Hoop voor hooglandindianen van Peru

01-03-2006
Door: Tekst: Ralph Mens


Na de tsunami van vorig jaar barstte in de media een discussie los over kleine, particuliere hulpinitiatieven. Van de kant van de grote, gevestigde ngo's was er nogal wat kritiek op kleinschalige organisaties. 'Goedbedoeld maar ongewenst' was de overheersende teneur. Toch zijn er wereldwijd talloze voorbeelden te vinden van lokale initiatieven die zijn uitgegroeid tot wijdvertakte organisaties met een sterke achterban en resultaten die er niet om liegen. Stichting HoPe ('Holanda-Peru'), opgericht in Nederland en sinds 1991 werkzaam in de omgeving van Cusco, is zo'n lichtend voorbeeld.

Terwijl de 'four-wheel drive' een klein riviertje doorkruist en het terrein oprijdt naast een aantal aaneengeschakelde schoollokalen, kijkt een groepje jongens en meisjes in kleurige traditionele kleding nieuwsgierig op. Wanneer de directeur van stichting HoPe, Walter Meekes, een grote zak sinaasappels uit de laadbak van de wagen haalt, rennen de kinderen joelend op de auto af. Fruit is een traktatie die in deze afgelegen dorpen niet dagelijks voorbijkomt.

Walter begroet de kinderen in hun moedertaal, het Quechua. 'Imaynataq kachkanki?' vraagt hij lachend, 'Hoe gaat het met jullie?' De kinderen zitten op de basisschool van Patacancha, een dorp op 3.800 meter hoogte en drie uur rijden van Cusco, de voormalige hoofdstad van het machtige Incarijk. De school is er slechts één van de meer dan honderd die stichting HoPe in dit gebied heeft opgericht en onder haar hoede heeft. De stichting bouwt namelijk niet alleen scholen, ze bemoeit zich ook nadrukkelijk met het lesprogramma.

'Wat is de zin van een schoolgebouw als wat zich binnen die muren afspeelt niet constructief is?' vat Walter het kernprobleem samen. Het is helaas de realiteit in een land als Peru, waar niet alleen de meeste leerlingen bedroevend laag scoren in onderzoeken naar lees- en rekenvaardigheid, maar zelfs tachtig procent van de leraren moeite heeft met begrijpend lezen en elementaire wiskunde. HoPe heeft dan ook een bijscholingsprogramma opgezet, waar leraren in hun vrije tijd, één zaterdag per maand, aan kunnen deelnemen. Wie hier niet aan mee wil doen, wordt uitgesloten van het ondersteuningsprogramma.

Regenseizoen

Nadat alle kinderen een sinaasappel hebben gekregen, maakt Walter een praatje met de werklui die de laatste hand leggen aan een nieuw klaslokaal.

'Wanneer denken jullie het werk af te kunnen ronden? Wanneer kunnen we het lokaal gebruiken?' wil hij weten. 'Volgende week? Mooi!' De mannen gaan weer verder met hun werkzaamheden. 'We moeten al het buitenwerk af hebben voordat het regenseizoen begint', legt Walter uit. In het Peruaanse hooggebergte betekent het regenseizoen dat goed begaanbare onverharde wegen veranderen in modderige bergstromen en sommige dorpen totaal onbereikbaar worden. Zo te zien wordt er flink doorgewerkt. Overal liggen bouwmaterialen: stenen uit de rivier, boomstammen en stapels bouwblokken van leem.

'De gemeenschappen doen al het werk zo veel mogelijk zelf', vertelt Walter. 'Zij zorgen voor de materialen die hier overal voorhanden zijn. Andere materialen zoals plastic leidingen, metaal en dergelijke koopt de stichting. Wij leveren die rechtstreeks aan de bouwvakkers. Op deze manier kunnen we voor vijfduizend euro een school neerzetten.'

Betrokken

Getuige de vele bouwactiviteiten wordt het geld van de Nederlandse donors goed besteed. Stichting HoPe werkt nauwelijks met grote fondsenwervers. Naast de ruim tweeduizend donateurs die de stichting in Nederland rijk is, wordt er voornamelijk gewerkt met serviceclubs, scholen en bedrijven. Een vrouwengroep uit Nederland steunt de vrouwengroep in Racchi, een school uit Maarssen steunt een school in Patacancha, een exporteur van vrachtwagens sponsort een opleiding voor automonteurs in Chinchero. Daarnaast ontvangt de stichting regelmatig bijdragen van de Wilde Ganzen. Deze organisatie vult de door HoPe verworven fondsen aan. Al het veldwerk in Nederland wordt uitgevoerd door een harde kern van niet meer dan vijf trouwe en enthousiaste vrijwilligers, die zelf ook regelmatig Peru aandoen om met eigen ogen de resultaten van hun fondsenwervings- en promotieactiviteiten te bekijken. In Peru zelf beschikt HoPe over zes vaste medewerkers.

Identiteit

Even verderop in het dorp zien we een groepje 'gringo's' die als een menselijke keten stenen doorgeven voor een bouwproject. 'Een of andere Amerikaanse sekte', zegt Walter enigszins schamper. 'Ze bouwen iets voor de gemeenschap en daarna vertrekken ze weer.' Het druist in tegen de filosofie van HoPe. De stichting vraagt altijd de gemeenschap zélf wat ze wil. Zonder medewerking en ondersteuning van de inwoners komt er niets van de grond en heeft geen enkel project kans van slagen.

Een mooi voorbeeld van hoe het wel moet, en de trots van de stichting, treffen we even later in een hoger gelegen deel van Patacancha. HoPe heeft hier in 2002 samen met de indiaanse gemeenschap een middelbare school gebouwd, de eerste in zijn soort in Peru.

Behoud van eigen culturele identiteit staat voorop

Het leven van de indianen op vierduizend meter hoogte in het Peruaanse Andesgebergte is zwaar. Het klimaat is ruig en er is geen gas, waterleiding of elektriciteit. Wanneer de indianen wegtrekken naar de grote steden, komen ze terecht in de ellende van de sloppenwijken en verliezen ze hun culturele identiteit. Stichting HoPe wil de indianen de middelen geven om hun levensomstandigheden zelf te verbeteren, zodat ze niet weg hoeven te gaan. Lees meer...

'Een paar jaar geleden kwamen de eerste leerlingen van de lagere school en stonden we voor de vraag: wat nu? De enige middelbare school in de omgeving stond in Ollantaytambo. Toen ik tijdens een dorpsvergadering voorstelde om daar een studiehuis te bouwen waar de leerlingen konden verblijven en overnachten, nam een oudere man het woord en zei: "Señor Walter, als onze kinderen naar Ollantaytambo gaan, mogen ze hun eigen kleding niet meer dragen en hun eigen taal niet meer spreken. Zo gaat onze identiteit verloren. Daarnaast leren onze kinderen dingen waar we in onze eigen dorpen niets aan hebben. Waarom kunnen we hier in Patacancha geen middelbare school bouwen?"'

Het voorstel paste perfect in het straatje van stichting HoPe. Het behoud van de eigen culturele identiteit en tradities van de hooglandindianen staat voorop. Dit klinkt ook door in het agrarisch getinte lesprogramma. Zo leren de kinderen op de middelbare school in Patacancha varkens, kippen en cavia's - een belangrijke proteïnebron in de hooglanden - te fokken, en zijn er naast de school vier kassen neergezet, waarin allerlei groenten en kruiden worden verbouwd. Vroeger was dat onmogelijk door het barre klimaat op 3.800 meter hoogte.

De meeste leerlingen hebben inmiddels ook naast hun ouderlijk huis een kas voor eigen gebruik staan, waardoor hun voeding én die van hun ouders minder eenzijdig en dus gezonder is geworden. Helaas sterven in deze streken nog veel mensen aan tuberculose als gevolg van een gebrek aan natuurlijke weerstand.

Scepsis voorbij

De leerlingen zijn zichtbaar trots op hun school en ze presteren bovendien beter dan leeftijdgenoten op andere scholen in de omgeving. Ook de leraren zijn gemotiveerder dankzij de bijscholing die ze in hun vrije tijd volgen. Het Peruaanse ministerie van onderwijs is het inmiddels ook opgevallen dat de leerlingen binnen het lesprogramma van HoPe betere resultaten behalen dan elders.

'In het begin was de overheid nogal sceptisch over onze manier van werken', vertelt Walter. 'Ze vroegen zich af: waarom bouwen jullie scholen en werken jullie in afgelegen gebieden, waar niemand het resultaat van jullie projecten kan zien?' Inmiddels wordt er met het ministerie op diverse manieren samengewerkt om verbeteringen in het lessysteem door te voeren. Zo is een expert op het gebied van kleuteronderwijs uit de 'eigen kweek' van HoPe inmiddels aangesteld als specialiste bij het Peruaanse ministerie van onderwijs.

In alle projecten van HoPe zie je mooie voorbeelden van hoe het werk in elkaar grijpt. Zo maken leerlingen van de technische school, die de stichting in Chinchero onder haar hoede heeft, de banken waaraan de kinderen zitten in de meer dan honderd scholen die HoPe door de jaren heen heeft gebouwd. Wat ooit begon als een kleinschalig ontwikkelingsproject in een sloppenwijk van Cusco, is inmiddels uitgegroeid tot een omvangrijk netwerk van projecten en lesprogramma's waar duizenden mensen in de omgeving van de stad zichtbaar beter van worden.

Van cynisme of bitterheid - veelvoorkomende bijwerkingen van ontwikkelingswerk - is hier dan ook geen spoor te bekennen. Wat Walter wel jammer vindt, is dat het steeds moeilijker wordt om alle locaties persoonlijk te bezoeken.

'Soms denk ik dat het project te groot wordt, te onpersoonlijk. Maar aan de andere kant zijn er nog zoveel gemeenschappen die hulp nodig hebben, dorpen waar nog nooit iemand van de overheid is geweest, dat ik ervan overtuigd ben dat dit werk bittere noodzaak is.'

 

Zie voor meer informatie over stichting HoPe en haar projecten in Peru www.stichtinghope.org.



Reacties