Of hij een volgende keer weer zou gaan stemmen, vraag ik. Mijn Bonairiaanse taxichauffeur kijkt me via de achteruitkijkspiegel kort aan, richt zijn blik dan weer op de weg. We passeren Kaya Den Haag, op weg naar de Biblioteka Publiko voor de Kinderboekenweek van Bonaire.
‘Eerlijk? Ik ben sinds 10-10-10 elke keer braaf gegaan. Maar die politici in Nederland…’ Hij maakt een wegwuifgebaar voor hij verder gaat in het kenmerkende zangerige Papiaments van het eiland. ‘Het is niet eens dat ze hun beloften niet nakomen, ons beloven ze niet eens iets, señora.’ Ik slik een protest weg over dat ouwelijke mevrouw. Hij is van mijn leeftijd, schat ik, we hebben dezelfde diepbruine huidskleur en delen verre familie. Ik heb hem zelfs al verteld dat ik ook geboren Yu di tera ben, eilandskind. Zijn beleefdheid is in mijn ogen onnodig. Maar mijn vernederlandste accent en het feit dat ik schrijver ben wegen zwaarder dan onze overeenkomsten, denk ik.
We luisteren een tijdje zwijgend naar de radio. De dj herhaalt het raadsel van de dag en roept luisteraars op te raden. De één na de ander heeft het fout. ‘Ze gaan het toch niet raden’, zegt mijn taxichauffeur. ‘Hij houdt ze gewoon aan het lijntje. Net als die mensen in Den Haag ons aan het lijntje houden.’ In Nederland had ik allang gehapt. Wat heeft u gestemd? Waarom die partij? Wat hoopt u dat de politiek voor u kan betekenen? Maar mijn gebruikelijke nieuwsgierigheid is ongepast op het eiland. Er gelden andere mores en gespreksprocessen in wat we Caribisch Nederland noemen, sinds de wijziging van het koninkrijksstatuut op 10-10-2010. Bonaire werd bijzondere gemeente, Nederlands grondgebied.
Deel dit
‘Elke dag landen vliegtuigen vol Nederlanders die hier komen wonen’
Ik hum dus aanmoedigend, maar wacht tot hij zelf het gesprek vervolgt. ‘Het leven wordt hier steeds duurder mevrouw. Mijn vrouw en ik werken elke dag van de week, de hele dag. Zonder vakantie. En nog steeds krijg ik het niet voor elkaar om een stukje grond te kopen. Ik ken echtparen die allebei een dubbele baan hebben, anders komen ze niet rond. Laat staan dat ze zich een eigen woning kunnen veroorloven. Wij moeten huren en alles wordt opgekocht door de Hulandes. Voor hen zijn de steeds verder stijgende prijzen een schijntje. Ik hoorde op de televisie eentje zeggen: Nederland voor Nederlanders. Maar elke dag landen vliegtuigen vol Nederlanders die hier komen wonen. Awel, IK zeg dan Bonaire voor de Bonairianen. Toch?’
Ik kijk beschaamd naar buiten om zijn blik in de spiegel te ontwijken. ‘Maar vertelt u mij eens señora, moet ik de volgende keer weer gaan stemmen? Gaat de Nederlandse regering ooit naar ons omkijken? Wat is uw mening?’ Hij parkeert in Kaya Amsterdam voor de deur van de bieb, laat de motor draaien omdat we zonder koelte van de airco smelten. Ik uit binnensmonds een krachtterm. Mijn Papiaments is prima voor iemand die al ruim 46 jaar in Nederland woont, maar ontoereikend voor dit onderwerp.
Hoe leg ik respectvol en zonder verwijten uit dat de extreemrechtse term ‘Nederland voor de Nederlanders’ niet betekent dat de Bonairianen hun eiland weer terug zullen krijgen? Dat Greenpeace met een rechtszaak probeert af te dwingen dat Nederland de eilanden beschermt tegen klimaatverandering, terwijl dat in Flevoland en Zeeland wel vanzelfsprekend is? Dat behoud van cultuur ondergeschikt wordt gemaakt aan toerisme? Dat de dramatisch lage verkiezingsopkomst op de eilanden de situatie niet beter maakt voor Bonaire, Saba en Sint Eustatius?
Deel dit
‘Inwoners van de drie eilanden vinden dat hun stem te weinig effect heeft’
Het platform Caribisch Netwerk van de NTR meldt in een artikel over de stemuitslag dat op Sint Eustatius nog geen 10 procent van de bevolking naar de stembus ging op 29 oktober, zo’n 20 procent van de Bonairianen en ongeveer een derde van de Sabanen. Deze rijksgenoten kunnen meebeslissen over de Nederlandse Tweede Kamer, hun stem telt in Den Haag. Maar de ervaring leert dat zij nauwelijks door Den Haag gehoord of gezien worden. In een onderzoek onder de drie eilanden gaf 23 procent van de inwoners aan dat ze niet zijn gaan stemmen omdat ze vinden dat hun stem te weinig effect heeft.
Voor de EU-verkiezing in juni 2024 stemde slechts 12 procent van de inwoners van Caribisch Nederland. Europees Nederland zat rond de 46 procent. Dat verschil is schokkend – en schetst een democratisch tekort: deelname ja, maar kennelijk zonder adequate campagne waarin mensen wordt gemotiveerd om geïnformeerd te gaan stemmen. Dit zijn niet de Olympische Spelen: deelnemen is geenszins al mooi genoeg. Behalve de stem moet ook de behoefte van de bevolking meetellen.
Deel dit
‘Wij stemmen mee, wij horen erbij’
De gekozen koers moet dan natuurlijk niet enkel gaan over migratie, klimaat of woningmarkt in Europees Nederland. Voor de eilanden gaat het ook over voertaal (Papiamentu/Engels), over de infrastructuur buiten de toeristische buurten, over werkgelegenheid, kinderopvang, pensioenregelingen en over de manier waarop Nederland de relatie met Zuid-Amerikaanse landen beïnvloedt ten faveure van die met de VS. Dus nee, het gaat niet alleen om stemrecht of een kruisje op een biljet. Het gaat om erkenning en zeggenschap.
Terwijl Nederland de uitslag verwerkt en de formatie waarschijnlijk alweer op rechts koerst, hangt op de eilanden een stille oproep in de lucht, ook in mijn taxi: vergeet ons niet. Wij stemmen mee, wij horen erbij.
Verder lezen?
Rechtvaardige journalistiek verdient een rechtvaardige prijs.
Maak jij OneWorld mogelijk?
Word abonnee
- Digitaal + magazine — € 8,00 / maand
- Alleen digitaal — € 6,00 / maand






