Van paal naar paal – een maand elektrisch rijden

28-10-2014
Door: Hans Ariëns
Bron: OneWorld
Foto: Roger Cremers
“Ach, het zijn vier wielen en een stuur.” Niks bijzonders, volgens de Nissan-medewerker, zo’n elektrische auto. Is dat zo? Drie ervaringsfeiten van vader en zoon Ariëns na een maand in BMW i3, Renault ZOE en Nissan LEAF.
Achtergrond – 

“Ach, het zijn vier wielen en een stuur.” Niks bijzonders, volgens de Nissan-medewerker, zo’n elektrische auto. Is dat zo? Drie ervaringsfeiten van vader en zoon Ariëns na een maand in BMW i3, Renault ZOE en Nissan LEAF .

De buurt op z’n kop
We dromen er thuis wel eens van. De straat inrijden met een afgetrapte Mercedes 190D of een oude Landcruiser en dan de reacties peilen. We leven in een door-en-door burgerlijke wijk, waar iedereen een keurige middenklasser rijdt, maar wel elkaars autoaankopen scherp in de gaten houdt.
De schok die de BMW i3 te weeg brengt, is van een vergelijkbare orde als die van een oude Mercedes. Buurman 1 heeft meteen de catalogusprijs opgezocht, laat hij de volgende ochtend in de Albert Heijn weten. Buurman 2, leaserijder uit principe, komt met de klassieke vraag: ‘Hoe zit het met de accu? Die is toch milieuvervuilend?’ Mijn antwoord dat de elektrische auto overall toch veel minder belastend is en de accu’s worden gerecycled, overtuigt ’m niet. Dat geldt wel voor Buurvrouw 1, die een elektrische auto best interessant vindt. Zij en haar man maken alleen korte ritjes, zegt ze. Misschien kunnen we straks samen een laadpaaltje aanvragen. 

Testrijder Max ‘Verstappen’ Ariëns (20)
Anders dan de trendwatchers voorspellen, is deze jongere hevig geïnteresseerd in auto’s en wil hij er per se zelf eentje bezitten. Zijn eerste, een VW Polo zestienklepper uit 1999, is helaas al overleden. Elektrische auto’s vindt hij vanwege hun waanzinnige acceleratie ‘cool’, behalve de lichtblauwe ZOE – ‘een wijvenauto’.

Ontspannend én stressy rijden
De elektrische rij-ervaring is totaal anders door de afwezigheid van grommende benzinemotoren, en door de standaard automaat. Je hoeft niet mee in het nerveuze en eigenlijk nogal kinderachtige fossiele gescheur. Het opladen zelf is eigenlijk ook geen issue. Het wordt even vanzelfsprekend als je telefoon dagelijks aan de stroom hangen.
Daartegenover staat wat Nissan LEAF-rijders ‘het mysterie van de verdwenen kilometers’ noemen: op de snelweg zie je de bereiksindicator rap leegraken. Op de terugweg van Oss naar woonplaats Leiden lezen we dat de accucapaciteit niet toereikend is voor de afstand, 117 kilometer. Hoewel de bereiksindicator nog hoopvol 141 kilometer aangeeft. We wagen het erop. Gelukkig slaagt zoonlief erin zijn rechtervoet in bedwang te houden. Met nog 29 kilometer op de teller rollen we Leiden binnen. In de stad blijft de indicator stabiel. In de stad rijden of in de file, remmen en weer optrekken, het is een zegen voor de accu en voor de elektrische automobilist. 

Schoon geweten
Het mooiste van alles, mooier nog dan de schone lucht die de elektrische auto omgeeft, is je schone geweten als duurzaam mens. Autorijden was voor mij toch altijd een guilty pleasure. Dat wordt fundamenteel anders. Bij het stoplicht staan met een opgefokt Golfrijdertje links naast je en wachten op het groene licht in je BMW i3. En dan, de Golfrijder verbijsterd achterlatend, geluidloos accelereren terwijl de G-krachten je in je stoel drukken. Zonder een spoortje roet, fijnstof of broeikasgas uit te stoten.
Elektrisch rijden, ik mag hopen dat het de toekomst wordt.

Hans Ariëns

Hans Ariëns is de adjunct-hoofdredacteur van OneWorld en was voor de...

Lees meer van deze auteur >

Reacties