Heeft de particuliere ontwikkelingssamenwerking een eigen brancheorganisatie nodig?

01-01-2004
Door: Tekst: Hannah Piek


De rest van de meer dan 144 particuliere ontwikkelingsorganisaties is niet georganiseerd, en is daarom niet meebepalend en medeverantwoordelijk in de vorming van een belangenorganisatie die net zoals het GOM traditioneel het overheidsbeleid kan beïnvloeden. Die ook mede vorm kan geven aan de invulling van een broodnodige branche organisatie, ter verhoging van eigen ontwikkeling, expertise en professionaliteit. Deze restgroep  van ontwikkelingsorganisaties (die zeker het aantal van een paar honderd overstijgen als we de markt goed verkennen) hebben het tot nu toe moeten doen met restgelden van de begroting van ontwikkelingssamenwerking. Op initiatief uit de hoek van de MFOs is sinds mei 2003 een nieuw georganiseerd overleg in de maak met de naam PartOS. Hierin zouden mijns inziens alle ontwikkelingsorganisaties aan dienen deel te nemen ongeacht omvang in omzet en overhead, ongeacht de sector of type organisatie. Er zijn nog meer redenen aan te voeren om te komen tot een brancheorganisatie; een aantal daarvan kunnen worden omgevormd tot taken.

Een volwaardige brancheorganisatie heeft mijns inziens vier omvangrijke en permanente taken:

A) identiteitsaanscherping via samenwerking en uitwisseling van informatie = betere concurrentie;

B) ontwikkelen en beheren van een goed en actueel relatiebeheerssysteem = basis voor derde taak;

C) het ontwikkelen van op maat gemaakte producten en diensten, bijvoorbeeld op het gebied van capaciteitsopbouw per sector en type organisatie = ook basis voor vierde taak;

D) belangenbehartiging van zowel de werkgevers als ook de werknemers in deze sector.

De financiële omvang van deze nieuwe brancheorganisatie is hiermee meteen geschetst. Maar of het zo zinvol is een nieuwe organisatie op te richten - met alle financiële en inhoudelijke gevolgen - is de vraag.

Tot nu toe is een organisatie buiten beschouwing gebleven: de Vereniging PSO (Personele Samenwerking Ontwikkelingsorganisaties), die al bijna net zo oud is als het GOM. PSO heeft ruim dertig  Nederlandse ontwikkelings- en hulporganisaties als lid en financiert zelf ook projecten in ontwikkelingslanden. Zij is de enige organisatie in Nederland die ervaring en expertise heeft in alle vier nauw met elkaar verbonden (clusters van) taken die hierboven zijn genoemd. PSO zou daarom makkelijk tot een brancheorganisatie "Programma Samenwerkende Ontwikkelingsorganisaties" kunnen worden omgevormd; zij heeft zich daartoe in haar strategie- en beleidsnota's al gecommitteerd. De vraag is nu waarom een nieuwe organisatie opgericht moet worden en waarom juist het georganiseerde deel van de particuliere ontwikkelingsorganisaties hiertoe het initiatief genomen hebben.

Misschien is een vereniging niet de juiste basis voor een brancheorganisatie en is een stichting een betere vorm van organisatie voor een marktgerichte partij. In werkwijze en snelheid maakt dat veel uit. En als het GOM in de vorm van een klein eenvoudig secretariaat - waarbij taken vooral worden gedelegeerd naar derden - niet kan worden omgevormd tot een volwaardige en dynamische brancheorganisatie en het PSO niet tot een stichting, dan is misschien PartOS wel de aangewezen organisatie om uit te groeien tot zo een brancheorganisatie.

In dat geval zou het goed zijn om het GOM op te heffen en de doelstelling en taken over te hevelen naar de brancheorganisatie. Ervaring hierin opgedaan kan zeer nuttig zijn voor het gehele terrein van de Nederlandse hulporganisaties. De overige particuliere organisaties zijn zeker nog niet zover in termen van good governance en beheer. Het werken aan doorzichtige en betere bestuurs- en beheersstructuren kan niet alleen aan MFOs voorbehouden zijn of hun opgelegd worden, of aan de ontvangers van hulpgelden in ontwikkelings- of transitielanden. Er is hier een wereld te winnen.

Dit is een samenvatting. Het volledige artikel valt te lezen op

http://www.risq.org/article217.html en www.partos.nl

Hannah Piek is zelfstandig consultant



Reacties