Het verborgen probleem van moderne slavernij

12-05-2005
Door: Marjolein Ekkelboom
Bron: OneWorld

De Belgische Inge Ghijs (39), journaliste bij dagblad De Standaard, ontmoet in 2001 Henriëtte Akofa, een jonge vrouw uit Togo die in Frankrijk als inwonende huismeid had geleefd. Akofa moest slaafse arbeid verrichten en werd door haar werkgevers geregeld opgesloten en geslagen. Akofa wist uiteindelijk te ontkomen en schreef over haar ervaringen een boek.

huismeidGeïntrigeerd door dit verhaal besluit Ghijs in 2003 te onderzoeken of huisslavernij ook in België bestaat. Na een jaar onderzoek is zij overtuigd van het feit dat er meer illegale huismeiden bij Belgische en Nederlandse gezinnen wonen dan ooit gedacht. Grof geschat gaat het over enkele duizenden vrouwen. Over de uitbuiting van deze vrouwen schrijft ze zelf het boek Vernederd, Verkracht, Verborgen, huisslaven in België.


Filipijnen

De meeste huismeiden komen van de Filipijnen en Ecuador. De Filipijnse overheid bijvoorbeeld stimuleert haar burgers om in het buitenland te gaan werken. Andere slachtoffers komen uit Latijns-Amerika, Afrika en in toenemende mate uit Oost-Europa en de voormalige Sovjet-republieken.

Ghijs: 'De Filipijnse gemeenschap in Brussel is goed georganiseerd. Vrouwen die bij hun werkgever weglopen, kunnen terecht bij een priester die ze verder helpt. Onderling zorgen ze voor onderdak en helpen ze elkaar met het zoeken naar ander werk, meestal opnieuw als inwonende huismeid.'

Armoede

De huismeiden komen uit armoede naar België. Vaak hebben ze gestudeerd maar verdienen ze in eigen land te weinig om hun kinderen naar school te kunnen sturen. Dus verlaten ze hun gezin in de hoop in West-Europa dat geld wel te kunnen verdienen.

De vrouwen komen naar Europa toe met een toeristenvisum van drie maanden. Als dit is verlopen, duiken ze onder in de illegaliteit. Het enige werk dat hen rest, is werken als inwonende huismeid.

Uitbuiting

Slachtoffers werken 14 tot 15 uur per dag, vijf tot zes dagen in de week, voor een loon van 500 euro per maand. Ze kennen de taal en hun rechten niet. Ze worden uitgescholden, geslagen en soms ook verkracht. Sommigen krijgen nauwelijks te eten.

De uitbuiting is niet overal even erg, maar de psychologische onderdrukking is er altijd. Het 24 uur per dag klaar moeten staan voor de werkgever en zijn gezin plus de eenzaamheid wegen zwaar.

Ghijs: 'Ook als ze goed behandeld worden, krijgen de huismeiden schandalig weinig betaald. Mensen denken dat 500 euro veel is voor deze mensen. Maar vergeten wordt dat de vrouwen veel geld hebben moeten lenen tegen hele hoge rentes om naar Europa te kunnen komen. Ze sturen geld naar hun kinderen en familie.

Die ene dag in de week dat de vrouwen vrij zijn, moeten ze het huis van de werkgever verlaten. Voor twee nachten per week moeten ze dan een kamer huren. Als illegaal kun je dan alleen bij huisjesmelkers terecht die schandalige huren vragen. En dan hebben ze ook de dagelijkse dingen nodig als shampoo, tandpasta, kleding en schoenen. Die 500 euro is snel op.'

Aangifte

Volgens Ghijs is het heel moeilijk voor slachtoffers van huisslavernij om aangifte te doen. Zij zijn immers illegaal in Europa en worden na een aanklacht vaak uitgewezen. 'Deze mensen hebben ook geen geld om een advocaat te kunnen betalen. Een gang naar de rechtbank is veel te duur en levert vaak niets op.'

Als ze werkzaam zijn voor een diplomaat, wat in België veel voorkomt, kan de politie niets voor ze doen. Diplomaten zijn onschendbaar. Soms weet het ministerie van Buitenlandse Zaken van de uitbuiting af maar wordt er desondanks niet tegen opgetreden omdat het als een incident wordt gezien.

Ghijs: 'De hele politieke cultuur werkt niet mee. Bij het ministerie van Arbeid werkt een ombudsman die bij klachten over uitbuiting door een diplomaat een brief stuurt naar de betreffende ambassade. Hierop komt nooit een reactie. Diplomaten vinden dat ze niets te maken hebben met het ministerie van arbeid. Anders wordt het als de brief verstuurd wordt via het ministerie van Buitenlandse zaken. Ik stel dan ook voor om de ombudsman onder te brengen bij buitenlandse zaken. Dit is een hele kleine verandering die heel effectief zal blijken te zijn.'

Naar buiten

Ghijs vestigt haar hoop deels ook op het Comité contre l'esclavage moderne (Comité tegen de moderne slavernij). Dit Franse comité heeft een zusterorganisatie in België. 'Die twee vrouwelijke advocates doen het werk vrijwillig. Ik zou graag zien dat er geld komt zodat ze hun werk beter kunnen doen.'

'Ook moet er een meldpunt komen waar slachtoffers een klacht kunnen indienen zonder angst voor uitzetting. Slachtoffers moeten naar buiten durven komen. Een voorbeeld: Tijdens het onderzoek heb ik elke week gebeld met Casa Chili, een organisatie voor Latijns-Amerikanen in Antwerpen. Ik ben er verschillende keren geweest. Ik heb de directrice wel vijf keer ontmoet, maar zij heeft me met geen enkel slachtoffer in contact gebracht.

Dat neem ik haar kwalijk. Ze wist wie ik was en zij kende de problematiek rond huisslavernij. Ook weet ze hoe verborgen deze problematiek is. Ze helpt er niemand mee door zo dwars te liggen.'

Victims of Trafficking

Reacties