueel door twee dingen: #MeToo heeft de vraag die mannen stellen ‘Wat moeten we en mogen we nog?’ sterker aanwezig gemaakt dan eerder. Die vraag speelde natuurlijk al langer, maar wordt nu uitgesproken. Dat geweld tegen vrouwen een probleem is wisten we al, maar nu ligt het op tafel en kunnen we er niet meer omheen. En dat jongens en mannen er iets mee moeten, kunnen we ook niet meer ontkennen.

Daarbij komen de Jordan Petersons, de Thierry Baudets en andere engerds nu op. Ik zie hen als het verlengde van de populaire mening dat jongens en mannen zichzelf niet meer zouden mogen zijn. Ze maken deel uit van een tegenbeweging; de backlash tegen de vrouwenbeweging, de homobeweging, de burgerrechtenbeweging. ‘Oh help, wij arme witte heteromannen zitten in het nauw!’

Na dat interview met voor- en tegenstanders van Peterson in de Volkskrant dacht ik in eerste instantie ook: wat een sukkels. Na een paar dagen kreeg ik er echter buikpijn van. Wat is het tragisch eigenlijk, dat jullie zo bang zijn voor de wereld, voor de toekomst, voor vrouwen… Om ‘geen echte man’ te kunnen zijn, dat je terug wilt naar de jaren vijftig. Een man van 23 die terug wil naar de vorige eeuw. Dat is heel erg. Hun standpunten leiden tot uitsluiting en ellende, dat wil ik niet bagatelliseren, maar ik kan niet alleen maar boos zijn. Die arme mannen zitten zo in het nauw met hun fragiele mannelijkheid dat ze bereid zijn heel ver te gaan om dat te herstellen.

Hun standpunten leiden tot uitsluiting en ellende, maar ik kan niet alleen maar boos zijn.

Maar het antwoord van Peterson, namelijk: méér mannelijkheid, is geen antwoord. Die vorm van mannelijkheid heeft juist zo veel problemen mede veroorzaakt. We moeten naar meer menselijkheid, en minder traditionele mannelijkheid.”

Is het echt zo dat mannen op grote schaal aan mannelijkheid en macht hebben verloren? Is dat niet vooral de perceptie van deze geradicaliseerde antifeministische mannen?
“Ik denk dat het met name een reactie is op het vraagstuk van legitimiteit. De legitimiteit van de traditionele mannelijke rol staat nu sinds een lange tijd ter discussie, het komt steeds meer in het gedrang. Dat heeft #MeToo ook laten zien. De praktijk van mannelijk gedrag komt steeds minder overeen met onze pretentie van beschaving. Arnon Grunberg heeft ooit gezegd: ‘wil je de feminisering terugdraaien, dan wil je de beschaving terugdraaien’.

Daarnaast geloof ik wel dat voor veel mannen de toekomst onzeker is. Het perspectief is niet duidelijk. Hun traditionele rollen zijn niet meer echt vanzelfsprekend, ze worden op de proef gesteld of zelfs ingehaald. Maar er is niemand die hen een ander perspectief biedt. Gloria Steinem zei: ‘We zijn wel heel goed geworden in het opvoeden van onze dochters zoals onze zonen, maar nog maar heel weinig mensen durven het aan om hun zonen op te voeden zoals hun dochters’. Dat is ook de kern van mijn verhaal.

Voor mannen is er een wereld te winnen, maar niet met traditionele mannelijkheid. Arbeidsmarktsucces, kapitaal, status en stoerdoenerij bieden geen perspectief. Verbinding met jezelf, met andere mannen, met vrouwen, met kinderen wél. Maar dat zijn zogenaamd ‘vrouwelijke’ eigenschappen waar veel mannen van gaan steigeren, want je mag niet vrouwelijk zijn. Ik snap dus wel dat mannen worstelen met de tegenstrijdige boodschappen die we hen meegeven. Jongens leren bijvoorbeeld overal dat ze grensoverschrijdend gedrag moeten vertonen, dat ze moeten pushen en jagen, anders zijn ze mietjes. En dan komt er één keertje een gastdocent seksuele voorlichting langs op school die vertelt dat dat niet meer mag.

Ik zie het bij mijn achttienjarige stiefzoon, die voor mijn ogen veranderde van onschuldig jongetje tot potentieel gevaar – althans, zo ging zijn omgeving hem zien. Ik vind hem nog steeds een schat van een jongen, maar ben me er ook heel bewust van dat hij zich op een leeftijd en in een peer group bevindt waar seksueel presteren en het opzoeken en overschrijden van grenzen waarschijnlijk eerder norm dan uitzondering is. Ondertussen zijn puberjongens heel onzeker en kwetsbaar: ze worstelen met fysieke en mentale veranderingen, een zoektocht naar intimiteit, relaties en seksualiteit… hoe vind je daar je weg in als de wereld je zoveel verwrongen beelden meegeeft? Dat is heel ingewikkeld. We moeten jongens en mannen dus een ander verhaal gaan vertellen over hoe het wél moet.”

Heb je je stiefzoon daarin geholpen?
“Ik hoop het. Ik moet oppassen dat ik hem niet tot ‘mijn project’ maak. Ik heb met hem expliciete gesprekken gehad over gender en seksualiteit, maar probeer ook in mijn relatie met zijn moeder het goede voorbeeld te tonen. Ik werd geconfronteerd met de worsteling: hoe kan ik als individu het verschil maken, als de rest van de wereld hem iets anders meegeeft?

Die spanning merkte ik ook in romantische relaties met vrouwen. Ik stapte er elke keer in met een houding van: ik ga alles anders doen! Toch blijkt de realiteit weerbarstig; bij mij, en bij de ander. Toen ik het gezin van mijn vriendin en haar zoon instapte, hadden zij een familiesysteem waarin plek was voor een man in de traditionele zin van het woord. Van mij werden typische mannentaken verwacht. Ik heb moeten bevechten dat ik ook gewoon dingen in het huishouden doe; maar mijn schoonmaak- en kookkunsten worden nog steeds minder gewaardeerd dan de typische mannenklusjes in het huis en in de opvoeding. De traditionele genderpatronen heb ik wel hopelijk voor mijn stiefzoon wat opgeschud.”

Ik heb moeten bevechten dat ik ook gewoon dingen in het huishouden doe

Hoe kan het dat jij als man voor deze richting koos, terwijl sommige mannen de andere kant op radicaliseren?
Lachend: “Dat is de grote vraag in mijn leven. Voor mij klopte het gewoon. Toen ik met feminisme in aanraking kwam, klikte het met mijn eigen ervaringen, met de ervaringen van vrouwen in mijn omgeving, en met mijn politieke idealen. Eind jaren tachtig kwam ik terecht in een kraakgemeenschap, waar vrouwen bezig waren hun ervaringen met seksueel geweld onder ogen te zien. Dat was dus meteen een thema waar ik in belandde.

Later belandde ik in een woongroep met vier vrouwen en één andere man. Daar hebben we negen maanden dag en nacht gediscussieerd over feminisme en geëxperimenteerd met rolverdelingen. Het werd voor mij toen duidelijk dat al het onrecht waartegen we ons verzetten, te maken had met mannen en mannelijkheid. Het mooie aan de krakersbeweging was dat we op de barricade stonden tegen onrecht, maar het ook echt anders probeerden aan te pakken in onze eigen levens.

Achteraf bedenk ik me dat ik altijd al een ‘andere’ jongen was. Ik heb mezelf van alles afgevraagd: ben ik eigenlijk homo, zit ik wel in het goede lichaam? Ik kwam eens iemand na jaren tegen die zei: goh, ik dacht dat jij inmiddels wel vrouw zou zijn. Mensen vragen me nog steeds of ik homo ben, want dan pas ik in het plaatje.”

Er heerst discussie in feministische kringen of mannen zichzelf wel of niet de titel ‘feminist’ mogen toe-eigenen. Maurits de Bruijn betoogde in de Volkskrant dat zolang mannen meer voor de titel worden beloond dan vrouwen, mannen vooral hun feminisme in acties moeten tonen. Wat vind jij?
“Ik maak die discussie al lang mee en heb er geen eenduidig antwoord op. In feministische mannenkringen heb je grofweg twee kampen: het kamp dat zichzelf ‘pro-feminist’ noemt, en het kamp dat zichzelf feminist noemt. Mijn conclusie is dat er heel veel verschillende vormen van feminisme zijn; ik probeer in mijn boek met name mijn versie uit te dragen. Ik ben altijd kritisch qua walk the talk: het is heel makkelijk jezelf feminist te noemen, maar leef je daar dan ook echt naar?

Tegelijkertijd is de discussie over wat feminisme nu echt betekent ook ingewikkeld. Je kunt je afvragen: zijn witte feministen eigenlijk wel echte feministen? Zijn carrièrefeministen wel echte feministen? In mijn ogen moet je een radicaal-anarchistische feminist zijn, maar wie ben ik om anderen te vertellen wat feminisme is?

Er kleven allerlei risico’s aan de combinatie mannen en feminisme: dat mannen het feminisme gaan overnemen, en zichzelf gaan centraliseren. Het belangrijkste is uiteindelijk wat je doet, meer dan hoe je jezelf noemt. Ik juich het in ieder geval toe als mannen zich associëren met dingen die als niet-mannelijk worden gezien, omdat ze daarmee een norm doorbreken. Dat doet een label als ‘feminist’ ook. Vervolgens gaat het erom wat voor feministische actie je onderneemt.”

Groepen die aan de norm voldoen, zijn vaak onzichtbaar. In je boek probeer je mannelijkheid zichtbaar te maken. Gloria Wekker deed dat eerder in Nederland met haar boek White Innocence over witheid. Verwacht je eenzelfde soort ophef zoals zij ontving?
“Het tijdschrift van Vrouwenstudies gaf in 1995 een themanummer uit over mannelijkheid. Het beschrijft mannelijkheid als een allesverblindende zon: die zelf moeilijk gezien kan worden, maar wel al het andere belicht. Eigenlijk ben ik ook altijd bezig geweest met al het andere belichten; om aan te tonen dat het feitelijk over die zon gaat.

Maar nee, ik verwacht geen ophef, want ik ben geen gevaar. Een zwarte lesbische vrouw die ‘haar plek niet kent’, die vormt wel een gevaar. Ik word gewoon niet serieus genomen; ik vorm geen bedreiging. Bij mij denken mensen: oh, die dolle Jens, moederskindje, homo. Ik heb de onvoorstelbare backlash bij Sylvana van dichtbij meegemaakt [Van Tricht is actief bij de politieke partij van Sylvana Simons, BIJ1, red.], vergeleken met haar krijg ik nauwelijks iets te verduren. Ik denk dat de echt negatieve reacties bij mij op twee handen te tellen zijn. Dat is ook onderdeel van privilege en machtsdynamieken; ik word gezien als een lachertje, en niet als een bedreiging.

Ik heb overigens al heel lang geleden besloten dat ik de onwillige machomannen die negatief reageren niet ga overtuigen. Met hen wil ik af en toe best het debat aangaan, maar er valt geen winst te behalen. De winst is te behalen door laaghangend fruit naar beneden te halen. Ik hoop vooral dat er zaadjes worden geplant bij mannen die al een klein beetje op hun mannelijkheid reflecteren. De eikels van deze wereld ga ik niet overtuigen, maar ik hoop en geloof dat zij een minderheid vormen.”

Voor het maken van verhalen hebben we jouw steun nodig.

Ja, ik word vriend (€6 per maand)
bw

Justine van de Beek

Redacteur Harlot

Justine van de Beek (22) is overtuigd feminist en als socioloog gespecialiseerd in gender en seksualiteit.
Profielpagina