Heisa rond een blad: het gelijk van de minister

01-04-2004
Door: OneWorld Redactie
Bron: OneWorld

OneWorld schreef twee weken geleden al over de heisa rond IS. Trouw, NRC en het ANP volgde.

De minister had een jaargang van haar eigen blad doorgenomen en vond er te weinig van haar werk in terug. Toen ze vervolgens ook een nog te publiceren interview voor IS met UNDP-baas Mark Malloch Brown las, ontstak ze in woede. De vraagstelling was 'badinerend' van toon en dat 'past niet in het voorlichtingsblad van een ministerie', liet ze weten. De formule van het blad moest 'om': 'evenwichtiger', zoals ze zegt.

Dat betekent meer aandacht voor haar nieuwe beleid en de resultaten daarvan en minder aandacht voor het debat. Het was haar voorganger, Evelien Herfkens, die de redactie opdracht had gegeven juist meer debat te voeren in het blad.

IS cover blad BuZa maart 2004

Brandbrief

Na de felle uitval van de minister en de berichten daarover in de pers, was de ophef groot. De hoofdredacteur van het maandblad, gezien als vertegenwoordiger van de oude garde, kan uitkijken naar een nieuwe baan binnen het departement. Freelancers en andere journalisten schreven een brandbrief aan Van Ardenne waarin ze een klemmend beroep doen 'om de goede naam die IS in de loop der jaren heeft opgebouwd intact te laten'.

In reacties die OneWorld op het verhaal op deze website kregen, werden woorden gebezigd als 'persvrijheid' en 'bekrompenheid van het normen-en-waarden-kabinet'. En tot slot vonden GroenLinks en de PvdA het nodig heuse Kamervragen te stellen: wilde de minister alleen positieve verhalen van jaknikkers? Wilde zij een vorm van zelfcensuur instellen? Waarom greep de minister in 'in de redactionele vrijheid'?

Eindverantwoordelijke

Uit dit alles blijkt in ieder geval een ding: er is grote waardering voor de huidige formule van het blad. Maar voor de rest kookt de melk behoorlijk over. De ingreep van de minister is op zich namelijk helemaal niet vreemd. IS is een voorlichtingsblad van het ministerie, de eindverantwoordelijke is de minister van Ontwikkelingssamenwerking die er bijna één miljoen euro per jaar instopt: ze mag dus wat te eisen hebben. Zoals Herfkens meer discussie wilde (geen protesten destijds!), zo verordonneert Van Ardenne haar wens. Zou dan plots de persvrijheid in het geding zijn?

Geen redactiestatuut

Probleem zit hem vooral in de onduidelijkheid van het blad. Die komt voort uit het feit dat het (tot nu toe) geen redactiestatuut kent waarin staat waarvoor en voor wie het blad wordt gemaakt, wat de rol van de redactie is, hoe onafhankelijk en journalistiek die mag zijn etc. IS wordt ervaren als een onafhankelijk journalistiek blad (dat blijkt ook uit de Kamervragen van de PvdA), terwijl het in essentie een blad is dat voorlicht over het bedrijf en het werk van dat bedrijf.

De lezer weet ook dat het van de overheid komt, ook al heeft het voorlichtingsblad van Ontwikkelingssamenwerking meer redactionele vrijheid dan de organen van andere ministeries.

Mooi-weer-praatjes

ardenne, agnes van CDA

Toch moet Van Ardenne zich de vraag stellen of het ook verstandig is de koers fors te veranderen. Want heeft IS niet ook de taak een groter Nederlands publiek te informeren over vraagstukken en processen van ontwikkeling om zo het draagvlak voor ontwikkelingssamenwerking te versterken en mensen gevoelig te maken voor wat er elders speelt? Ze zal ook wel weten dat de 124.000 abonnees niet zitten te wachten op mooi-weer-praatjes. Want dan zijn het er zo weer 25.000.

Dan is het een beter idee om IS in zijn huidige vorm buiten het ministerie te plaatsen, met een écht onafhankelijke redactie. Het ministerie van Vrom heeft dat zo'n tien jaar geleden gedaan met het ROM-magazine, Novib deed dat begin jaren tachtig met het maandblad onzeWereld: dat leverden interessante bladen op.

Inschattingsfout

Wat uit de heisa wel geconcludeerd kan worden, is dat de minister een inschattingsfout heeft gemaakt. Zij heeft niet bevroed hoezeer het enige grote blad over ontwikkelingssamenwerking wordt gewaardeerd. Ook het wegsturen van de hoofdredacteur en het congé dat - op last van de voorlichtingsafdeling - de freelancer (en voormalig eindredacteur) van het gewraakte interview heeft gekregen, stuit op onbegrip. Onder journalisten doen nu zelfs oproepen de ronde het blad 'in de ban te doen'. Had de minister meer geduld betracht en meer uitleg gegeven over haar ideeën met IS, dan was dat opgepikt en doorgevoerd. Elke bewindspersoon legt tenslotte zijn of haar accenten. Nu lijkt de uitval als een boemerang bij de minister terug te keren, en moet zij zich verdedigen voor een besluit waar ze het volste recht toe heeft.

Reacties