HDR: ‘Gebruik bestaande handelsregels voor goedkopere medicijnen’

10-07-2001
Door: OneWorld Redactie
Bron: OneWorld

De VN stellen dat arme landen in confrontaties met de farmaceutische bedrijven juridisch sterker staan dan ze denken. De industrielanden zelf hebben heel wat ervaring in het omzeilen van de patentregels op geneesmiddelen. Dat voorbeeld zouden arme landen moeten volgen.

De VN roepen de arme landen op om dwanglicenties voor de invoer van patentvrije geneesmiddelen mogelijk te maken via een aanpassing van hun nationale wetgeving. Volgens het HDR is het mogelijk ‘om patenten te gebruiken zonder toestemming van de patenthouder in ruil voor een redelijk aandeel op de verkoop’. De patentrechten worden in de internationale handel geregeld door het Trips-akkoord van de Wereldhandelsorganisatie (WHO). Dat verdrag stelt dat ook op medicijnen patentrechten moeten worden betaald. Het bevat echter een aantal uitzonderingsregels waarop arme landen zich kunnen beroepen als ze in de problemen komen.

Regeringen hebben het recht een ‘parallelle import’ te organiseren - ze kunnen op eigen houtje geneesmiddelen aankopen in landen waar de prijzen lager liggen. In noodgevallen mogen ze ook dwanglicenties verlenen voor het verdelen van de nodige geneesmiddelen - zelfs zonder de toestemming van de patenthouder.

Over die twee uitzonderingen bestond tot voor kort nog heel wat onduidelijkheid. ‘Er bestaat een populair misverstand dat dwanglicenties in strijd zijn met de regels van de WHO,’ zegt Kate Raworth, een van de auteurs van het rapport. ‘Dat is niet zo. De Trips laten landen toe om zich onder bepaalde voorwaarden en door middel van hun nationale wetgeving te beschermen tegen patentrechten.’

De onderzoekers van de VN doken in de archieven en 'ontdekten' dat dwanglicenties al gebruikt worden sinds de introductie van de patentrechten in Groot-Brittannië in 1883. Onder meer Australië, Engeland, Canada, Duitsland, Italië, Nieuw-Zeeland en de Verenigde Staten hebben er hun voordeel mee gedaan.

Niet één dwanglicentie verleend voor Zuiden
‘Tot zijn toetreding tot de Noord-Amerikaanse Vrijhandelszone (Nafta) in 1992, heeft Canada routineus dwanglicenties verleend aan farmaceutische bedrijven die het mogelijk maakten om (slechts) 4 procent op de netto verkoop te betalen. Tussen 1969 en 1992 werden voor 613 geïmporteerde geneesmiddelen dwanglicenties toegestaan.’

De Canadese bevolking bespaarde volgens schattingen van de VN in de periode 1991-1992 170 miljoen dollar op hun uitgaven in de apotheek.

Sinds de Trips werden er ook in Groot-Brittannië, Canada, Japan en de VS honderden dwanglicenties toegekend, vaak ‘als anti-trust maatregelen tegen concurrentievermindering en te hoge prijzen’.

Aan de andere kant van de wereld gelden dezelfde regels, maar de praktijk ziet het er helemaal anders uit. ‘Ten zuiden van de evenaar werd niet één dwanglicentie verleend,’ stelt het rapport. De reden? ‘Door de druk van Europa en de VS vrezen ontwikkelingslanden dat ze buitenlandse investeerders verliezen als ze dwanglicenties toekennen of hun wetgeving ervoor aanpassen.’

De landen worden ook afgeschrikt door ‘ellenlange procedureslagen met de farmaceutische bedrijven.’

Twee recente ontwikkelingen bevestigen alvast de stelling van het rapport. Vorige maand slikte de Amerikaanse regering haar klacht in bij de WHO tegen Brazilië, dat al jaren de patentrechten op aids-remmers omzeilt.

In april trokken farmaconcerns een klacht in tegen de Zuid-Afrikaanse regering. Dat land kan nu ongestoord de parallelimport van goedkope aids- remmers uit het buitenland organiseren. Voor miljoenen aids- en HIV-patiënten in Afrika en Latijns Amerika betekent dat het verschil tussen leven en dood.

Zie ook artikel: 'VN: Nieuwe technologie sleutel tot ontwikkeling'
Zie ook: 'HDR: enkele cijfers op een rijtje'
Zie ook: 'HDR: enkele cijfers op een rijtje'
Zie ook: 'HDR: enkele cijfers op een rijtje'

Reacties