Help uzelve

17-05-2010 Bron: OneWorld
one world

Als je niet weet of er morgen nog brood op de plank zal zijn, is het al snel ieder voor zich. Toch zijn er ook nog mensen die niet alleen voor zichzelf kiezen.

Albert Puela (38), parlementariër
Albert Puela weet hoe je een entree maakt. In zijn onberispelijke zwarte pak, met zonnebril, zijn twee assistenten ook in zwart een meter achter hem, blijft hij een moment staan op de drempel van het Centre Culturel, dat dezer dagen tot rouwcentrum is omgedoopt. Binnen staan honderden stoelen. Vrouwen wiegen zingend met bloemen rond de kist waarin de 93-jarige Papa Marcel Pululu ligt opgebaard. Hij was de vader van een senator uit Puela’s geboortestreek Bas-Congo. De gouverneur van die provincie is er ook. “Het is belangrijk dat ik hier ben”, fluistert Puela. “Niet alleen om de laatste eer te bewijzen, maar ook omdat de gouverneur mij nog wilde spreken.”
Buiten het rouwcentrum staat een rij identieke Nissan Patrols met geblindeerde ramen. Een cadeautje van Nissan voor de Congolese politici. “Op afbetaling”, benadrukt Puela. Een parlementariër verdient 6000 dollar per maand. “We hebben ook veel onkosten en maken lange dagen. Ik werk elke dag van negen tot acht uur. En dat zijn nog maar de plenaire en commissievergaderingen. Daarnaast heb je nog alle plechtigheden waar je je gezicht moet laten zien.”

Puela omschrijft zijn politieke koers als liberaal. “Ondernemers moeten meer kansen krijgen. Als je eens wist wat een gedoe het is om hier een bedrijf op te starten. Congo staat bijna helemaal onderaan de ranglijst van Doing Business-rapport van de Wereldbank, net boven de Centraal Afrikaanse Republiek. Ook de regionale handel met onze buurlanden moet bevorderd worden. Ondernemers en boeren moeten makkelijker krediet kunnen krijgen. We moeten BTW invoeren om meer belastinginkomsten binnen te halen. Ik pleit voor liberalisme met een beetje controle. Anders wordt het hier het Wilde Westen.”

Zelf maakte hij eerst carrière als advocaat voordat hij de politiek in ging. Hij heeft nog steeds zijn eigen kantoor. “President Kabila en ik zijn leeftijdgenoten. Maar ik ben een selfmade man. Hij moet het van zijn afkomst hebben. Kabila heeft niet eens gestudeerd.” Puela wil niet afspreken in diplomaten- en regeringswijk Gombe, maar in volkswijk Massina. “Ik wil niet dat ze me met een journalist zien praten.” Het restaurant op de tweede verdieping van Hotel Apocalypse lijkt met zijn geblindeerde ramen aan de veiligheidseisen te voldoen. Toch checkt hij nog even achter de gordijnen of de ramen wel vergrendeld zijn. “Ik heb meerdere malen anonieme telefoontjes ontvangen. Soms ook van medeparlementariërs. Ze vinden dat ik meer in de pas moet lopen met de president.” Binnen zijn partij, l’Alliance pour le Renouveau de Congo, ARC, staat hij bekend als een ambitieuze branieschopper. Het kostte hem al bijna zijn partijlidmaatschap. “Kijk, samen met andere partijen vormen we de coalitie die de president aan een meerderheid in het parlement helpt. Maar er is geen intern debat. De president controleert het parlement in plaats van andersom. Daar leg ik mij niet bij neer.”

Zijn vrouw werkt op het bureau van de pinkstergemeente. Zijn zoon en dochter van 3 en 6 ziet hij vooral in de weekends. Op zondagochtend gaan ze met z’n allen naar de kerk. Zijn politieke carrière opgeven om meer bij zijn gezin te zijn? Ondenkbaar. “Hebben Nederlandse ministers dat gedaan? ‘Die is gek’, zeggen we hier dan. Heb je zo’n hoge positie waar je geld mee verdient, doe je er vrijwillig afstand van.”

Docteur Adolphine (40), medisch directeur
Twaalf ziekenhuizen met in totaal 1250 bedden, zes medische centra met nog eens 350 bedden en twee centra voor moeder- en kindzorg met 85 bedden heeft ze onder haar hoede. Docteur Adolphine Metamonika heeft een missie: het niveau van de zorg verbeteren. “Meer efficiëntie, betere service, een hogere standaard van hygiëne. Als ik hier ooit wegga, dan hoop ik dat ik dat mensen zeggen dat ik dat bereikt heb.” Haar stijl van leidinggeven omschrijft ze als vriendelijk, maar beslist. “Toen ik hier drie jaar geleden kwam, moest men er wel aan wennen dat een vrouw het voor het zeggen had.” Maar inmiddels zijn ze in de stad Boma en omstreken gewend aan de wervelwind die Adolphine heet. Ze begon haar carrière in een ziekenhuis vlakbij de grens met Angola. Daar moest ze vluchten toen de Angolese rebellen de grens overstaken. “Ik was alles kwijt. Mijn boeken, mijn diploma’s, mijn kleren. Een half jaar heb ik niks gedaan. Ik had nachtmerries, dacht overal geweerschoten te horen. Ik wilde geen dokter meer zijn. Totdat ik een oude docent tegenkwam, die zei: ‘Pak jezelf op, je hebt niet voor niets gestudeerd’.”

Ze ging aan de slag in een ziekenhuis in Kinshasa. “Daar was aan alles een tekort. Te weinig bedden, te weinig medicijnen, te weinig verplegers, apparaten werden niet gerepareerd, we kregen soms maanden niet betaald. Patiënten waren na een operatie nog niet uit narcose, of ze werden al naar huis gestuurd. Wat ik daar zag, zette me ertoe om nog een studie te doen en me te specialiseren in gezondheidsbeleid. Kijk, een dokter probeert een zieke te genezen, maar om ziektes structureel uit te bannen, moet je begrijpen wat de oorzaak is. Is er bijvoorbeeld minder tbc op het platteland omdat er minder mensen wonen of omdat ze hygiënischer leven? En hoe gaan we om met welvaartsziektes zoals suikerziekte of een hoge bloeddruk?

Vandaag bezoekt Adolphine de Polyclinique Diocésaine de Secours, die 35 bedden telt. De kliniek staat bekend om zijn goede service, maar de behuizing is erg krap. Het kantoor van directeur Samuel Mbaki dient tevens als opslag voor kapotte apparaten. De chef laboratorium huist in een hok van anderhalve vierkante meter waar geen kast in past. De dossiers liggen gestapeld op zijn bureau. De wachtkamer zit vol met mensen die bloed willen laten prikken. “Patiënten betalen 5000 franc voor een consult, en nog eens 2000 franc als ze een malariatest willen doen”, legt Adolphine uit. “Medische zorg kan echt niet gratis zijn, want linksom of rechtsom, iemand moet voor de kosten opdraaien. Wel hebben we een potje voor de allerarmsten.”
Ze werkt elke dag van acht tot acht, ook op zaterdag. “Dan handel ik dossiers af waar ik doordeweeks niet aan toe kom.” Op zondag gaat ze naar de kerk, en eet ze bij haar ouders. Haar ouders, flink in de zestig, zitten allebei in het onderwijs. Adolphine bidt elke ochtend. “Ik geloof in een God met mededogen, maar God kan niet alles regelen. Oorlog en armoede hier in Congo komen voort uit de slechtheid van de mens, daar kan God niks aan doen.”

Een paradijselijke tuin omgeeft haar huis dat ze huurt van een Belgische familie. Kippen, eenden en konijnen scharrelen door het gras. Ze kweekt haar eigen mango- en peperplanten. “Hier kom ik tot rust.De bisschop noemt mijn huis voor de grap de Ark van Noach.” Haar man werkt in Kinshasa, 450 kilometer verderop. Hij studeerde autotechniek, maar beheert nu een veerboot. Twee keer per maand komt hij naar huis. Hij belt elke dag.“Mijn man is tien jaar ouder dan ik. Dat vind ik fijn. Ik ben nogal temperamentvol. Hij blijft altijd kalm.”

Patrick Kuba (32), circusartiest en filmregisseur
“Circus is kunst. Kijken naar een mooie acrobatiekoefening is als kijken naar een mooi schilderij”, zucht Patrick, terwijl hij de benen vasthoudt van een jongen die op zijn hoofd staat. Patrick traint jonge circusartiesten en is de oprichter van de Congolese federatie van circusartiesten. “Als je verenigd bent, krijg je meer erkenning. En we kunnen ons beter inzetten voor de veiligheid en het materiaal, zoals trampolines, jongleerkegels of eenwielers. Dankzij onze vereniging wordt circus nu erkend als deel van onze cultuur.” Een andere jongen legt een been in zijn nek. “Ik werk veel met kinderen die anders maar gewoon een beetje op straat hangen. Hier leren ze concentratie, doorzettingsvermogen en samenwerken.” Zelf kan Patrick ook een aardige handstand. “Ik ben wat kilo’s aangekomen de laatste jaren”, zegt hij verontschuldigend, wijzend op zijn buik, maar verbazingwekkend soepel buigt hij zich in een brug achterover.

De atletische aanleg heeft hij van zijn vader, die gymleraar was. Dat zijn vader, die overleed in 2004, het heeft geschopt heeft tot minister van Sport en Jeugd, vertelt hij er niet bij. Hij wil beoordeeld worden op zijn eigen merites, zelf zijn zaakjes bij elkaar scharrelen. “Ik houd van het woord underground”, zegt hij. “Dat is hoe ik werk, ook met mijn films.” Patrick studeerde aan het INA, het gerenommeerde Institut National des Arts. Na zijn studie stortte hij zich op de cinema. Eerder maakte hij films met thema’s als migratie en werkeloosheid. Zijn nieuwste filmproject heet Villa du 30 Juin, speciaal ter gelegenheid van de viering van vijftig jaar onafhankelijkheid. Het is een kritische parabel die de macht van de politiek en de kerk aan de kaak stelt. “Bevriende acteurs spelen gratis mee. Iemand anders leent zijn camera uit, monteren doe ik met een vriend samen.” Hij hoopt op een klein schandaal als de film wordt uitgezonden op televisie. “Congo kent geen filmcultuur. Op televisie zie je hoogstens een komedie, een klucht. Ik maak sociale films die het publiek aan het denken moeten zetten. Mensen lijken wel murw geslagen. Ze protesteren niet eens meer als de stroom weer eens uitvalt. Maar ze moeten zich realiseren dat er niks verandert als ze niet in opstand komen.”

Patricks telefoon gaat, het is Lidy, zijn aanstaande vrouw met wie hij twee dagen later in het huwelijk zal treden. “Ik heb een jaar rechten gestudeerd, dat wilden mijn ouders. Ik heb er niks van opgestoken, behalve dat ik op de universiteit Lidy heb ontmoet. Zij heeft economie gestudeerd. Ik ben de dromer, zij is de strakke planner.” En dat blijkt tijdens de bruiloft. De bloemen, de tafelschikking de taart, de kleding van het bruidspersoneel: alles in rood-wit tot in de puntjes op elkaar afgestemd. Het is al na elven als het bruidspaar de feestzaal betreedt. Allebei in stralend wit. De bruidsmeisjes, acht in totaal, ploffen met een flesje fanta op de bank. Binnen een paar minuten vallen de kleinsten in slaap. Dan begint het cadeau geven, een ritueel dat een uur in beslag neemt. De gasten wiegen voorbij in een lange rij. Complete pannensets komen voorbij, een combimagnetron, een koelkast en zelfs een compleet gasfornuis. Na het aansnijden van de taart, het is even na enen, neemt het bruidspaar afscheid. De bruid moet morgenochtend om tien uur naar de kerk.

Lonneke van Genugten

Hoofdredacteur OneWorld. Leest en schrijft het liefst over Congo, Rwanda en...

Lees meer van deze auteur >

Reacties