OneWorld presenteert:

Voordat je verder leest:

Onafhankelijke journalistiek voor een eerlijke en duurzame wereld kost tijd en geld. Als Vriend van OneWorld steun je voor € 4 per maand onze missie, lees je dagelijks bijzondere verhalen, ontvang je ons magazine en meer!

Ja, ik word Vriend Ik lees eerst verder

In 2003 stonden de vrouwen uit het dorp Budrus op de Westelijke Jordaanoever vooraan tijdens protesten tegen de bouw van de Israëlische ‘veiligheidsmuur’ op hun land. Anno 2018 protesteren de dorpelingen nog steeds – maar nu bewegen de vrouwen zich in de schaduwen van het verzet tegen de Israëlische bezetting. Dit komt onder meer omdat seksuele intimidatie door Israëlische soldaten hun positie in een eercultuur bedreigt.

Seksuele intimidatie door Israëlische soldaten bedreigt de positie van Palestijnse vrouwen in de eercultuur

Het is midden in de nacht, halverwege april dit jaar, als de familie van Manal* uit bed wordt gelicht door het Israëlische leger. Alle familieleden wordt opgedragen buiten in een rij te gaan staan. Manals oudste zoon, 16 jaar oud, wordt gearresteerd om – nog altijd – onduidelijke redenen. De vrouwen uit de familie zijn twee dagen later nog zichtbaar aangedaan. Manals nicht Rana vertelt hoe alleen de vrouwen werden gefouilleerd in hun pyjama’s, terwijl de mannen en jongens moesten toekijken. Er klinkt een kortstondige vlaag van woede in haar stem voordat ze stil valt en naar het tapijt staart. Haar tante Nahla vult aan: “Het is niets anders dan intimidatie, een uiting van macht, een herinnering dat je als Palestijn geen kant op kunt.”

De Muur-opstand

Van maart tot mei 2018 verbleef ik op de Westelijke Jordaanoever in het kader van mijn masteronderzoek naar verschillende vormen van verzet onder vrouwen in het dorp Budrus. Budrus ligt zo’n twintig kilometer ten noordwesten van de Palestijnse hoofdstad Ramallah en telt circa 1.500 inwoners.

Het grondgebied is verdeeld via het A-B-C-systeem dat werd vastgelegd in de Oslo II-akkoorden in 1995. Ongeveer 11,2 procent van Budrus valt onder Gebied B, wat inhoudt dat de Palestijnse Autoriteit (PA) burgerlijke zaken regelt, maar Israël het veiligheidstoezicht heeft. Het overgrote deel van het dorp, 88.8 procent, valt echter onder Gebied C, waar Israël volledig militair en civiel gezag uitoefent.

In 2003 verwierf het dorp faam met grootschalige protesten tegen de bouw van de Israëlische afscheidingsmuur, een periode waar inwoners naar verwijzen als Intifada Al-Jiddar, of ‘de Muur-opstand’. De documentaire Budrus (2009) volgt lokale gemeenschapsleider Ayed Morrar in zijn poging om vreedzame protesten te organiseren.

Morrar boekt aanvankelijk weinig succes met zijn demonstraties, totdat zijn 15-jarige dochter Iltizam hem overhaalt om vrouwen mee te laten protesteren. Iltizam mobiliseert de vrouwen uit het dorp en al snel komen de demonstraties in een stroomversnelling. Vanuit de hele wereld, inclusief Israël, komen mensen naar het dorp toe om mee te demonstreren. Na 55 protesten hebben de dorpelingen en hun medestanders succes: de Israëlische overheid besluit de muur een stuk op te schuiven, waardoor het grootste gedeelte van Budrus’ land en olijfbomen worden gered.

Protesten anno 2018

Vandaag de dag verzet Budrus zich nog altijd tegen de Israëlische bezetting. In februari 2018 begonnen er wederom wekelijkse demonstraties om te protesteren tegen de Amerikaanse erkenning van Jeruzalem als Israëlische hoofdstad. Uit observaties en interviews met twintig vrouwen blijkt echter dat de vrouwen uit het dorp veel minder zichtbaar zijn gedurende deze protesten dan zij tijdens de ‘Muur-intifada’ waren.

De protesten zijn een wekelijkse routine geworden: na het vrijdagse middaggebed vertrekt een groep mannen en jongens – variërend van zo’n vijftig tot tweehonderd man – naar de afscheidingsmuur, of om precies te zijn: het zwaar bewaakte hekwerk dat de grens tussen Israël en de Westelijke Jordaanoever markeert. Daar staan doorgaans meerdere Israëlische tanks en soldaten de menigte op te wachten.

Wat volgt is een twee tot drie uur durend kat-en-muis-spel: de mannen scanderen leuzen, de jongens gooien met stenen. Beiden worden beantwoord met traangasbommen en rubber-gelaagde kogels. Er zijn weinig vrouwen die deze protesten bijwonen. Dit betekent echter niet dat de vrouwen uit het dorp niet betrokken zijn bij deze wekelijkse gebeurtenis: ze staan op de daken om te kijken waar soldaten zich verstoppen, houden het nieuws en sociale media in de gaten, letten op de kinderen, zetten hun deuren open voor gewonden en delen citroenen en water uit om de klachten van traangas te verminderen.

De kans op seksuele intimidatie en daarmee eerverlies voor vrouwen is te groot gedurende protesten

Als ik vrouwen vroeg waarom zij niet meeliepen in de protesten, kreeg ik als antwoord dat demonstraties ‘geen plek’ voor vrouwen zijn. De weinige vrouwen die wel meeliepen in de demonstraties, werden gezien als afwijkend.

Dit antwoord weerspiegelt de sociale realiteit in Budrus: het is een zeer conservatief islamitisch dorp waar genderrollen het sociale leven bepalen. In het dorp heerst een sterke sociale controle en een eercultuur waarbij de maagdelijkheid of vroomheid van de vrouw de eer van de rest van de familie vertegenwoordigt. Deze eer kan gemakkelijk worden beschadigd tijdens fysiek contact gedurende de protesten. De mannen zouden zich te druk maken om hun vrouwelijke familieleden als die mee zouden demonstreren. De protesten worden via Facebook dan ook verspreid als ‘men only’-protesten.

Uit gesprekken met vrouwen in Budrus blijkt dat zij zich spiegelen aan traditionele rollen: zij vinden dat zij voor het huishouden en de kinderen horen te zorgen en dat politiek iets is voor mannen. Maar in 2003 was Budrus óók een conservatief dorp – en toch klommen vrouwen toen wel op de barricaden.

Ook vandaag de dag zijn er wel degelijk situaties waarin de vrouwen uit Budrus zich zichtbaar en fysiek verzetten. Wanneer er bijvoorbeeld een man of jongen gearresteerd wordt, springen de vrouwen uit de familie tussen soldaten en hun mannelijke familielid. Wanneer een huis op het punt staat te worden verwoest, vormen de vrouwen met hun lichamen een barricade om de bulldozers tegen te houden. Er moet dus een bepaalde noodzaak zijn om seksuele intimidatie te riskeren. Zolang deze noodzaak er niet is, houden de vrouwen uit het dorp hun traditionele genderrollen aan en vermijden zij directe confrontatie met Israëlische soldaten om hun eer te beschermen.

Dreiging van intimidatie

Het taboe op seksuele intimidatie maakt het een zeer lastig te onderzoeken onderwerp in het Israëlisch-Palestijnse conflict. Er wordt niet over gesproken, volgens mijn participanten ook niet tussen vrouwen onderling. Wel zijn er aanwijzingen dat de dreiging van seksuele intimidatie ook in andere casussen een belangrijke rol speelt in hoe Palestijnse vrouwen zich verzetten tegen de Israëlische bezetting.

Nadera Shalhoub-Kevorkian is universitair docent aan de Hebreeuwse Universiteit in Jeruzalem. In 1993 beschreef ze hoe jonge meisjes tijdens de Eerste Intifada, de eerste grootschalige Palestijnse opstand (1987-1993) tegen de Israëlische bezetting, bang waren voor ‘iskat’, ofwel aangerand of verkracht worden door Israëlische soldaten, die uit zouden zijn op informatie over familieleden of vrienden.

Shalhoub-Kevorkian schrijft hoe de dreiging van potentieel seksuele intimidatie of geweld in een eercultuur net zo destructief is als de daadwerkelijke ervaring. De potentie van seksueel geweld door Israëlische soldaten heeft dus de kwetsbaarheid van vrouwen in het Palestijnse verzet vergroot en beperkt daarmee hun politieke invloed. Het mes snijdt aan twee kanten: ook in de Palestijnse samenleving hoeft een verkrachting of aanranding niet daadwerkelijk gebeurd te zijn. De roddel (kalam al-nas) alleen al is genoeg om de eer van de familie aan te tasten.

De dreiging van seksuele intimidatie of geweld is in een eercultuur net zo destructief als de daadwerkelijke ervaring

Uit een recenter onderzoek van het Israëlische Knesset Research and Information Center in 2016 blijkt dat 71 procent van de Palestijnse vrouwen een dreiging voor seksueel geweld ervaart. Ook zei 74 procent zich zorgen te maken over haar veiligheid in aanwezigheid van statelijke machten.

Daarnaast kan de vraag gesteld worden in hoeverre seksuele intimidatie in Israëlische gevangenissen vrouwen beïnvloedt in hun keuze om zich onzichtbaar te verzetten. In 2017 meldde de speciale Verenigde Naties-rapporteur over gender-gerelateerd geweld dat geweld, beledigingen, dreigingen, seksueel geweld en ingrijpende lichaamsonderzoeken dagelijkse praktijken waren voor Palestijnse vrouwen in Israëlische hechtenis. Onlangs verklaarde Ahed Tamimi, een 17-jarig meisje uit het dorp Nabi Saleh, dat werd gearresteerd nadat zij een Israëlische soldaat in het gezicht had geslagen, dat ook zij te maken kreeg met seksuele intimidatie tijdens haar verhoor.

Foto-OneWorld-3
Budrus. Beeld door: Laurie Treffers

Schaakmat

De terugkerende patronen van seksuele intimidatie roepen de vraag op of seksuele intimidatie een bewuste en systematische tactiek is in Israëls bezettingspolitiek. Meer onderzoek, ondanks alle moeilijkheden die dit met zich meebrengt door de heersende schaamtecultuur in de Palestijnse samenleving, is broodnodig.

In het geval van Budrus kan geconcludeerd worden dat terwijl de vrouwen uit het dorp in 2003 vooraan liepen in de demonstraties tegen de Israëlische afscheidingsmuur, zij zich vandaag de dag beperken tot marginale rollen die voornamelijk het verzet van mannen ondersteunen. Mede hierdoor blijft het politieke domein een mannelijk domein waarin vrouwen schaakmat staan tussen militaire bezetting en de patriarchale samenleving.

Voor het maken van verhalen hebben we jouw steun nodig.

Ja, ik word vriend (€4 per maand)
IMG_0318

Laurie Treffers

Laurie Treffers is freelance journalist en conflict analist (MA Conflict Studies & Human Rights). Ze richt zich voornamelijk op …
Profielpagina