OneWorld presenteert:

Voordat je verder leest:

Onafhankelijke journalistiek voor een eerlijke en duurzame wereld kost tijd en geld. Als Vriend van OneWorld steun je voor € 6 per maand onze missie, lees je dagelijks bijzondere verhalen, ontvang je ons magazine en meer!

Ja, ik word Vriend Ik lees eerst verder

Afgelopen zondag spraken Ine Vanwesenbeeck, hoogleraar Seksuele ontwikkeling aan de Universiteit Utrecht, en CDA-Kamerlid Anne Kuik in het tv-programma Buitenhof over ‘misstanden in de prostitutie’. Aanleiding was een burgerinitiatief van de christelijk georiënteerde jongerenorganisatie Exxpose, dat oproept tot het strafbaar stellen van prostitutie.

Kuik wil opkomen voor ‘kwetsbare vrouwen in de prostitutie’, stelde ze. Zij stelt daartoe het Zweedse model voor; prostitutiebeleid dat klanten en zakelijk partners van sekswerkers criminaliseert. Tegenover haar zat hoogleraar Vanwesenbeeck, tegenstander van het Zweedse model. Zij maakte duidelijk zich niet te kunnen vinden in het ‘grimmige beeld’ dat wordt geschetst van prostitutie.

Pijnlijke impasse

Het gesprek was exemplarisch voor het publieke debat over prostitutie. Keer op keer komen dezelfde vragen daarin terug. Zijn prostituees nu happy hookers zonder zorgen of juist slachtoffers zonder stem? Moeten we sekswerk normaliseren of verbieden?

Voor sekswerkers zoals ikzelf is deze impasse pijnlijk. We maken namelijk inderdaad uitbuiting en geweld mee. En zoals Anne Kuik terecht opmerkte: ‘als er zoveel misstanden zijn, moeten we daar iets aan doen’.

Er is bewijs dat criminalisering leidt tot meer geweld en uitbuiting van sekswerkers

Een verbod op prostitutie lost deze problemen echter niet op. Sterker nog, er is inmiddels ruimschoots bewijs dat criminalisering leidt tot meer geweld en uitbuiting van sekswerkers. Dat geldt ook voor het model dat Kuik voorstelt in te stellen. Repressief beleid ‘bevordert de misstanden die [Kuik] zegt te bestrijden’, stelde Vanwesenbeeck terecht.

Welke oplossingen werken dan wel? Publieke discussies suggereren vaak dat we dit niet weten, maar er zijn wel degelijk antwoorden. De volgende vier stappen kunnen slachtoffers van uitbuiting en geweld of zelfs mensenhandel echt helpen.

1. Volledige decriminalisering van sekswerk

Sekswerkers hebben gelijke behandeling voor de wet nodig. Op dit moment hebben sekswerkers in Nederland namelijk niet dezelfde rechten als andere werkende mensen. Prostituees hebben geen toegang tot arbeidsrecht: dat betekent dat wettelijke beschermingen voor arbeiders niet gelden voor prostituees. Bovendien is het vaak onmogelijk om als zelfstandig ondernemer te werken. Dat is vreemd. De arbeidersbeweging in Nederland heeft niet voor niets gestreden voor arbeidsrecht. Juist gemarginaliseerde groepen hebben deze wettelijke beschermingen rond werk hard nodig.

Sekswerkers zetten zich al lang in voor volledige decriminalisering van sekswerk ter bescherming tegen geweld en uitbuiting. Recente voorbeelden zijn Survivors Against Sesta uit de Verenigde Staten en de Make All Women Safe-campagne in het VK. Het is belangrijk te erkennen dat de sekswerker-activisten die zich inzetten voor gelijke rechten júist de mensen zijn die vaker geweld en uitbuiting meemaken.

In Nederland worden de rechten van sekswerkers met name ingeperkt via gemeentelijk beleid. Dat betekent dat gemeentes sekswerk ook lokaal kunnen decriminaliseren; door simpelweg toe te staan dat prostituees hun werk mogen doen zonder onhaalbare randvoorwaarden op te leggen.

2. Sekswerkers inzetten tegen misstanden

Geef sekswerkers zelf de leiding in de strijd tegen de misstanden die zij meemaken. Prostituees worden vaak gezien als slachtoffers zonder stem óf als ‘happy hookers’ die nooit misstanden meemaken. Maar deze tegenstelling is een mythe. Sekswerkersgemeenschappen bestaan uit mensen met uiteenlopende achtergronden. Wat gebeurt er als we deze gemeenschappen zien als voorvechters van veilig werk, en tegen misstanden?

Steeds meer onderzoek ondersteunt wat sekswerkers zelf al weten: zij kunnen het beste zelf hun collega’s steunen die misbruik en uitbuiting meemaken. Zij weten dit omdat ze het al doen. Verschillende sekswerkerinitiatieven richten zich op uiteenlopende strategieën, van financiële steun aan collega’s en het uitwisselen van informatie over gewelddadige klanten tot het vergroten van toegang tot juridische steun en gezondheidsklinieken voor migranten zonder papieren en LHBTQIA+-collega’s.

Het Indiase sekswerkerscollectief DMSC zet zich actief in tegen mensenhandel in hun regio, door te bouwen aan lokale netwerken die op elkaar letten en elkaar helpen bij gewelddadige situaties. Ook helpen ze minderjarigen en vrouwen die geen sekswerk (meer) willen doen. Soms bemiddelen ze met politie en maatschappelijk werk om te verzekeren dat sekswerkers goede, stigmavrije hulp krijgen. Hun werkwijze is opgezet door mensen die zelf mensenhandel hebben meegemaakt. Tachtig procent van de mensen die stopten met sekswerk in de betreffende regio werd geholpen door DMSC.

Hoe kunnen we ook in Nederland de kracht van sekswerkersgemeenschappen beter benutten? Een eerste stap is door sekswerkersorganisaties als PROUD te steunen. En hen dan niet weg te zetten als ‘dekmantel voor misstanden’, zoals Anne Kuik claimt.

Een manier om sekswerkersnetwerken verder in te zetten tegen misstanden is door gemeentes en de GGD de Sex Worker Implementation Tool (SWIT) te laten implementeren. De SWIT is een praktisch programma van de Wereldgezondheidsorganisatie om sekswerkers veilig en gezond te houden. Het uitgangspunt: zet sekswerkers aan het roer van laagdrempelige gezondheidsorganisaties. Soa Aids Nederland heeft de SWIT inmiddels vertaald naar het Nederlands.

3. Helder zijn over mensenhandel

Er moet een duidelijke definitie van mensenhandel gebruikt worden. Door de verwarring die is ontstaan over dit juridische begrip blijven veel slachtoffers van mensenhandel van goede hulp verstoken en wordt mensenhandelwetgeving gebruikt tégen sekswerkers. Pas wanneer we een duidelijk onderscheid maken tussen mensenhandel en sekswerk, kunnen we daadwerkelijke slachtoffers van uitbuiting en geweld helpen.

Mensenhandel is, in de kern, het vervoeren en uitbuiten van arbeidsmigranten. Het begrip is in 2003 opgenomen in het internationaal recht ter bescherming van mensen met een slechte rechtspositie die (daardoor) een hoog risico lopen op uitbuiting. La Strada, het Europese netwerk van anti-mensenhandelorganisaties, geeft aan dat mensenhandel vaak samenhangt met repressief immigratiebeleid.

De verwarring over mensenhandel heeft verregaande gevolgen voor sekswerkers

Mensenhandelaren maken daar gebruik van door mensen te ‘helpen’ in ruil voor hoge geldbedragen, en arbeidsmigranten deze ‘schuld’ vervolgens laten terugbetalen met hoge rente. Er is echter weinig aandacht voor deze heftige arbeidsuitbuiting. Het stereotype beeld van mensenhandel in de media en de politiek is dat van ‘jonge, misschien naïeve vrouw die de prostitutie in wordt gedwongen‘. Veel slachtoffers van mensenhandel, ook wanneer het sekswerkers betreft, passen echter niet in dit stereotype plaatje. Daardoor krijgen veel slachtoffers geen goede, passende hulp. Zij worden volgens La Strada nog te vaak gezien als ‘ongewenste economische migranten die je direct moet deporteren’.

De verwarring over mensenhandel heeft verregaande gevolgen voor sekswerkers. Mensenhandel en sekswerk worden zo erg door elkaar gehaald dat mensenhandelwetgeving soms wordt gebruikt tegen de partners en collega’s van sekswerkers terwijl er geen sprake is van uitbuiting.

Juridisch maandblad Ars Aequi analyseerde dit, en schrijft dat de sociale omgeving van zelfstandig werkende prostituees door de mensenhandelwet per definitie strafbaar wordt. Partners en collega’s worden dan gezien als ‘souteneur’, ofwel pooier. ‘De strafbaarheid van seksuele uitbuiting valt namelijk niet weg in geval van instemming van de prostituee. (…) ook wanneer de prostituee zelf geen uitbuiting ervaart, [kan] de souteneur toch strafbaar kan zijn.’

Ars Aequi concludeert dat mensenhandelwetgeving zo wordt ingezet om ‘de goede zeden’ te beschermen in plaats van slachtoffers van arbeidsuitbuiting. Sekswerk is geen mensenhandel. Daarom hebben we duidelijke regelgeving nodig die slachtoffers van mensenhandel beschermt in alle sectoren.

4. Sekswerkers de-stigmatiseren

Een stigma op sekswerkers betekent dat mensen hen zien als onwenselijk, als vies. Sekswerkersorganisatie Empower Thailand zegt hierover op haar website:

‘Wat als de maatschappij over ons zou denken, niet als criminelen, immorele vrouwen, of hulpeloze slachtoffers, maar als mensen, moeders, arbeiders, family providers? Welke wetten en systemen zouden we dan kunnen bedenken? Terwijl wij, over de hele wereld, wachten op een antwoord, vragen mensen zich nog altijd af: prostitutie… Goed of slecht?’

Een van de bekendste leuzen van de sekswerkersbeweging is stigma kills. Niemand weet dat beter dan sekswerkers. Daarom is de belangrijkste oplossing voor de ‘misstanden’ die sekswerkers meemaken: verwelkom hen in bestaande gemeenschappen en sociale bewegingen. Deze boodschap kan worden samengevat in de woorden van sekswerker Laura: ‘Ik droom van de dag dat de overheid een ‘sekswerk is oké’-campagne voert.’

27384488480_57d54c4fb4_b2

Stop de verheerlijking van het Zweedse anti-prostitutiemodel

Sekswerker Hella Dee pleit voor de decriminalisering van haar beroep.

sex-workers-opera-premiere6

Sekswerkers: “We willen rechten, geen redding”

Sekswerkers slachtoffers? The Sex Worker’s Opera vertelt een ander verhaal.

Voor het maken van verhalen hebben we jouw steun nodig.

Ja, ik word vriend (€6 per maand)
670

Hella Dee

Hella Dee is een sekswerker en lid van PROUD, de Nederlandse belangenvereniging voor en door sekswerkers. Ze publiceert onder een …
Profielpagina