Het faillissement van de 0,8 procent

19-05-2004
Door: OneWorld Redactie
Bron: Desmond Spruijt

 

Als een land veel geld uitgeeft aan aids-onderzoek, betreft dat volgens u dan ontwikkelingshulp? Duidelijk is dat eventuele resultaten voor miljoenen Afrikanen van doorslaggevend belang kunnen zijn. Maar directe hulp is het niet. Het blijft buiten het zicht van de officieel vastgestelde ontwikkelingshulp, in Nederland op dit moment 0,8 procent van het nationaal inkomen.

Recent verruimde de OESO, mede op aandringen van minister Van Ardenne, de definitie van ontwikkelingshulp enigszins. Sommige aspecten op het gebied van veiligheid, zoals het opleiden van politiemensen, kunnen nu ook worden meegeteld als zij ten goede komen aan arme landen. Aanpassing van de definitie onderstreept dat voor ontwikkeling verschillende factoren belangrijk zijn. Maar het gaat nog niet ver genoeg. Het aparte percentage voor ontwikkelingshulp moet overboord.

Strafpunten

Eind april publiceerde het Center for Global Development voor de tweede keer een index die weergeeft in welke mate landen wel of juist niet bijdragen aan armoedebestrijding. Gekeken werd naar directe hulp, maar ook naar handel, investeringen, milieuzorg, migratie en peace-keeping. Het afschermen van de markt met exportsubsidies en ander contraproductief beleid leverden juist strafpunten op.

grafiek commentaar Desmond Spruijt 1705 

[Bron: Center for Global Development en Foreign Policy]

 

Een dergelijke index laat zien op hoeveel verschillende manieren een land internationale ontwikkeling kan ondersteunen of schaden. Het is een pleidooi voor beleidscoherentie èn een pleidooi om ontwikkelingshulp niet langer te benaderen als een afzonderlijk percentage van het nationaal inkomen.

Door het centraal stellen van zo'n percentage zal de Nederlandse belastingbetaler eerder geneigd zijn te denken dat hij met die 0,8 procent klaar is. Terwijl dat niet zo is. In plaats daarvan zouden ontwikkelde landen meetbaar voldoende inspanningen moeten leveren om ontwikkelingslanden vooruit te helpen. Gemeten bijvoorbeeld aan het wereldwijd behalen van de VN Millennium Development Goals in 2015.

Netto inspanningen

Wat dan gaat tellen, is het netto totaal aan inspanningen. Een land kan goede dingen meer gaan doen, of slechte minder. Deze Gezamenlijke Netto Inspanning kan hoger gaan uitkomen dan de huidige percentages voor ontwikkelingshulp. Landen kunnen zelf bepalen hoe zij hun 'GNI' inrichten, al naar gelang de politieke keuzes in ieder afzonderlijk land. Door de verantwoordelijkheid voor internationale ontwikkeling breder te formuleren, wordt het een onderwerp waaraan meer burgers en maatschappelijke partijen kunnen en willen bijdragen.

Vergroting van het draagvlak is zeker gewenst in de grote economieën van deze tijd. Als de Amerikaanse kiezer alleen al de officiële ontwikkelingshulp van de Verenigde Staten van 0,13 procent naar 0,14 procent weet op te trekken, betekent dat een miljard dollar extra. Op mondiaal niveau zou je zelfs kunnen denken aan specialisatie. Nederland zou zijn geld en kennis bijvoorbeeld inzetten op onderwerpen waarvoor hier breed draagvlak kan worden verwacht: op directe hulp ten bate van onderwijs, op programma's voor good governance, op de waterproblematiek en op buitenlandse investeringen.

De kwestie moet zijn op welke manier Nederland en andere landen maximaal kunnen bijdragen aan internationale ontwikkeling, niet wat er wel en niet met 0,8 procent van het nationaal inkomen mag gebeuren. Op de index van het Center for Global Development staan Nederland en Denemarken als beste bovenaan, met 6.7 punten op een schaal van 10. Op naar de hoge cijfers!

 

Desmond Spruijt is een van de twee oprichters van Mapping Worlds, een initiatief om met behulp van innovatieve kartografie meer aandacht te vestigen op internationale ontwikkeling en samenwerking.  Mapping Worlds

Center for Global Development

OESO 

Ministerie van Buitenlandse Zaken

Reacties