‘Handel in schone lucht beter dan reguleren van vuile’

31-10-2000
Door: OneWorld Redactie
Bron: onzeWereld

Het United Air Funds is opgericht omdat landen nauwelijks vooruitgang boeken in de reductie van hun CO2-uitstoot. 'Men rent hard bij de onderhandelingen over klimaatbeleid, maar komt niet structureel vooruit,' stelt Herman Verhagen, directeur van het nieuwe fonds.

Volgens het Kyoto-protocol van 1997 moeten geïndustrialiseerde landen de komende twaalf jaar 5 procent lager uitkomen dan in 1990. Volgens het VN-Panel voor Klimaatverandering (IPCC) ontkomen landen uiteindelijk niet aan uitstoot-reducties van ruim 50 procent.

De Europese Unie stoot nog ongeveer evenveel CO2 uit als in het referentiejaar 1990. Maar de Verenigde Staten blazen nu 11 procent, Japan bijna 10 procent en Australië 12 procent meer de lucht in.

Het concept van dit United Air Fund draait probleem en oplossing om: rijke landen betalen arme landen voor het niet vervuilen van lucht. Die landen kunnen daarmee weer schone technologie kopen. In zowel Noord als Zuid ontstaat zo een financiële prikkel om de CO2-uitstoot omlaag te krijgen, stelt Verhagen.

Verhagen: 'We moeten niet de uitstoot van vuile lucht reguleren, zoals men nu in Den Haag weer gaat proberen. We moeten het beheren van 'schone lucht' centraal stellen. Door de groeiende uitstoot van broeikasgassen, wordt schone lucht een steeds schaarser goed, dat volgens de economische wetten dus duurder zou moeten worden.'

Het gevolg van de voorstellen in Den Haag is volgens Verhagen nu dat overheden en bedrijven in rijke industrielanden massaal op zoek gaan naar mogelijkheden om zo goedkoop mogelijk aan hun klimaatverplichtingen te voldoen.

De Wereldbank speelde hier dit voorjaar al op in door het Prototype Carbon Fund (PCF) op te richten. Dat moet fungeren als een soort makelaar op de miljardenmarkt van CO2-vervuilingsrechten. Wel moeten eerst de spelregels voor het verhandelen van emmissie-rechten internationaal zijn vastgesteld.

Armen zijn de luchtmacht van de toekomst
Een Europese stad die bijvoorbeeld duizend ton CO2 minder moet uitstoten, gaat op zoek naar een ontwikkelingsland waar via een project rond bijvoorbeeld energiebesparing duizend ton kooldioxide minder de lucht in vliegt. Zo voldoet het stadsbestuur aan zijn verplichting, terwijl het zélf geen gram CO2 minder uitstoot.

Vele financiële instellingen bereiden zich volgens Verhagen nu al heel actief voor op het aanbieden van diensten voor bedrijven en overheden rond deze ontastbare 'gashandel'.

De waarde van de besparing van een ton CO2 in het Zuiden schat de Wereldbank op zo'n vijf tot vijftien dollar. In industriële landen is dat vijftig dollar, omdat daar de investeringskosten veel hoger liggen.


Het broeikaseffect brengt ontwikkelingslanden in een schizofrene positie. Ze zijn het meest kwetsbaar voor klimaatveranderingen en tegelijkertijd hebben ze potentieel veel macht aan de onderhandelingstafel in Den Haag.

Verhagen: 'Een succesvol mondiaal klimaatbeleid is onmogelijk zonder ontwikkelingslanden. Zij hebben de sleutel in handen.' En ze hebben ecologische wapens: hun bevolkingsomvang - tweederde van de wereldbevolking - en hun bosgebieden, absorptiereservoirs van CO2.

'Deze landen vormen de luchtmacht van de toekomst,' zegt Verhagen. 'Stel dat één miljard Indiërs en anderhalf miljard Chinezen de levensstijl van de Nederlander of Amerikaan overnemen, inclusief CO2-uitstoot, dan heb je drie planeten nodig.'

Elke Nederlander stoot gemiddeld 11,8 ton CO2 per jaar uit, een Indiër 0,81 ton en een Amerikaan 24 ton. Het gemiddelde voor een wereldburger is 4,2 ton per jaar.

Een Derde-Wereldbewoner met een lage CO2-uitstoot levert dus een concrete milieudienst aan de wereldgemeenschap, zegt Verhagen. Hij legt een gering beslag op de atmosfeer.
Hoe werkt het United Air Fund?
Het United Air Fund rekent voor elke ton CO2 15 dollar en propageert een nieuw soort marktmechanisme.

Uitgaande van berekeningen van het IPCC én de basisgedachte van het moeder-klimaatverdrag van Rio uit 1992 - 'elke wereldburger heeft recht op dezelfde vervuiling' - zou ieder mens jaarlijks twee ton CO2 mogen uitstoten.

Verhagen: 'Nederland zou dan ruim twee miljard dollar moeten betalen. India bijvoorbeeld zou in totaal 18 miljard dollar ontvangen.'


Dit surplus aan schone lucht zou UAF aan ontwikkelingslanden (overheden, bedrijven en maatschappelijke organisaties) willen uitkeren in door het UAF uitgegeven 'Shaires', een combinatiewoord van lucht, delen en aandelen. Deze shaires kunnen worden ingeruild voor duurzame energietechnologie bij bedrijven.

Rijke landen worden via deze methode gestimuleerd om zo snel mogelijk hun CO2-uitstoot te verminderen. Arme landen worden geprikkeld om economische groei op een schonere en duurzamere wijze te realiseren. Als zij hun CO2-uitstoot laag houden, blijven ze immers meer ontvangen.'

Verhagen stelt dat de ontwikkelingslanden nu hun macht te laag inschatten en tegen elkaar worden uitgespeeld. 'Veel landen hebben onvoldoende capaciteit en kennis om de rijke landen voor te zijn bij onderhandelingen. Er wordt bovendien onvoldoende erkend dat het klimaatverdrag eigenlijk een pure verdelingskwestie is. Alleen mag dat niet hardop gezegd worden.'

In het comité van aanbeveling van het UAF zitten mensen als Jan Pronk - voorzitter van VN-Klimaatconferentie - en Georges Möller, directeur van de AEX. Ook de Wereldraad van Kerken heeft het idee omarmd en brengt het bij partnerorganisaties in het Zuiden onder de aandacht. Elk bedrijf of organisatie kan in principe lid worden van het UAF en het logo als een soort van keurmerk gebruiken. Het UAF stelt onafhankelijk van politieke of economische belangen te willen opereren.

Hoe werkt de huidige handel in emissierechten?

Reacties