OneWorld presenteert:

Voordat je verder leest:

Onafhankelijke journalistiek voor een eerlijke en duurzame wereld kost tijd en geld. Als Vriend van OneWorld steun je voor € 6 per maand onze missie, lees je dagelijks bijzondere verhalen, ontvang je ons magazine en meer!

Ja, ik word Vriend Ik lees eerst verder

Homo’s die zich afzetten tegen Pride, tegen ‘verwijfdheid’ of extravagantie, lijden aan ‘geïnternaliseerde homofobie’: zo klinkt vaak de redenatie. Zij zouden externe homofobie omzetten in zelfhaat en daardoor alles wat niet-hetero is proberen te weren.

Dit zullen veel homo’s op hun weg naar zelfacceptatie wel herkennen. Geregeld hoor je gays die net uit de kast komen, vertellen dat ze ‘niet zullen veranderen’ en ‘niet zijn zoals die relnichten op zo’n bootje’. Maar bij het gebruik van het begrip geïnternaliseerde homofobie wordt de focus op en de schuld bij de homo zélf gelegd. Dat is kwalijk. Het reduceert homofobie tot een individuele aangelegenheid in plaats van de structurele ongelijkheid die het is.

Omgeving geruststellen

Er wordt hierbij niet gekeken naar de omgeving die homoseksuele mensen met deze opmerkingen gerust probeert te stellen. De omgeving wordt met deze woorden behaagd: ‘geen zorgen, ik ben een ‘gewone’ homo, van mij hoeven jullie niets geks te verwachten’.

‘Uit de kast komen’ kent connotaties als de waarheid zeggen, zelfacceptatie en een last die van je schouders valt. Maar wat iemand met uit de kast komen óók doet, is de heteronormatieve verwachtingen van de omgeving kapotmaken: er komen geen kleinkinderen, veiligheid op straat komt in het geding en er dreigt een belofte tot uitsluiting. De vanzelfsprekendheid van hetero-zijn valt weg, en daarmee ook de daaraan verbonden privileges. Beloven een ‘gewone homo’ te zijn, maakt de klap voor de omgeving wat minder hard.

Het klinkt misschien paradoxaal, maar heteronormativiteit (een machtsstructuur die heteroseksualiteit als enige normale seksuele voorkeur centraal stelt) vindt homoseksualiteit als concept geweldig. Heteronormativiteit heeft homoseksualiteit nódig om zijn eigen normaliteit te bevestigen. De uitzondering bevestigt de regel. Het creëert twee afgebakende categorieën van wij versus zij; van normaal versus abnormaal.

Alles wat niet in het hokje ‘hetero’ past kan nu afgescheept worden als ‘anders’ en heeft niets meer met de heteronormatieve ‘wij’ te maken. Zo is homoseksualiteit netjes ingekapseld binnen heteronormativiteit en heeft het uit de kast komen vooral de functie van onderscheid maken. Het is een uitgesproken verklaring van het anders zijnHandig.

Op die manier ‘bedreigt’ homoseksualiteit heteroseksualiteit geenszins en is het ook geen probleem om homoseksualiteit in Nederland te tolereren. Tot op zekere hoogte weliswaar.

mahrael-boutros-723821-unsplash1

Niet-hetero jongeren mogen er zijn, als ze maar ‘normaal’ doen

Tolerantie van LHB-jongeren bestaat in Nederland onder bepaalde voorwaarden.

Normaal doen

Heteronormativiteit stelt namelijk wel één belangrijke voorwaarde aan homoseksualiteit: het mag bestaan maar niet (té) aanwezig zijn. Een onmogelijke positie waarin de homo alleen getolereerd wordt door zichzelf weg te cijferen en vooral als ‘normaal’ (ergo: hetero) over te komen. Op abstract niveau wordt homoseksualiteit zogezegd geaccepteerd, maar zodra we ermee geconfronteerd worden hebben we er wel degelijk moeite mee.

Voor witte homoseksuele mannen is dit nog niet zo’n groot probleem. Zij genieten nog steeds de privileges van witheid en van man-zijn. Alles wat die positie bedreigt (zoals iemand die als ‘abnormaal’ queer persoon aanwezig is) wordt weggewuifd als aanstellerij of gezeur. Ook de stropop van het bestaan van andere ‘écht homofobe landen’ wordt veelvuldig gebruikt.

Jezelf als homoman werkelijk los zien van heteronormativiteit is een ongebaand en risicovol pad. Je moet je aanwezigheid als buitenstaander bevechten zonder garantie van ondersteuning. Daarom kiezen velen (bewust of onbewust) liever voor de veiligheid van een bestaand concept: de ‘gewone homo’. Iemand aan wie je ‘het’ niet kunt zien. Iemand van wie hetero’s kunnen doen alsof hij ook hetero is en met wie zij dus geen rekening hoeven te houden.

Jezelf als homoman werkelijk los zien van heteronormativiteit is een ongebaand en risicovol pad

Heteronormativiteit ontwijkt zelfkritiek en verschuift, met de idealen van individualisme en maakbaarheid in de hand, het zwaartepunt van de problematiek van machtsstructuren richting het individu. Homofobie, als structurele ongelijkheid, dat de vrijheid en rechten van niet-hetero mensen ontneemt? ‘Nee joh, van die enkele rotte appels moet je je niks aantrekken.’

Uit de kast komen is op die manier alleen een worsteling met jezelf, geen worsteling met een homofobe maatschappij. Op subtiele wijze krijgen homo’s zo de schuld van hun eigen schaamte en pijn in de schoenen geschoven. Terwijl ze leven in een systeem dat hen haat, zegt dat systeem: ‘welk systeem? Het is een individueel probleem, jouw probleem. Jij haat jezelf’.

Protestloos feestje

Dit maakt Pride een dubbelzinnig evenement. Een protestloos feestje dat het beeld dat niet-hetero mensen ‘anders’ zijn en dat Nederland een tolerant land is, bevestigt. Maar in werkelijkheid ervaren mensen op Pride queerfobie en wordt kritiek weggemoffeld.

Met Pride en met publiekelijk queer zijn, breken queer mensen met de vooropgestelde voorwaarde van onzichtbaar zijn, van de ‘gewone homo’ zijn. Die radicale aanwezigheid betekent dat de hetero en de ‘gewone homo’ gedwongen worden zich tot deze groep te verhouden. En dus niet ontkomen aan fundamentele vragen stellen over zichzelf, de eigen identiteit en seksualiteit. Juist dat is – als er veel te verliezen valt – heel gevaarlijk. De privilege-beschermingsmodus slaat aan: ‘Zíj moeten normaal doen en ík sta er als hetero of ‘gewone homo’ buiten’.

Maar heteronormativiteit heeft álles met jou te maken, hetero of ‘gewone homo’! Durf het ongemak dat je wellicht voelt tijdens Pride om te zetten in radicale kwetsbaarheid in plaats van distantiëring van anderen of bescherming van je eigen positie. De taak om homofobie te bestrijden ligt namelijk bij ons allemaal.

Voor het maken van verhalen hebben we jouw steun nodig.

Ja, ik word vriend (€6 per maand)
Robin-Rinsma-2-kopie

Robin Rinsma

Robin Rinsma (1993) is afgestudeerd in communicatie en schrijft onder andere over gender, seksualiteit, seksisme en racisme.
Profielpagina