OneWorld presenteert:

Voordat je verder leest:

Onafhankelijke journalistiek voor een eerlijke en duurzame wereld kost tijd en geld. Als Vriend van OneWorld steun je voor € 6 per maand onze missie, lees je dagelijks bijzondere verhalen, ontvang je ons magazine en meer!

Ja, ik word Vriend Ik lees eerst verder

In het debat rond #MeToo wordt vaak benadrukt hoe vreselijk het is om onterecht beschuldigd te worden. Zo schoof bij RTL Late Night onlangs rechtspsycholoog Andre de Zutter aan, die onderzoek deed naar valse aangiftes, naast een onterecht van seksueel misbruik beschuldigde man. Die redactionele keuze, om een onterecht beschuldigd persoon uit te nodigen in plaats van bijvoorbeeld een slachtoffer dat niet geloofd werd, heeft belangrijke gevolgen voor de beeldvorming.

Los van het strafrecht met haar onschuldpresumptie1 staan we in onze persoonlijke levens vaak voor de morele keuze: geloven of niet geloven. De nadruk op vals beschuldigden in dit debat leidt tot meer scepsis en tot het niet geloven van slachtoffers – zelfs bij de politie. Maar hoe vaak komen valse aangiftes nu werkelijk voor, en in welke vorm?

De cijfers

In Nederland is geen grootschalig wetenschappelijk onderzoek gedaan naar valse aangiftes. Volgens docent criminologie aan de Vrije Universiteit Andre de Zutter komt dat vooral doordat het een heel moeizaam proces is om toegang te krijgen tot de data die je als onderzoeker nodig hebt: gegevens van het Openbaar Ministerie, van Justitie en politie. Bovendien is het thema sterk gepolitiseerd.

De meest betrouwbare cijfers komen volgens de Zutter uit de Verenigde Staten, waar ongeveer 5 procent van de aangiftes van seksueel geweld – verzameld van alle politiedepartementen van het land – als vals werden gelabeld. De Zutter: “Er is geen reden om te vermoeden dat de cijfers in Nederland enorm van die uit de VS verschillen.”

Die 5 procent kan op twee manieren worden uitgelegd. Eén interpretatie is: 95 procent van de aangiften is écht, dus valse aangiftes zijn een heel klein probleem: waar hebben we het eigenlijk over? De andere interpretatie: één op de twintig is vals, dat is vijf keer zoveel als bij andere typen misdrijven, dus is het juist een heel groot probleem.

Maar moeten we valse aangiften afzetten tegen het percentage valse aangiften bij andere misdrijven, of tegen het aantal werkelijke slachtoffers van verkrachting dat nooit gerechtigheid ziet? Slechts een klein deel van de slachtoffers doet überhaupt aangifte, en van dat kleine deel wordt in Nederland 80 procent geseponeerd (ofwel: het OM besluit niet te vervolgen) vanwege onvoldoende of geen bewijs voor een strafzaak.

Slechts een klein deel van verkrachtingsslachtoffers doet überhaupt aangifte, en van dat kleine deel wordt in Nederland 80 procent geseponeerd

Politie weet het ook niet

De Nederlandse politie was niet blij met de resultaten van het promotieonderzoek van De Zutter: daaruit blijkt onder meer dat zedenrechercheurs niet beter zijn dan leken in het herkennen van valse aangiften van verkrachting, maar wél zelfverzekerder zijn in het beoordelen van verkrachtingsverhalen op waarheid.

Zedenrechercheurs zijn niet beter dan leken in het herkennen van valse aangiften van verkrachting, maar wél zelfverzekerder

De Zutters onderzoek laat zien dat de politie, die belast is met deze belangrijke taak, het vaak mis heeft. Er is vaak sprake van een ‘forensische bevestigingstendens’ – dat wil zeggen: de eerste indruk van een criminele zaak kan het politieonderzoek bederven. Als een rechercheur een aangever gelooft, zal hij of zij er alles aan doen om aan te tonen dat het is gebeurd, en andersom. “Hoe beter de politie wordt in het herkennen van valse aangiften, hoe gemakkelijker het wordt om bij aangifte het (vermeende) slachtoffer te geloven. Dan is enorme scepsis namelijk minder nodig, je hoeft niet zo bang te zijn dat er valse aangiften doorheen glippen.”

‘Politieagenten hebben een onterecht sceptische houding ten opzichte van echte aangiftes, en een te lichtgelovige houding tegenover valse aangeefsters’, schrijft De Zutter in zijn onderzoek. Bij de politie in Nederland circuleert volgens de onderzoeker het idee dat 80 procent van de aangiften vals is, omdat 80 procent van de aangiften niet tot vervolging leidt door het OM. “De conclusie was: bij geen officiële aangifte en/of vervolging, heeft er geen verkrachting plaatsgevonden.” Dit biedt de basis om aan te nemen dat de politie in eerste instantie eerder geneigd zal zijn een slachtoffer níet te geloven, dan wél, met alle nare gevolgen van dien.

Hoe herken je een valse aangifte?

De Zutter heeft op basis van zijn onderzoek een ‘tool’ ontwikkeld om valse van echte aangiften te kunnen onderscheiden. Zeker weten kan een beoordelaar het natuurlijk nooit, maar deze tool heeft een betrouwbaarheidsgehalte van zo’n 90 procent. Dat is aanzienlijk beter dan gokken.

Uit zijn onderzoek blijkt dat verzonnen aangiften vaak minder gedetailleerd en minder uitgebreid zijn, en zijn gebaseerd op beelden en verhalen van verkrachtingen die populaire media uitlichten. Daar draait het vaak om een onbekende dader en veel fysieke dwang. In werkelijkheid zijn daders vaak bekenden en is er veel minder sprake van hevig geweld en verzet. Ook worden verkrachtingen in valse aangiften vaak als kortdurend omschreven (ongeveer een kwartier) terwijl verkrachtingen in werkelijkheid vaak langer duren, en gaat het vaak alleen om verkrachting in coïtale zin, terwijl er in de realiteit vaak ook andere seksuele handelingen plaatsvinden.

Verkrachters vertonen in werkelijkheid ook vaak ‘pseudo-intiem’ gedrag: ze zoenen of complimenteren hun slachtoffers bijvoorbeeld. De Zutter: “In sommige gevallen biedt de verkrachter zelfs nog aan om het slachtoffer naar huis te brengen, omdat er op straat gevaar op de loer ligt.” Bij valse aangiftes wordt dat gedrag nauwelijks omschreven, omdat het ook weinig terugkomt in de media.

clem-onojeghuo-381204-unsplash

Een haag van woedende slachtoffers

Als je seksueel geweld kunt overleven, dan kun je alles, schrijft Anke Laterveer.

De politie in Frankrijk gebruikt De Zutters methode al, in Nederland nog niet. Het risico is dat verkrachters zijn tool kunnen misbruiken door zich zo te gedragen dat hun aangevers niet worden geloofd, of dat valse aangevers hun verhaal juist geloofwaardiger kunnen maken.

De volgende stap is meer degelijk en betrouwbaar onderzoek naar valse aangiftes. Volgens De Zutter is het probleem in omvang van niet geloofde, werkelijke slachtoffers groter dan het probleem van valse aangiften. “Maar ook voor de vals beschuldigden is het waardevol als er meer onderzoek komt naar het onderscheid tussen valse aangiftes en echte aangiften. Het mes snijdt aan twee kanten: het voorkomt valse beschuldigingen, maar ook dat slachtoffers onterecht niet worden geloofd.”

  1. De onschuldpresumptie is een grondbeginsel van het strafrecht, dat bepaalt dat iedereen onschuldig is tot het tegendeel is bewezen. ↩︎

Voor het maken van verhalen hebben we jouw steun nodig.

Ja, ik word vriend (€6 per maand)
Gijs

Gijs Hablous

Schrijver

Gijs (26) werkte eerder bij het team Inclusie en Diversiteit van Kennisinstituut Movisie en promoveert momenteel op (inter)nationale …
Profielpagina
bw

Justine van de Beek

Redacteur Harlot

Justine van de Beek (22) is overtuigd feminist en als socioloog gespecialiseerd in gender en seksualiteit.
Profielpagina