Hulp aan armste landen beneden alle peil

25-04-2001
Door: OneWorld Redactie
Bron: IPS

Dat is één derde van de norm die in 1990 op een VN-conferentie over de Minst Ontwikkelde Landen (MOL's) in Parijs werd afgesproken. Volgende maand vindt in Brussel een opvolgingsconferentie plaats.

Volgens het 'Trade and Development Report 2001' van de VN-Comissie voor Handel en Ontwikkeling (UNCTAD) dat dinsdag werd voorgesteld, bedraagt de hulp aan de Minst Ontwikkelde Landen nu nog slechts de helft van wat de rijke landen in de jaren 90 gaven, ondanks alle beloften om de steun op te voeren.

Slechts vijf lidstaten van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) haalden in 1999 de norm van 0,15 procent: Denemarken (0,32 procent), Noorwegen (0,30 procent), Zweden (0,17 procent) en Luxemburg en Nederland (0,16 procent).

Volgens de UNCTAD hebben de MOL's buitenlandse hulp hard nodig. Met een gemiddeld inkomen per inwoner van minder dan 800 dollar per jaar, kunnen ze zelf niet voldoende sparen en investeren om een snellere economische groei mogelijk te maken.

Buitenlandse investeerders tonen weinig interesse, want de gemiddelde bevolking in de armste landen is slecht opgeleid en ongezond en het economisch klimaat is er ongunstig.

Volgens de UNCTAD hebben de meeste Minst Ontwikkelde Landen alsmede hun inwoners ook nauwelijks toegang tot de internationale kapitaalmarkt.

Omdat een deel van de vroeger toegekende hulp in de vorm van kredieten werd verleend, gaan de meeste MOL's dan ook nog eens gebukt onder een zware schuldenlast. In 1999 bedroeg de gezamenlijke schuldenlast van de 49 landen 89 procent van hun gezamenlijke bbp.

Gemiddeld besteden de armste landen 15 procent van hun exportinkomsten aan het afbetalen van hun schulden. Hierbij gaat het om daadwerkelijke betalingen.

Maar veel landen uit de groep lopen steeds grotere betalingsachterstanden op omdat ze het nodige geld niet bij elkaar kunnen brengen. Volgens de UNCTAD moet de internationale gemeenschap dan ook dringend werk maken van schuldvermindering.

De 31 Minst Ontwikkelde Landen kunnen in theorie deelnemen aan het HIPC-schuldenprogramma dat de Wereldbank en het IMF daartoe hebben opgezet. 17 Van hen zijn op het punt aangekomen dat er tussentijdse schuldvermindering kan worden toegekend.

Slechts één van de Minst Ontwikkelde landen, Uganda, heeft het HIPC-parcours al helemaal doorlopen en geniet de maximale schuldvermindering. Critici zeggen dat het programma niet ver genoeg gaat en de landen te lang doet wachten.

Op de VN-conferentie over de Minst Ontwikkelde Landen die van 14 tot 20 mei in Brussel plaatsvindt, zal een actieprogramma worden besproken dat er op gericht is de ontwikkelingshulp aan de 49 landen op te drijven, investeringen aan te moedigen, de schuldvermindering sneller door te voeren en de toegang van producenten uit de armste landen tot buitenlandse markten te verbeteren.

Gelijkaardige plannen die in 1990 op de conferentie in Parijs werden gesmeed, werden niet helemaal uitgevoerd.

Schuldencampagne:
Activiteiten rond Mol-conferentie:

Reacties