Honger en het gebrek aan politieke wil

14-10-2003
Door: Mark van Kollenburg
Bron: OneWorld

honger 1. Wat is honger?

Met honger wordt bedoeld dat mensen te weinig voedsel hebben om fysiek in staat te zijn om in hun levensonderhoud te voorzien. Meer omgevingsfactoren spelen echter een rol. Ook bij de beschikbaarheid van voldoende voedsel maar een gebrek aan schoon drinkwater kan sprake zijn van honger.

Een kwantitatieve maatstaf van honger is arbitrair. Soms wordt lichaamsgewicht gebruikt als indicator, maar uiteraard hebben niet alle mensen, die honger lijden, op een weegschaal gestaan.

Vaak ook wordt het aantal kilocalorieën (kcal) als graadmeter genomen, bijvoorbeeld door de FAO. Iemand krijgt honger of is chronisch ondervoed als hij of zij langere tijd minder dan 1.900 kcal per dag aan macronutriënten binnen krijgt. Onder macronutriënten wordt energierijk voedsel verstaan, dat koolhydraten, vetten, eiwit, zetmeel bevat. Deze voedingsstoffen komen onder meer voor in bulkproducten als graan, maïs, rijst en aardappelen.

In deze definitie wordt geen rekening gehouden met micronutriënten als vitaminen en mineralen. Dat zijn noodzakelijke supplementen voor een evenwichtige voeding en vooral te vinden in groenten en fruit.

2. Hoe krijg je honger?

Mensen krijgen honger wanneer ze niet meer aan voldoende en gezond voedsel kunnen komen. De oogst voor eigen consumptie mislukt, ze verdienen te weinig aan de verkoop van de eigen maïs om ander voedsel te kunnen aanschaffen of ze zijn afgesloten van de aanvoer van voedsel.

Veelal lijkt honger vooral het gevolg van oorlogen, langdurige droogte of mislukte oogsten. In veel ontwikkelingslanden wordt de voedselzekerheid bedreigd door onevenwichtig beleid. Rampen zijn dan slechts de druppel die de emmer doet overlopen.

Malawi verkocht in 2002 onder druk van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) een groot deel van haar graanreserves om schulden af te betalen. In het kader van economische liberalisering werden de lage voedselprijzen bovendien losgelaten. Toen zich een langdurige en ernstige droogteperiode voordeed, waren de graanreserves onvoldoende en was het voedsel voor arme Malawiërs te duur geworden. De Malawische president vroeg het buitenland voor 21 miljoen dollar aan voedselhulp.

Volgens de Nederlandse campagne-organisatie FairFood komt slechts een kwart van de honger door oorlog en natuurrampen. Voor driekwart is honger het gevolg van oneerlijk handelsbeleid van regeringen in de geïndustrialiseerde landen.

3. Wie hebben er honger?

Volgens de Verenigde Naties zijn er 840 miljoen mensen in de wereld, die chronisch honger lijden. Van hen leven er 799 miljoen in ontwikkelingslanden. Dit aantal is in de laatste acht jaar met slechts 2,5 miljoen gedaald.

In 2000 hebben de landen van de VN zich in de Millenniumdoelstellingen onder meer verplicht om de armoede en honger in de wereld te halveren voor het jaar 2015. Volgens de Voedsel en Landbouworganisatie van de VN (FAO) zal in het huidige tempo dit resultaat pas in 2115, honderd jaar later, worden bereikt.

Opvallend zijn de regionale verschillen in ontwikkeling. In China, 1,3 miljard inwoners, groeit de rurale economie zo snel dat het aantal hongerenden op het platteland in de afgelopen 20 jaar met 200 miljoen is gedaald tot 120 miljoen. In sub-Sahara Afrika, waar relatief de meeste mensen aan honger lijden, daalt dit aantal nauwelijks. In westelijk Afrika, waar een aantal conflicten heersen, stijgt het aantal hongerenden.

4. Waar wonen de meeste mensen met honger?

In absolute aantallen lijden in Azië de meeste mensen aan chronische ondervoeding: 512 miljoen (FAO, 1998). In sub-Sahara Afrika gaat het om 210 miljoen mensen, in Noord-Afrika en het Midden-Oosten zijn 42 miljoen mensen ondervoed. In Latijns Amerika en Caribisch gebied zijn 63 miljoen mensen slachtoffer van chronische ondervoeding.

5. Wat zijn de gevolgen van honger?

Dagelijks sterven 25.000 mensen aan de gevolgen van honger. Jaarlijks worden 30 miljoen baby's ondervoed geboren. Chronische ondervoeding voor het derde levensjaar leidt ertoe dat kinderen fysiek en mentaal gehandicapt raken.

Kinderen die na hun derde jaar honger krijgen, kunnen daarvan allerlei fysiologische problemen ondervinden. Zo hebben 100 tot 140 miljoen kinderen een gebrek aan vitamine A, dat blindheid tot gevolg heeft. Meer dan de helft van alle ziekten in de wereld kan worden toegeschreven aan honger, eenzijdige voeding of een gebrek aan vitaminen en mineralen.

6. Is er internationale verdragen iets vastgelegd over voedselzekerheid?

Art. 25 van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (1948): 'Iedereen heeft het recht op een levensstandaard die hoog genoeg is voor de gezondheid en het welzijn van zichzelf en zijn gezin, waaronder inbegrepen voeding, kleding, huisvesting en geneeskundige verzorging en de noodzakelijke sociale diensten, ...... .'

Op de Wereldvoedseltop in Rome in 1996 hebben regeringsleiders de 'Rome Declaration of Food Security' bekrachtigd. Dat betekent dat iedereen het recht heeft op toegang tot veilig en voedzaam voedsel en dat iedereen het fundamentele recht heeft om niet door honger belemmerd te worden.

De vastgelegde rechten impliceren echter niet dat een land de plicht heeft haar bevolking van (gratis) voedsel te voorzien. Een land moet echter wel het recht van mensen zichzelf te voeden respecteren en beschermen. Het verzoek om voedselhulp in noodsituaties valt bijvoorbeeld hieronder.

Volgens de FAO hebben 22 landen (waaronder Brazilië, Cuba, Nicaragua, Malawi, Congo, Thailand en Pakistan) het recht op voedsel in hun grondwet opgenomen. In de meeste gevallen voor alle burgers, soms enkel voor kinderen. Geen enkel land heeft echter ook de noodzakelijke wettelijke stappen genomen die dit recht in de praktijk bekrachtigen. Zulke wetten zouden uitspraken moeten doen over zaken als het vruchtgebruik van grond, minimumlonen en beschikbaarheid van water.

7. Wat is de belangrijkste oorzaak van honger?

Wereldwijd gebrek aan voldoende voedsel is niet de oorzaak van honger. Overbevolking evenmin. Hoewel sterke bevolkingsstijgingen zorgwekkend kunnen zijn, is bevolkingsdichtheid zelden een verklaring voor honger. Van de mensen die honger hebben, woont 80 procent in landen met genoeg landbouwproducten en productiecapaciteit om de bevolking te voeden.

Honger is vooral een verdelings- en koopkrachtprobleem. Volgens de non-profit denktank Food First is er genoeg voedsel op de wereld om iemand dagelijks 2,5 pond graan, bonen of noten, 1 pond groenten en fruit en bijna 1 pond vlees en zuivel te verschaffen. Opgeteld (4.300 kcal) meer dan het dubbele van wat iemand minimaal nodig heeft om geen honger te lijden.

Verdeling van voedsel en versterking van koopkracht hebben alles te maken met handel. En de handel wordt bepaald door de regels van de Wereldhandelsorganisatie (WTO) waarbij ruim 140 landen zijn aangesloten.

8. Kan vrijhandel bijdragen tot de oplossing van het hongervraagstuk?

Liberale denkers vinden dat boeren in ontwikkelingslanden en de handel in het algemeen gebaat zijn bij zo min mogelijk regels. Weg dus met de exportsubsidies in de Verenigde Staten en de Europese Unie en weg met de meeste invoertarieven in ontwikkelingslanden! De markt moet haar gang kunnen gaan, daarvan profiteert uiteindelijk iedereen.

Critici menen dat verregaande vrijhandel de voedselzekerheid van mensen juist bedreigt, als gevolg van de verslechterde concurrentiepositie van boeren in ontwikkelingslanden en de sterk flucturende internationale voedselprijzen.

In veel ontwikkelingslanden wordt genoeg voedsel verbouwd. Het wordt alleen steeds vaker geëxporteerd naar en opgegeten in de geïndustraliseerde landen. Steeds meer landbouwgrond wordt gebruikt voor exportproductie. Dat is voor boeren lucratiever dan bijvoorbeeld de teelt van groenten en fruit voor eigen consumptie, noodzakelijk voor een vitaminen- en mineralenrijke voeding.

Twee voorbeelden
Boeren in hongerlanden exporteren meer en meer naar het westen, maar verdienen steeds minder als gevolg van dalende prijzen. Bovendien laten de Verenigde Staten en de Europese Unie voornamelijk onbewerkte landbouwproducten tot hun markten toe, terwijl aan de bewerking van bijvoorbeeld een cacaoboon tot een reep chocola relatief veel meer te verdienen valt.

Brazilië, waar naar schattting 20 miljoen mensen chronisch ondervoed zijn, is de grootste exporteur van soja in de wereld. De grotendeels machinale sojaproductie heeft rijst- en bonenboeren weggeconcurreerd en vele duizenden mensen werkloos gemaakt. Nederland importeert veel soja uit Brazilië voor veevoer. De soja in Brazilië was ooit bedoeld als voedsel voor de armen. Boeren werden gesubsidieerd om soja te verbouwen. Omdat de varkens in Nederland koopkrachtiger bleken, wordt - aanvankelijk met subsidies - steeds meer voor de export geproduceerd.

9. Wat is de oplossing voor het hongervraagstuk?

Vrijwel iedereen is het erover eens dat investeringen in de landbouw in ontwikkelingslanden van groot belang zijn. Over hoe dat precies moet gebeuren, verschillen de meningen.

Het Nederlands beleid is gericht op armoedebestrijding. Investeren in de landbouw draagt daaraan bij. De voedselproductie kan zo worden verhoogd en het kan bijdragen aan meer inkomen voor de bevolking.

Een rendabele landbouw is mogelijk als volgens minister Van Ardenne aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
- Beleid van ontwikkelingslanden moet erop gericht zijn dat boeren toegang krijgen tot de benodigde financiering en middelen, en hun producten beter kunnen afzetten. Daarvoor is een betere infrastructuur nodig om landbouwproducten te vervoeren en een betere marktwerking, zodat goede producten ook goed betaald worden.
- Boeren moeten toegang krijgen tot verbeterde landbouwtechnieken.
- Landbouwproducenten moeten ruimere exportmogelijkheden krijgen. Rijke landen moeten hun exportsubsidies afschaffen en dumpingpraktijken beëindigen. Zolang dat niet gebeurt, hebben ontwikkelingslanden het recht hun eigen markten te blijven beschermen. De na-oorloogse welvaart in Nederland is deels te danken aan bescherming van de eigen markt uit het oogpunt van voedselzekerheid.

Overigens heeft Nederland in het nieuwe beleid voor Ontwikkelingssamenwerking landbouw als speerpunt voor armoedebestrijding laten vallen.

Maatschappelijke organisaties zijn van mening dat Nederland meer kan doen. Volgens FairFood moeten regeringen en bedrijfsleven ervoor zorgen dat hun beleid of aanwezigheid voldoende bijdraagt aan de lokale economische ontwikkeling in 'hongerlanden'.

Multinationale bedrijven zouden hun verantwoordelijkheid moeten nemen in gebieden waar zij hun grondstoffen vandaan halen. Volgens FairFood moeten bedrijven een eerlijke prijs aan boeren betalen. Verder verdienen werknemers in hun buitenlandse vestigingen een leefbaar loon, waarmee ze niet alleen in hun levensonderhoud kunnen voorzien, maar waarvan ze ook bijvoorbeeld hun kinderen naar school kunnen laten gaan. Verder moeten bedrijven voldoende belasting betalen over de omzet, winst en de export van winst, zodat een gastland dit geld kan gebruiken voor armoedebestrijding.

Dergelijke maatregelen zouden bijdragen aan de voedselzekerheid en een gezondere lokale economie. Die gezonde economie levert meer consumenten op, met meer koopkracht. Dat levert uiteindelijk duurzaam voordeel voor westerse bedrijven op.

10. Hoe versterk je de koopkracht van kleine producenten?

Spelers op de markt moeten gelijke kansen hebben en de regels moeten eerlijk zijn. Maar zelfs dan zijn waarschijnlijk aanvullende maatregelen nodig om bepaalde groepen voedselzekerheid te verschaffen. Regeringen kunnen de voedselprijzen laag houden en boeren subsidiëren voedsel voor de armen te produceren.

Ook correctieve maatregelen zijn denkbaar. Zo is inkomensverzekering mogelijk, waarbij een boer kredietwaardig blijft en eventueel aan investeringskapitaal kan komen als hij, door de markt gedwongen, andere gewassen wil gaan verbouwen. Ook zouden boeren ter compensatie aandelen van de multinational moeten kunnen krijgen, waarmee ze mede-eigenaar worden van de productieketen.



Actuele informatie over het programma van Wereldvoedseldag 2003 is te vinden op de Wereldvoedselsite


Reacties