‘Hulporganisaties zijn te ambitieus’

20-11-2002
Door: OneWorld Redactie
Bron: OneWorld

Novib, Icco, Cordaid en Hivos (Plan Nederland valt nog buiten dit onderzoek) leggen de lat te hoog. Zij zijn te ambitieus en dat wekt verwachtingen die zij niet waar kunnen maken. De ontwikkelingsorganisaties zouden realistischer moeten zijn over de omvang en samenhang van hun bijdragen in arme landen, concludeert de onderzoeksstuurgroep onder leiding van A. de Ruijter, hoogleraar aan de Universiteit van Tilburg.

‘De ambities staan in geen verhouding tot de middelen die de MFO’s ter beschikking staan,’ schrijft de stuurgroep. ‘Hiermee lopen de MFP (medefinancieringsprogramma, red.) en de betrokken MFO’s het risico tot in het oneindige verweten te worden het glas slechts half te vullen.’

Zichtbare resultaten

Bijstelling van ambities, duidelijker keuzes, concentratie en meer bescheidenheid, adviseert de stuurgroep de MFO’s, kunnen leiden tot doelmatiger inzet van middelen en dus tot betere resultaten.

De commissie deed onderzoek naar tien jaar werk van de MFO’s. Is de bijdrage aan de structurele armoedebestrijding niet altijd even goed vast te stellen, wel impact heeft hun steun aan de maatschappijopbouw: zij hebben, zo concludeert het rapport, ‘zichtbare resultaten geboekt met organisatieversterking’. Hoewel daarbij wordt aangetekend dat het type organisaties dat wordt gesteund eenzijdig is.

Een ander punt van kritiek is dat de steun niet erg gefocust is. De ‘Bende van Vier’ steunen 5.400 projecten, aan maar liefst 3.800 partners in 80 landen. Die aanpak is te breed en maakt hun werk ‘erg fragmentarisch en vaak versnipperd’. De vier stemmen zouden hun keuze voor landen, sectoren en thema’s beter moeten afstemmen.

’Ramen wijder openzetten’

Afstemmen van het werk kan ook leiden tot groter onderling onderscheid. Nu beginnen de MFO’s te veel op elkaar te lijken, concludeert het rapport. ’De traditionele verschillen zijn minder geworden en de overeenkomsten groter.’ Veel partners zijn onderling uitwisselbaar. De MFO’s zouden innovatiever en experimenteler moeten zijn, ‘de ramen wijder moeten openzetten’ en verder kijken dan de NGO-gemeenschappen.

Ook de opdrachtgever, de overheid, krijgt kritiek in het rapport. Met de conclusies uit de Impactstudie, de evaluatie van tien jaar geleden, heeft de overheid weinig gedaan. Het ministerie van Ontwikkelingssamenwerking (maar ook het kabinet en parlement) heeft niet duidelijk aangegeven op welke thema’s en regio’s de MFO’s een meerwaarde hebben ten opzichte van de hulp door de overheid zelf.

Net als een eerder rapport, waarin een commissie de bedrijfsplannen en aanvragen van de MFO’s voor de komende vier jaar beoordeelde, concludeert stuurgroep-de Ruijter dat Hivos het op een aantal terreinen beter doet dan de collega-MFO’s.

Staatssecretaris Van Ardenne (Ontwikkelingssamenwerking) heeft de Kamer laten weten de conclusies en de aanbevelingen uit het rapport te onderschrijven. ‘Een aantal van de beleidsaanbevelingen die de onderzoekers doen, is al in gang gezet, anderen zullen de komende tijd hun beslag krijgen.’

Hier kunt u reageren


Cees Klumper, bestuurder van enkele non-profit organisaties, schrijft:
"De oorzaak is zoals gebruikelijk heel duidelijk (voor mij dan). Er is binnen deze organisaties geen inzicht in de oorzaken van de ellende die ze willen bestrijden. Zodoende zouden ze slechts toevallig effectief kunnen zijn. En die kans is nihil. Maar de energie is er zeker, men wil graag veel goed doen en het gemakkelijkst is dan, als je niet begrijpt wat de onderliggende oorzaken zijn (of, erger nog, je hebt niet eens in de gaten dat er een verschil is tussen oorzaken en gevolgen) je te richten op de gevolgen. en alles dat je dan doet is toch goed? Beter dan niets, toch?

Dus, remedie: stel vast wat de ziekte is en implementeer maatregelen om die te voorkomen, werk aan een vaccin. In plaats van alleen aspirine uit te delen om de pijn te verlichten."

Brief van Van Ardenne aan de Tweede Kamer
Eindrapport stuurgroep Evaluatie Medefinancieringprogramma's

Reacties