Grootste oerbossen ter wereld bedreigt door stijgende houtconsumptie

20-06-2000
Door: OneWorld Redactie
Bron: IPS

De rijke oerbossen in het ruime stroomgebied van de Congo-rivier zijn na het Amazonewoud de grootste tropische 'groene long' op aarde.

Vijf jaar geleden besloeg die, verspreid over Congo, Congo-Brazzaville, Gabon, Equatoriaal-Guinea, Kameroen en de Centraal-Afrikaanse Republiek, nog een oppervlakte van zo'n 200 miljoen hectare. Dat is bijna zeventig keer België. Maar in de zes landen wordt duchtig aan het bosbestand geknaagd.

In Gabon is de helft van het bosoppervlak bedreigd. In Kameroen is de snelheid waarmee woud gekapt wordt met eenderde gestegen.

Volgens de zojuist gepubliceerde WRI-rapporten over Kameroen en Gabon zetten de dalende petroleuminkomsten in beide landen extra druk op de bossen. De houtexport levert al meer dan eenvierde van de Kameroense exportinkomsten - olie niet meegerekend. Het genereert voor de overheid jaarlijks bijna 140 miljoen gulden extra belastingsinkomsten.

Het WRI reist de komende dagen naar Kameroen en Gabon om met de regeringen te praten over de onderzoeksresultaten. Ze zal beschermingsmaatregelen suggereren. Ook moet er internationaal campagne worden gevoerd om de wereldopinie wakker te schudden zoals dat destijds met het Amazonewoud gebeurd is, vindt de Amerikaanse milieudenktank.

Weinig economische alternatieven
Volgens Henriette Bikie, één van de auteurs van het rapport, ligt de situatie in Afrika erg moeilijk omdat de betrokken landen weinig economische alternatieven hebben. Kameroen prijkt nu al in de top vijf van de grootste exportlanden voor tropisch hardhout.

Ondanks een tijdelijke daling van de vraag als gevolg van de crisis, wordt Azië als afzetmarkt voor Kameroens hout stilaan belangrijker dan Europa. Aziaten zouden minder kieskeurig zijn en meer interesse hebben in minder edele soorten. Die verschuiving kan het kappen versnellen, vreest Bikie.

In Europa vinden vooral vijf houtsoorten gretig aftrek: Ayous, Sapeli, Iroko, Azobe en Sipo.

Liefst 76 procent van het totale Kameroense bosareaal van 22,8 miljoen hectare ligt binnen een houtkapconcessie of is al gerooid. Amper 6 procent, toch nog een gebied zo groot als Vlaanderen, wordt wettelijk beschermd als natuurpark of strategische reserve.

Maar door oprukkende veeteelt, stropersactiviteiten en illegale kapactiviteiten zijn ook deze beschermde bossen niet gevrijwaard van vernieling, waarschuwt Bikie. De best bewaarde bossen liggen in het zuidoosten van het land, maar daar wordt ook het meest intensief gekapt.

25 Firma's en individuen controleren drievierde van de Kameroense concessies. Ruim 60 procent daarvan is in handen van buitenlandse groepen of joint ventures. Drie Franse bedrijven - Thanry, Bollore en Coron - nemen alleen al zowat eenderde van het oppervlak dat in concessie is gegeven voor hun rekening.
Bosbeheer is vooral manier om geld te verdienen
Kameroen paste in 1994 zijn boswet aan om er beter op toe te zien dat de concessiehouders zich aan de regels houden. Het aantal overtredingen is sindsdien gedaald, maar er is te weinig geld om echt op de uitvoering van de wet toe te zien.

‘Door toedoen van invloedrijke personen’ kan een proces-verbaal tegen een overtreder makkelijk verdwijnen, schrijft het WRI. De strengere regelgeving leverde de Kameroense schatkist vooral een verhoging op van de belastingsinkomsten per kubieke meter gewonnen hout.

Ook Gabon, een buurland van Kameroen, ziet bosbeheer vooral als een manier om geld te verdienen. De totale oppervlakte van de kapconcessies is de laatste vijf jaar verdubbeld.

Meer dan de helft van het bosareaal is nu al gemerkt als commercieel kapgebied. Dertien bedrijven hebben daarvan het gros in handen, de rest wordt verdeeld onder ruim 200 kleinere firma's. De vijf grootste concessiehouders zijn alle Gabonese filialen van Europese firma's of lokale bedrijven die worden gecontroleerd vanuit Europa: Rougier-Gabon, La Compagnie Forestiere du Gabon, Leroy-Gabon, La Compagnie Equatoriale des Bois and Lutexfo/Soforga.

Het WRI-rapport waarschuwt dat Gabon uiterst marktgevoelig is omdat er in hoofdzaak één boomsoort wordt geëxporteerd: Okoume. Deze bomen zijn louter in Gabon, Equatoriaal-Guinea en Congo te vinden. Het hout is van een erg hoge kwaliteit. Het werd ondermeer gebruikt voor de bouw van de Eurostar-chunnel en van de Librairie Nationale in Parijs. Okoume wordt ook verwerkt tot triplex en multiplex.

De helft van het Gabonese hardhout wordt naar Azië geëxporteerd. De nieuwe boswet uit 1997 is volgens het WRI-rapport een belangrijke stap vooruit maar de Gabonese conservatie-inspanningen lijden aan dezelfde kwaal als de Kameroense: de druk van het grote geld. In verhouding tot de omvang van hun taak hebben de bevoegde controle-instanties ook veel te weinig middelen.

World Resources Institute

Reacties